- Centraal examen (CE)
- Eén schriftelijk examen van circa 180 minuten (3 uur). Overwegend open contextvragen — waarbij je een biologisch concept toepast op een tekst, afbeelding, grafiek of experiment — aangevuld met enkele meerkeuzevragen. Een eenvoudige rekenmachine is toegestaan; biologische gegevens worden in de opgave zelf aangereikt.
- Schoolexamen (SE)
- Door de school afgenomen toetsen plus praktisch (onderzoeks)werk. Het SE toetst onder meer de domeinen en eindtermen die niet of niet uitsluitend in het CE aan bod komen; de precieze verdeling van de stof over CE en SE staat in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Weging en normering
- Het eindcijfer is het gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer (CE telt voor ongeveer de helft mee). De N-term (normeringsterm) wordt elk jaar landelijk vastgesteld en zet de behaalde score om in een cijfer.
- Concept-contextbenadering
- De stof is geordend rond zelforganiserende systemen op oplopende niveaus — molecuul, cel, orgaan en organisme, populatie en ecosysteem — met evolutie als verbindend principe. Examenvragen plaatsen biologische concepten steeds in een betekenisvolle context en vragen om verklaren, beredeneren, berekenen en interpreteren.