Loading
Loading
Een ecosysteem wordt geregeld door de manier waarop energie en stoffen er doorheen bewegen. Dit onderwerp bouwt dat stap voor stap op: van voedselketens en -webben naar de energiepiramide, en daarna naar de koolstof- en de stikstofkringloop. De rode draad is één scherp contrast: stoffen circuleren in een kringloop, terwijl energie het systeem maar één keer doorstroomt en als warmte verdwijnt.
4Onderdelenca. 29min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je producent, consument en reducent kunt benoemen, de pijlrichting in een voedselketen en -web kent, het trofische niveau kunt aflezen, de 10%-regel kunt toepassen, en de hoofdstappen van de koolstof- en de stikstofkringloop op volgorde kunt zetten. Onthoud de kern: stoffen circuleren, energie stroomt eenmalig door.
verhoogd niveau
Redeneer in onbekende contexten: verklaar metingen (bijvoorbeeld het dag-en-nachtverschil in CO₂ of stikstofverlies uit natte grond), beredeneer de gevolgen van het wegvallen van een schakel of van menselijke verstoring (fossiele brandstof, bemesting), en koppel elk proces aan het juiste organisme of de juiste bacterie en aan de omstandigheden (aeroob of anaeroob).
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Voedselweb van een grasland
Haal uit het voedselweb van het grasland hiernaast twee verschillende voedselketens die allebei bij de uil eindigen, en bepaal van elke schakel het trofische niveau.
Een voedselketen begint altijd bij een producent. In dit web is gras de enige producent, dus elke keten start bij het gras. Het gras staat op het eerste trofische niveau.
Volg de pijlen vanaf het gras tot je bij de uil uitkomt. Eén route is gras → muis → uil: het gras (1e niveau) wordt gegeten door de muis (een herbivoor, 2e niveau), en de muis wordt gegeten door de uil (een tweede-orde consument, 3e niveau).
Er is nog een route naar de uil: gras → sprinkhaan → uil. Ook hier is het gras het 1e niveau, de sprinkhaan een herbivoor op het 2e niveau en de uil een tweede-orde consument op het 3e niveau.
De uil staat dus aan het eind van twee verschillende ketens. Omdat die ketens organismen delen (hier de uil, en ook de muis wordt door meerdere eters gedeeld), grijpen ze in elkaar tot één voedselweb in plaats van losse ketens.
Resultaat: Resultaat: de twee ketens zijn gras → muis → uil en gras → sprinkhaan → uil, in beide gevallen met de trofische niveaus 1 → 2 → 3. Doordat de ketens organismen delen, vormen ze samen een voedselweb.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk het voedselweb hiernaast; de muis is benadrukt. (a) Noem alles wat de muis eet en alles wat de muis eet. (b) Schrijf twee verschillende voedselketens op waarin de muis voorkomt. (c) Leg met je antwoord uit waarom dit een voedselweb is en geen losse voedselketen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Energiepiramide
De producenten in een grasland leggen per jaar 20 000 kJ aan energie vast. Bereken met de 10%-regel hoeveel energie er beschikbaar is voor de herbivoren, de carnivoren en de topcarnivoren, en geef aan waar de rest blijft.
De producenten vormen het eerste trofische niveau en beginnen met de volledige 100%, dat is kJ.
Van elk niveau gaat ongeveer 10% naar het volgende. De herbivoren krijgen dus kJ.
Pas de regel opnieuw toe, nu op de 2000 kJ van de herbivoren: kJ voor de carnivoren.
Nog één keer: kJ voor de topcarnivoren. Dat is 0,1% van de oorspronkelijke energie — precies de waarde die de top van de piramide hiernaast aangeeft.
Bij elke stap gaat ongeveer 90% verloren: het grootste deel als warmte via de ademhaling, de rest via niet-opgegeten en onverteerde delen. Die energie verlaat het ecosysteem en komt niet terug.
Resultaat: Resultaat: de herbivoren krijgen 2000 kJ, de carnivoren 200 kJ en de topcarnivoren 20 kJ. Per stap wordt de energie tien keer kleiner, en de verloren 90% verdwijnt als warmte — een mooie illustratie van het feit dat energie eenmalig doorstroomt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een sloot leggen de waterplanten per jaar 5000 kJ aan energie vast. Een reiger is een topcarnivoor op het vierde trofische niveau. Bereken met de 10%-regel hoeveel energie er voor de reiger overblijft, en leg uit waarom er bovenop de reiger geen vijfde niveau (een roofdier dat reigers eet) kan bestaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Koolstofkringloop
Een onderzoeker meet in een dicht bos de CO₂-concentratie van de lucht. Overdag daalt die concentratie, terwijl ze 's nachts juist stijgt. Verklaar dit verschil met behulp van fotosynthese en ademhaling.
In het bos vinden twee tegengestelde processen plaats. Fotosynthese neemt CO₂ op, maar alleen bij licht. Ademhaling geeft CO₂ af, en gebeurt voortdurend — dag en nacht, door planten, dieren én reducenten.
Overdag is er licht, dus de planten doen volop aan fotosynthese. De fotosynthese neemt dan méér CO₂ op dan alle ademhaling samen afgeeft. Netto wordt er dus CO₂ uit de lucht gehaald, en daalt de concentratie.
's Nachts is er geen licht, dus de fotosynthese stopt. De ademhaling gaat echter gewoon door. Er komt dan alleen CO₂ bij en er wordt niets opgenomen, zodat de concentratie stijgt.
Het verschil tussen dag en nacht komt doordat fotosynthese van licht afhangt en ademhaling niet. Overdag wint de opname (fotosynthese), 's nachts blijft alleen de afgifte (ademhaling) over.
Resultaat: Resultaat: overdag overheerst de fotosynthese (netto CO₂-opname, dus daling), terwijl 's nachts alleen de ademhaling overblijft (netto CO₂-afgifte, dus stijging). Dit laat zien dat ook planten voortdurend ademhalen en dat fotosynthese en ademhaling samen de koolstofkringloop draaiende houden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit welke rol de reducenten in de koolstofkringloop spelen. Beschrijf daarna wat er met de koolstof in een laag afgevallen bladeren zou gebeuren als er geen reducenten zouden zijn, en wat dat op den duur voor de producenten zou betekenen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Stikstofkringloop
Een boer merkt dat er uit een drassig, slecht doorlucht weiland stikstof lijkt te 'verdwijnen': het gras groeit er slecht door stikstofgebrek. Leg met de stikstofkringloop uit welk proces hier verantwoordelijk is, welke bacteriën dat doen, en wat de boer eraan kan doen.
Een natte, dichtgeslagen bodem bevat weinig zuurstof; zo'n bodem noem je zuurstofarm of anaeroob. Dat is precies de omstandigheid waarin één bepaald proces uit de kringloop op gang komt.
In zuurstofarme grond gaan denitrificerende bacteriën aan het werk. Bij gebrek aan zuurstof gebruiken zij nitraat (NO₃⁻) voor hun ademhaling en zetten het daarbij om in stikstofgas (N₂). Dit proces heet denitrificatie.
Het gevormde N₂ is een gas en ontsnapt uit de bodem naar de lucht. Planten kunnen dat N₂ niet rechtstreeks opnemen, dus voor het weiland is die stikstof verloren — vandaar het stikstofgebrek en de slechte groei.
De boer moet de bodem beter beluchten, bijvoorbeeld door te draineren of te ploegen. In een zuurstofrijke bodem krijgen de denitrificerende bacteriën geen kans en verloopt juist de nitrificatie weer goed, zodat er nitraat voor de planten beschikbaar blijft.
Resultaat: Resultaat: in de zuurstofarme bodem zetten denitrificerende bacteriën nitraat om in N₂-gas (denitrificatie), dat naar de lucht ontsnapt. Door de grond te beluchten (draineren of ploegen) stopt de boer dit verlies. Het laat mooi zien hoe de omstandigheden in de bodem bepalen welke bacteriën — en dus welke stap van de kringloop — de overhand krijgen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Hoewel de lucht voor ongeveer 78% uit stikstofgas (N₂) bestaat, kunnen planten dat N₂ niet rechtstreeks gebruiken. Leg uit hoe stikstof tóch in een plant terechtkomt: benoem de stappen op volgorde, de stoffen die daarbij ontstaan, en de bacteriën die onmisbaar zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad