Loading
Loading
Je lichaam houdt zijn inwendige milieu opvallend constant: de temperatuur, de bloedsuiker en de zuurgraad blijven binnen nauwe grenzen, hoe sterk de omgeving ook verandert. Dit onderwerp legt uit hoe die homeostase werkt via de regelkring en de negatieve terugkoppeling, en hoe het lichaam zijn effectoren aanstuurt met twee systemen: de trage, langdurige hormonale regulatie en de snelle, kortdurende neurale regulatie. Aan de hand van de bloedglucose- en de temperatuurregulatie zie je hoe deze principes samenkomen in regelingen die je voor het examen moet kennen.
4Onderdelenca. 28min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Zorg dat je de vier onderdelen van de regelkring kunt benoemen, kunt uitleggen wat negatieve terugkoppeling is, en de bloedglucoseregulatie met insuline en glucagon kunt beschrijven.
verhoogd niveau
Beredeneer in onbekende situaties welk regelsysteem (hormonaal of neuraal) past bij de gevraagde snelheid en duur, en analyseer een nieuwe regeling door er steeds de regelkring en de negatieve terugkoppeling in te herkennen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De regelkring
Je gaat sporten en je lichaamstemperatuur loopt op tot boven 37 °C. Loop de regelkring stap voor stap na: welke onderdelen zijn betrokken, en waarom is dit negatieve terugkoppeling?
De streefwaarde voor de lichaamstemperatuur is ongeveer 37 °C. Door de inspanning maken je spieren extra warmte, waardoor de werkelijke temperatuur boven die streefwaarde uitkomt. Er is dus een afwijking naar boven die moet worden weggewerkt.
Temperatuursensoren in je huid en in je hersenen meten de gestegen temperatuur en geven dit door aan het regelcentrum in de hypothalamus. Het regelcentrum vergelijkt de gemeten waarde met de streefwaarde en stelt vast dat het te warm is.
De hypothalamus stuurt opdrachten naar de effectoren: de bloedvaten in de huid verwijden zich (zodat je meer warmte afgeeft) en de zweetklieren gaan zweet produceren (dat door verdamping afkoelt). Deze reacties verlagen de lichaamstemperatuur.
De reactie van de effectoren (afkoelen) werkt de oorspronkelijke afwijking (te warm) tegen. Zodra de temperatuur weer rond 37 °C ligt, melden de sensoren dit en stopt het bijsturen. Omdat de respons de afwijking verkleint, is het negatieve terugkoppeling.
Resultaat: De regeling verloopt van sensor (huid en hersenen) via regelcentrum (hypothalamus) naar effectoren (bloedvaten en zweetklieren), die de temperatuur terugbrengen naar de streefwaarde van ongeveer 37 °C. Doordat de reactie de stijging tegenwerkt en zichzelf uitschakelt zodra de streefwaarde is bereikt, is dit een voorbeeld van negatieve terugkoppeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de regelkring waarmee je lichaam de temperatuur constant houdt als je een warme kamer binnenkomt. Benoem voor deze situatie de streefwaarde, de sensor, het regelcentrum en de effector, en leg uit waarom het om negatieve terugkoppeling gaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De weg van een hormoon
Het schildklierhormoon thyroxine komt via het bloed bij vrijwel alle cellen van het lichaam. Leg stap voor stap uit waarom toch niet elke cel even sterk reageert, en waarom het effect pas na enige tijd merkbaar is.
De schildklier maakt thyroxine en geeft dit rechtstreeks af aan het bloed. Het bloed vervoert het hormoon door het hele lichaam, zodat het in principe langs elke cel stroomt.
Of een cel reageert, hangt af van de receptor. Alleen cellen met een receptor die past op thyroxine — de doelwitcellen — binden het hormoon en passen hun stofwisseling aan. Cellen zonder die receptor laten het hormoon ongemoeid passeren.
Eerst moet de klier genoeg hormoon afgeven, daarna moet het bloed het rondvoeren en moeten de receptoren het binden voordat de cel reageert. Al die stappen kosten tijd, dus de hormonale regulatie komt langzaam op gang.
Het thyroxine blijft in het bloed circuleren totdat het geleidelijk wordt afgebroken. Zolang het aanwezig is, blijft het op de doelwitcellen werken, waardoor het effect langdurig is.
Resultaat: Thyroxine bereikt via het bloed alle cellen, maar alleen doelwitcellen met de passende receptor reageren; dat verklaart de specificiteit. Doordat afgifte, vervoer en binding tijd kosten en het hormoon lang in het bloed blijft, is de werking traag op gang komend maar langdurig — precies de kenmerken van hormonale regulatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe het kan dat het hormoon insuline via het bloed door je hele lichaam stroomt, maar dat vooral je lever-, spier- en vetcellen erop reageren. Gebruik in je antwoord de begrippen doelwitcel en receptor, en geef aan waarom de hormonale regulatie traag op gang komt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Hormonaal vs. neuraal
Bij het zien van een uitslag schrikt iemand: hij springt meteen op (binnen een fractie van een seconde) en blijft daarna nog minutenlang gespannen en met een bonzend hart zitten. Bepaal stap voor stap welk regelsysteem bij elk deel van de reactie hoort.
De reactie bestaat uit twee delen: het onmiddellijke opspringen (vrijwel direct) en de langdurige spanning met bonzend hart (minuten). Snelheid en duur zijn precies de kenmerken waarmee je neuraal en hormonaal uit elkaar houdt.
Het opspringen gebeurt binnen een fractie van een seconde en is meteen weer voorbij. Snel en kort wijzen op de neurale regulatie: zenuwimpulsen lopen razendsnel door zenuwcellen naar de spieren.
De aanhoudende spanning en het bonzende hart duren minutenlang. Traag op gang komend en lang aanhoudend wijzen op de hormonale regulatie: het hormoon adrenaline is via het bloed afgegeven en blijft een tijd doorwerken.
Het eerste deel is dus neuraal, het tweede hormonaal. De twee systemen werken samen: de zenuwen vangen het eerste moment op, de hormonen nemen het langduriger over.
Resultaat: Het directe opspringen is neuraal (snel en kort, via zenuwcellen); de minutenlange spanning met bonzend hart is hormonaal (traag en langdurig, via adrenaline in het bloed). Door de reactie op snelheid en duur te beoordelen, deel je elk onderdeel bij het juiste regelsysteem in — en zie je dat beide systemen samenwerken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je trapt per ongeluk op een scherpe steen en trekt razendsnel je voet terug. Even later merk je dat je hart sneller klopt en je je opgejaagd voelt. Leg voor allebei de reacties uit welk regelsysteem (neuraal of hormonaal) erbij hoort, en gebruik de kenmerken snelheid en duur om je keuze te onderbouwen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Negatieve terugkoppeling bloedglucose
Temperatuur te laag of te hoog
Na het eten van een groot bord pasta stijgt het glucosegehalte in het bloed van iemand boven de streefwaarde van ongeveer 5 mmol per liter. Leg stap voor stap uit hoe het lichaam de bloedsuiker weer omlaag brengt, en waarom dit negatieve terugkoppeling is.
Tijdens de vertering komt veel glucose vanuit de darm in het bloed, waardoor het glucosegehalte boven de streefwaarde van ongeveer 5 mmol per liter uitkomt. Er is dus een afwijking naar boven die gecorrigeerd moet worden.
De alvleesklier merkt de hoge bloedsuiker en geeft het hormoon insuline af aan het bloed. Insuline is het hormoon dat de bloedsuiker verlaagt, dus het juiste hormoon voor een te hoge waarde.
Insuline zet de lever-, spier- en vetcellen aan om glucose uit het bloed op te nemen, en stimuleert de lever om glucose als glycogeen op te slaan. Doordat de cellen glucose wegnemen, daalt het glucosegehalte in het bloed.
Zodra de bloedsuiker weer rond 5 mmol per liter ligt, neemt de afgifte van insuline af. De reactie (opname van glucose) werkte de afwijking (te hoge bloedsuiker) tegen en stopte zodra de streefwaarde bereikt was — dat maakt het negatieve terugkoppeling.
Resultaat: De alvleesklier verlaagt met insuline de te hoge bloedsuiker door de cellen glucose te laten opnemen en opslaan, tot de waarde weer rond 5 mmol per liter ligt. Omdat de respons de afwijking tegenwerkt en zichzelf uitschakelt, is dit negatieve terugkoppeling. Zou de bloedsuiker juist te laag worden, dan zou de alvleesklier glucagon afgeven, dat de waarde weer verhoogt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Iemand eet een grote maaltijd met veel suiker. Beschrijf stap voor stap hoe de bloedsuiker daarna eerst stijgt en vervolgens weer daalt naar de streefwaarde. Benoem het hormoon dat hierbij betrokken is en de klier die het afgeeft, en leg uit waarom dit een voorbeeld van negatieve terugkoppeling is. Geef ten slotte aan welk hormoon in werking zou treden als de bloedsuiker juist te laag wordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad