Loading
Loading
Dieren reageren met gedrag op prikkels uit hun omgeving, en dat gedrag is deels aangeboren en deels aangeleerd. Dit onderwerp laat zien welke functies gedrag heeft, hoe dieren met elkaar omgaan en communiceren, en hoe partnerkeuze, balts en ouderzorg het voortplantingssucces bepalen. Er loopt telkens één rode draad doorheen: gedrag levert baten én kosten op, en gedrag dat de fitness vergroot, wordt door natuurlijke selectie bevoordeeld.
4Onderdelenca. 26min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je gedrag kunt definiëren als een waarneembare reactie op een prikkel, aangeboren van aangeleerd gedrag kunt onderscheiden, de vier leervormen kunt herkennen en de functie van een gedrag kunt benoemen (voedsel zoeken, veiligheid, voortplanting).
verhoogd niveau
Beredeneer in onbekende voorbeelden waarom gedrag voorkomt door baten tegen kosten af te wegen en het gedrag via fitness en voortplantingssucces aan de natuurlijke selectie te koppelen — ook bij communicatie, territorium, rangorde en voortplantingsgedrag.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Aangeboren vs aangeleerd gedrag
Vormen van leren
Een hond gaat zitten zodra zijn baas 'zit' zegt. Een pasgeboren puppy doet dit niet. Beredeneer of dit gedrag aangeboren of aangeleerd is en benoem via welke leervorm het is ontstaan.
De prikkel is het commando 'zit' (een geluid). De reactie is het gaan zitten. Er is dus duidelijk sprake van gedrag: een waarneembare reactie op een prikkel.
Een pasgeboren puppy vertoont dit gedrag niet; de hond moet het eerst meemaken en oefenen. Gedrag dat door ervaring ontstaat en niet vanaf de geboorte aanwezig is, is aangeleerd.
De hond heeft geleerd het geluid 'zit' te koppelen aan de handeling zitten, vaak versterkt door een beloning. Het aan elkaar koppelen van een prikkel en een reactie is conditionering.
Resultaat: Het gaan zitten op commando is aangeleerd gedrag, ontstaan door conditionering: de hond koppelt het commando 'zit' aan de handeling zitten. Dat het bij een pasgeboren puppy ontbreekt en pas na oefening verschijnt, bevestigt dat het niet aangeboren maar aangeleerd is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een kuiken volgt vlak na het uitkomen het eerste bewegende voorwerp dat het ziet, en blijft dat daarna volgen. Leg uit welke leervorm dit is, noem twee kenmerken waaraan je dat herkent, en geef aan of het om aangeboren of aangeleerd gedrag gaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Prikkel, gedrag en gevolg
Een vos legt 's nachts grote afstanden af om muizen te vangen. Het lopen kost veel energie. Beredeneer met baten en kosten waarom dit gedrag toch voordelig kan zijn en koppel je antwoord aan overleving en fitness.
Het jagen op muizen levert de vos voedsel op. De functie van dit gedrag is dus voedsel zoeken — het verschaft energie en bouwstoffen.
De baten zijn de muizen die de vos vangt (energie). De kosten zijn de energie en tijd die het lange lopen vraagt, plus enig risico. Het gedrag is voordelig zolang de energie uit de gevangen muizen groter is dan de energie die het jagen kost.
Levert het jagen netto energie op, dan blijft de vos in goede conditie en overleeft hij. Een vos die zo genoeg energie overhoudt, kan zich voortplanten en nakomelingen grootbrengen; zijn fitness is dan hoog. Daardoor wordt (deels erfelijk) efficiënt jaaggedrag aan volgende generaties doorgegeven.
Resultaat: Het ver jagen is voordelig zolang de baten (energie uit muizen) groter zijn dan de kosten (energie, tijd en risico van het lopen). Een gunstige balans houdt de vos in leven en stelt hem in staat zich voort te planten, waardoor zijn fitness stijgt — en dat verklaart waarom zulk doelmatig jaaggedrag in de soort blijft bestaan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een grondeekhoorn die een roofvogel ziet, gaat luid alarmroepen waardoor soortgenoten kunnen vluchten, maar maakt zichzelf daarmee opvallend. Benoem de functie van dit gedrag en beredeneer met baten en kosten waarom dit alarmgedrag toch in de soort kan voorkomen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Communicatie: van zender naar ontvanger
Een vrouwtjesnachtvlinder geeft een stofje af waardoor mannetjes van soms kilometers ver naar haar toe vliegen. Een ander stofje in haar eigen lichaam regelt de rijping van haar eitjes. Leg voor beide stofjes uit of het een feromoon of een hormoon is en beschrijf de communicatie met zender, signaal en ontvanger.
Het eerste stofje wordt aan de omgeving afgegeven en roept gedrag op bij soortgenoten (de mannetjes vliegen naar haar toe). Een chemische stof die náár een soortgenoot werkt, is een feromoon.
Het tweede stofje werkt bínnen het lichaam van het vrouwtje zelf en regelt daar de rijping van de eitjes. Een chemische stof die binnen het eigen lichaam een proces regelt, is een hormoon.
Bij het feromoon is het vrouwtje de zender, het feromoon het signaal en het mannetje de ontvanger; het mannetje past zijn gedrag aan door naar de geur toe te vliegen. Dat is communicatie: informatie van een zender via een signaal naar een ontvanger.
Resultaat: Het lokstofje is een feromoon (het werkt náár soortgenoten), het stofje voor de eirijping is een hormoon (het werkt bínnen het eigen lichaam). De lokking verloopt als communicatie van zender (het vrouwtje) via signaal (het feromoon) naar ontvanger (het mannetje), die zijn gedrag aanpast.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een mannetjesmerel zingt elke ochtend luid vanaf een vaste tak aan de rand van zijn tuin. Leg uit welke functie dit zingen kan hebben voor het afbakenen van een territorium, beschrijf de communicatie in termen van zender, signaal en ontvanger, en beredeneer met baten en kosten waarom zingen voordeliger kan zijn dan vechten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Van balts tot nakomelingen
Een zeevis legt duizenden eitjes en laat ze daarna aan hun lot over; een pinguïn legt één ei en verzorgt het jong maandenlang. Beredeneer waarom beide strategieën evenveel voortplantingssucces kunnen opleveren en koppel je antwoord aan fitness.
De vis investeert nauwelijks zorg (lage kosten per ei), maar van de duizenden eitjes overleeft slechts een klein deel. De pinguïn investeert veel zorg (hoge kosten per jong), waardoor juist een groot deel van zijn ene jong overleeft.
Voortplantingssucces is niet het aantal eitjes of jongen, maar het aantal nakomelingen dat zélf overleeft en zich voortplant. Veel jongen met weinig zorg én weinig jongen met veel zorg kunnen onder de streep evenveel overlevende nakomelingen opleveren.
Beide strategieën kunnen dus tot een vergelijkbare fitness leiden. Welke strategie in een soort voorkomt, hangt af van de omgeving; de natuurlijke selectie heeft per soort de strategie bevoordeeld die daar de meeste overlevende nakomelingen opleverde.
Resultaat: Beide strategieën kunnen evenveel voortplantingssucces geven, omdat het niet om het áántal eitjes of jongen gaat, maar om hoeveel nakomelingen overleven en zich voortplanten. Veel jongen met weinig zorg en weinig jongen met veel zorg leiden langs verschillende wegen tot dezelfde maat — een hoge fitness — en de selectie kiest per soort de strategie die in die omgeving het best werkt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij pauwen heeft het mannetje een enorme, opvallende staart die hij tijdens de balts uitspreidt, terwijl het vrouwtje onopvallend is. Beredeneer met partnerkeuze, baten en kosten en natuurlijke selectie waarom zo'n grote staart bij mannetjespauwen kan zijn ontstaan, ook al maakt die staart het mannetje opvallender voor vijanden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad