Loading
Loading
Organismen in een ecosysteem zijn via tal van relaties met elkaar verbonden: ze leven samen (symbiose), beconcurreren elkaar om hulpbronnen en eten elkaar in een voedselweb. Dit onderwerp behandelt eerst die relaties tussen soorten — symbiose en concurrentie met de ecologische niche — en laat daarna zien hoe de mens met zijn ecologische voetafdruk op ecosystemen drukt en wat duurzame ontwikkeling inhoudt. Ten slotte zie je hoe één ingreep als een kettingreactie door het hele voedselweb werkt, en wanneer een ecosysteem zich nog kan herstellen.
4Onderdelenca. 28min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je de drie vormen van symbiose kunt herkennen met de +/−/0-methode, het verschil tussen intra- en interspecifieke concurrentie en de niche kunt uitleggen, en weet wat een ecologische voetafdruk en kringlooplandbouw zijn.
verhoogd niveau
Beredeneer in onbekende contexten hoe een verstoring stap voor stap door een voedselweb werkt (kettingreactie, top-down en bottom-up), en beoordeel maatregelen op duurzaamheid met begrippen als draagkracht, veerkracht en gesloten kringloop.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vormen van symbiose
Op de huid van een walvis groeien zeepokken. De zeepokken worden door de zwemmende walvis meegevoerd naar water met veel plankton en profiteren zo van meer voedsel; de walvis ondervindt er geen merkbaar voordeel of nadeel van. Om welke vorm van symbiose gaat het? Beredeneer met het effect op beide soorten.
De zeepok wordt meegevoerd naar voedselrijk water en krijgt daardoor meer plankton binnen. Dat is een duidelijk voordeel, dus het effect op de zeepok is +.
De walvis merkt niets van de meeliftende zeepokken: hij wordt er niet door gevoed, maar ondervindt er ook geen noemenswaardige schade van. Het effect op de walvis is dus 0 (neutraal).
De combinatie is +/0: de ene soort heeft voordeel, de andere merkt er niets van. Dat is precies de definitie van commensalisme. Ter controle: had de walvis óók voordeel gehad, dan was het mutualisme (+/+) geweest; had hij schade opgelopen, dan parasitisme (+/−).
Resultaat: Het gaat om commensalisme: de zeepok heeft voordeel (+) en de walvis ondervindt geen merkbaar effect (0). Door eerst het effect op elke soort apart te bepalen en daarna de tekens te combineren, kom je betrouwbaar bij de juiste vorm uit.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef bij elk van de volgende relaties aan om welke vorm van symbiose het gaat en motiveer met het effect (+, −, of 0) op beide soorten: (a) een bij die nectar haalt uit een bloem, (b) een teek op een hond, (c) een vogel die zijn nest bouwt in een boom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Effect van concurrentie
Twee soorten eencellige diertjes die zich met exact dezelfde bacteriesoort voeden, worden samen in één bak met een vaste hoeveelheid voedsel gekweekt. Soort A deelt zich iets sneller dan soort B. Voorspel met het concurrentie-uitsluitingsprincipe wat er gebeurt, en geef aan wat er nodig zou zijn om beide soorten te laten overleven.
Beide soorten eten precies dezelfde bacteriën, leven in dezelfde bak en onder dezelfde omstandigheden. Hun niches overlappen daardoor vrijwel volledig, dus er is sterke interspecifieke concurrentie om hetzelfde, beperkte voedsel.
Bij een vrijwel identieke niche kunnen twee soorten niet duurzaam samen bestaan: de betere concurrent wint. Soort A deelt sneller en legt dus sneller beslag op het voedsel, zodat A blijft groeien terwijl B steeds minder overhoudt.
Soort B krijgt te weinig voedsel om zich te handhaven en sterft in deze bak uit, terwijl soort A overblijft. Dit is concurrentie-uitsluiting: de zwakkere concurrent verdwijnt plaatselijk.
Beide soorten kunnen alleen blijven bestaan als hun niches gaan verschillen (niche-differentiatie). Komt er bijvoorbeeld een tweede voedselbron bij die soort B beter benut, of een deel van de bak met andere omstandigheden waar B in het voordeel is, dan concurreren ze niet langer om precies hetzelfde en is er voor beide plaats.
Resultaat: Soort A verdringt soort B, die uitsterft — een voorbeeld van concurrentie-uitsluiting. Samenleven is alleen mogelijk wanneer de niche-overlap kleiner wordt door niche-differentiatie, bijvoorbeeld door een aparte voedselbron of een ander deelgebied voor soort B.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee verwante zangvogels eten allebei insecten in dezelfde boom. Leg uit waarom er sprake is van interspecifieke concurrentie, en beschrijf twee manieren waarop de soorten op lange termijn toch samen kunnen blijven voorkomen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Gangbare en kringlooplandbouw
Beoordeel de volgende maatregel op duurzaamheid: een melkveehouder stopt met het aankopen van kunstmest en een deel van het krachtvoer, gebruikt voortaan de mest van de eigen koeien op het land en voert daarnaast reststromen uit de voedingsindustrie bij. Leg met de begrippen reststroom, hergebruik en kringloop uit waarom dit duurzamer is dan de gangbare aanpak.
De mest van de koeien en de restproducten uit de voedingsindustrie zijn reststromen: stoffen die in de gangbare aanpak grotendeels als afval zouden worden beschouwd.
Die reststromen worden nu opnieuw gebruikt: de mest gaat terug naar het land en voedt de bodem voor de gewasgroei, en de restproducten dienen als veevoer. Er wordt dus niets weggegooid wat nog waarde heeft.
Doordat de nutriënten op het bedrijf blijven ronddraaien, is er veel minder aanvoer van kunstmest nodig (waarvan de productie veel energie en grondstoffen kost) en minder import van voer. De stofkringloop sluit zich grotendeels en de bodem put minder uit.
De maatregel gebruikt grondstoffen binnen een gesloten kringloop, vermindert uitputting en afval en blijft zo beter binnen de draagkracht. Daarmee voorziet hij in de behoefte van nu zonder die van toekomstige generaties in gevaar te brengen — de definitie van duurzaam.
Resultaat: Doordat reststromen (mest en restproducten) worden hergebruikt en de nutriëntenkringloop zich grotendeels sluit, zijn er minder externe grondstoffen en minder afval nodig. De maatregel blijft beter binnen de draagkracht van het systeem en is daarmee duurzamer dan de gangbare, lineaire aanpak.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een boer schakelt over op kringlooplandbouw: dierlijke mest gaat terug naar het land in plaats van dat er kunstmest wordt gekocht, en het vee krijgt deels reststromen uit de voedingsindustrie te eten. Leg met de begrippen reststroom, hergebruik en kringloop uit waarom dit duurzamer is dan de gangbare aanpak.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Doorwerking in het voedselweb
In een meer worden de roofvissen (snoek) door overbevissing sterk verminderd. In hetzelfde meer leven witvis (eet dierlijk plankton), dierlijk plankton (eet algen) en algen. Beredeneer stap voor stap wat er met de witvis, het dierlijke plankton en de algen gebeurt, en leg uit waarom dit een kettingreactie is.
Door overbevissing neemt de snoek sterk af. De snoek eet witvis, dus met veel minder snoek wordt de witvis veel minder opgegeten.
Omdat de witvis nauwelijks nog wordt weggevangen, neemt de witvis toe. Die grotere groep witvissen eet samen méér dierlijk plankton dan voorheen.
Door de toegenomen graasdruk van de witvis neemt het dierlijke plankton af. Daardoor worden de algen, waar het plankton van leeft, minder begraasd.
Omdat het dierlijke plankton de algen minder opeet, nemen de algen toe. Het meer kan daardoor troebel worden of een algenbloei krijgen, met kans op een zuurstoftekort.
Eén ingreep (minder snoek) veroorzaakt een reeks effecten die elkaar opvolgen door de voedselrelaties heen, helemaal tot aan de algen onderaan. Langs de keten wisselen de effecten elkaar bovendien af: af (snoek), toe (witvis), af (plankton), toe (algen).
Resultaat: De witvis neemt toe, het dierlijke plankton neemt af en de algen nemen toe (met kans op algenbloei). Het is een kettingreactie omdat de afname van de snoek via de voedselrelaties stap voor stap doorwerkt naar alle lagere niveaus, met telkens een omkering van de richting (toe of af) per schakel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een meer worden de roofvissen (snoek) door overbevissing sterk verminderd. In hetzelfde meer leven witvis (eet dierlijk plankton), dierlijk plankton (eet algen) en algen. Beredeneer stap voor stap wat er met de witvis, het dierlijke plankton en de algen gebeurt, en leg uit waarom je dit een kettingreactie noemt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad