- Centraal examen (CE) — schriftelijk, 3 uur
- Het CE toetst de subdomeinen B1 (informatieoverdracht), B2 (medische beeldvorming), C1 (kracht en beweging), C2 (energie en wisselwerking), C3 (gravitatie), D1 (elektrische systemen), E1 (eigenschappen van stoffen en materialen), E2 (elektromagnetische straling en materie) en F1 (quantumwereld), telkens in combinatie met de vaardigheden van domein A. BINAS en een (grafische) rekenmachine zijn toegestaan.
- Schoolexamen (SE) — school bepaalt vorm en spreiding
- Het SE toetst de subdomeinen die niet in het CE zitten: de vaardigheden van domein A (waaronder onderzoeken en ontwerpen), D2 (elektrische en magnetische velden), E3 (kern- en deeltjesprocessen), F2 (relativiteitstheorie) en de keuzeonderwerpen (o.a. biofysica en geofysica). Vaak met practicumverslagen, een onderzoek en/of een ontwerpopdracht.
- Weging en normering
- Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, elk met gewicht 1. De N-term wordt per jaar en per tijdvak door het CvTE vastgesteld en bepaalt de omzetting van score naar cijfer; hij ligt meestal rond 1,0 maar varieert.
- Beoordeling en werkwijze
- Antwoorden worden beoordeeld met een correctievoorschrift: punten voor het correcte natuurkundige inzicht, de opzet van de berekening, het gebruik van de juiste eenheden en significante cijfers, en een navolgbare toelichting. Onvolledige of eenheidloze eindantwoorden kosten punten, ook als het getal klopt.