Dit onderwerp (subdomein F2) is verdiepings-/keuzestof: het zit niet in het centraal examen, maar wordt in het schoolexamen getoetst. Vanuit twee eenvoudige postulaten — de natuurwetten zijn in elk inertiaalstelsel gelijk en de lichtsnelheid is voor iedereen dezelfde — volgen de verrassende gevolgen tijdrek, lengtekrimp en de massa-energierelatie.
4 Onderdelen~12 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Relativiteitstheorie (F2) is verdiepingsstof: buiten het CE, wel in het SE. Tijdrek en de Lorentzfactor vormen de kern.
verhoogd niveau
Het rekenen met lengtekrimp en relativistische energie krijgt in nt de meeste nadruk.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De lichtklok
Tweede postulaat
De lichtsnelheid in vacuüm is een universele constante, onafhankelijk van beweging.
Een ruimteschip vliegt met en zendt naar voren een lichtsignaal uit. Met welke snelheid meet een stilstaande waarnemer dat signaal?
De lichtsnelheid is voor elke waarnemer gelijk, ongeacht de beweging van de bron.
Klassiek zou je verwachten — dat is onjuist; niets gaat sneller dan .
Resultaat: De waarnemer meet gewoon ; snelheden tellen relativistisch niet gewoon op.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een lichtpuls in een bewegende lichtklok volgens een stilstaande waarnemer een langere weg aflegt, en waarom die klok daardoor langzamer lijkt te tikken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein F2 (postulaten) (CvTE / Examenblad)
De Lorentzfactor tegen de snelheid
Lorentzfactor
Nadert 1 bij lage snelheid en groeit onbeperkt als v naar c gaat.
Tijdrek
Δt₀ is de eigentijd (kortste); een bewegende klok loopt achter.
Een ruimteschip vliegt met ; aan boord (eigentijd) duurt de reis jaar. Bereken de Lorentzfactor en de reisduur volgens de aarde.
Vul in.
De aarde meet een langere tijd .
Resultaat: Volgens de aarde duurt de reis jaar, terwijl aan boord maar jaar verstrijkt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ruimteschip vliegt met . Aan boord verloopt een reis van jaar (eigentijd). Bereken de Lorentzfactor en hoe lang de reis volgens de aarde duurt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein F2 (tijdrek) (CvTE / Examenblad)
Gemeten lengte tegen de snelheid
Lengtekrimp
L₀ is de eigenlengte; een bewegende waarnemer meet een kortere lengte (alleen langs de beweging).
Een ruimteschip met eigenlengte vliegt met langs de aarde. Bereken de lengte die de aarde meet.
Voor is .
Deel de eigenlengte door .
Resultaat: De aarde meet een lengte van — korter dan de eigenlengte van .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ruimteschip met eigenlengte vliegt met langs de aarde. Bereken de lengte die een waarnemer op aarde meet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein F2 (lengtekrimp) (CvTE / Examenblad)
Relativistische versus klassieke kinetische energie
Relativistische energie
Totale energie, rustenergie en kinetische energie; bij lage snelheid nadert E_kin de klassieke ½mv².
Energie-impulsrelatie
Voor een massaloos foton (m=0) wordt dit E=pc.
Een elektron () beweegt met . Bereken de rustenergie en de totale energie ().
Gebruik .
Voor is .
Vermenigvuldig de rustenergie met .
Resultaat: De rustenergie is () en de totale energie ; het verschil is de kinetische energie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een elektron () beweegt met . Bereken de totale energie, de rustenergie en de kinetische energie ().
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — subdomein F2 (relativistische energie) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad