Dit onderdeel van domein A gaat over de praktijk van de natuurkunde: een onderzoeksvraag en hypothese opstellen, zorgvuldig meten en met meetonzekerheid omgaan, meetgegevens in grafieken verwerken en lineariseren, en volgens de ontwerpcyclus een oplossing ontwerpen. Het zwaartepunt ligt in het schoolexamen (practicum, onderzoek en ontwerp), maar de experimentele vaardigheden komen ook in het centraal examen terug.
4 Onderdelen~12 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Onderzoeken en ontwerpen zijn examenstof voor nt en ng; het zwaartepunt ligt in het schoolexamen (practicum), maar meetvaardigheden komen ook in het CE terug.
verhoogd niveau
Het kwantitatief omgaan met meetonzekerheid en het lineariseren van meetgegevens krijgt in nt de meeste nadruk.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Samenhang van de variabelen
Variabelen in een experiment
Je verandert de onafhankelijke, houdt de rest constant en meet de afhankelijke variabele.
Je onderzoekt hoe de slingertijd van een lengte afhangt. Formuleer de onderzoeksvraag en benoem de variabelen.
„Hoe hangt de slingertijd af van de lengte van de slinger?”
Onafhankelijk: de lengte ; afhankelijk: de slingertijd ; constant: de massa en de (kleine) uitwijking.
Verwachting: een langere slinger heeft een langere slingertijd (en wel ).
Resultaat: Met de lengte als enige variabele en de rest constant meet je een zuiver verband tussen slingertijd en lengte.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je onderzoekt hoe de uitrekking van een veer afhangt van de aangehangen massa. Formuleer de onderzoeksvraag en een hypothese, en benoem de drie soorten variabelen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — domein A (onderzoeken) (CvTE / Examenblad)
Meetreeks met foutbalken
Meetonzekerheid en doorwerking
Bij vermenigvuldigen/delen tel je de relatieve onzekerheden op; bij optellen/aftrekken de absolute.
Gegeven en . Bereken met zijn onzekerheid.
Deel lengte door tijd.
Bij delen tel je de relatieve onzekerheden op.
Vermenigvuldig de relatieve onzekerheid met .
Resultaat: De snelheid is ; de relatieve onzekerheid is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een lengte is en een tijd . Bepaal de relatieve onzekerheid in de snelheid en geef met zijn absolute onzekerheid.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — domein A (meten) (CvTE / Examenblad)
Meetpunten met regressielijn
Rechte lijn en helling
Na lineariseren geeft de helling de gezochte constante; b is het snijpunt met de y-as.
In een -grafiek (kracht tegen uitrekking) liggen de meetpunten op een rechte lijn door de oorsprong die door gaat. Bepaal de veerconstante.
Volgens is de helling van de -lijn de veerconstante .
Gebruik de oorsprong en het gegeven roosterpunt.
Resultaat: De veerconstante is , de helling van de -grafiek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je meet de uitrekking van een veer bij verschillende krachten en vindt een recht verband door de oorsprong. Leg uit hoe je uit de grafiek de veerconstante bepaalt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — domein A (grafieken en linearisatie) (CvTE / Examenblad)
De ontwerpcyclus
De ontwerpcyclus
Een iteratieve kringloop met het programma van eisen als meetlat.
Ontwerp een bruggetje van spaghetti dat een last van draagt over en zo licht mogelijk is. Stel een programma van eisen op.
Draagt minstens zonder te bezwijken; overspant .
Massa zo klein mogelijk; alleen spaghetti en lijm; binnen de bouwtijd te maken.
Bouw een prototype, belast het tot bezwijken, bepaal waar het faalt en versterk dat punt in de volgende cyclus.
Resultaat: Met meetbare eisen (draagkracht, overspanning, massa) kun je het ontwerp na elke test objectief beoordelen en gericht verbeteren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je moet een constructie ontwerpen die een last van draagt en zo licht mogelijk is. Stel een kort programma van eisen op en beschrijf hoe je de ontwerpcyclus doorloopt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma natuurkunde vwo — domein A (ontwerpen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad