- Centraal examen (CE) — schriftelijk met rekenmachine
- Het CE toetst de centraal-examenstof uit de concept-contextdomeinen: schaarste, ruil, markt (vraag, aanbod en marktvormen), ruilen over de tijd, samenwerken en onderhandelen (speltheorie), risico en informatie, welvaart en groei, en goede/slechte tijden (conjunctuur en beleid). Het is een schriftelijk examen; de opgaven zijn ingekleed in realistische contexten en vragen zowel om berekeningen (elasticiteiten, evenwicht, surplus, indexcijfers, multiplier) als om uitleg, verklaring en beredenering in woorden.
- Schoolexamen (SE)
- Het SE wordt door de school vastgesteld volgens het PTA en toetst (delen van) de eindtermen die niet of niet volledig in het CE aan bod komen, plus vaardigheden zoals onderzoek doen en bronnen interpreteren. Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, die elk ongeveer even zwaar meetellen.
- Beoordeling en normering
- Elke opgave levert scorepunten op volgens een correctievoorschrift; deelscores worden toegekend voor correcte tussenstappen, een juiste berekening met de goede eenheid (€ of %) en een heldere economische toelichting. De omzetting van scorepunten naar het CE-cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar en per vak vaststelt — die normering staat niet van tevoren vast.
- Vaardigheden die het examen doorsnijden
- De economische en wiskundige vaardigheden (procentuele veranderingen, indexcijfers, reëel versus nominaal, elasticiteiten, grafieken lezen en tekenen, modelleren en redeneren) worden niet los getoetst maar in samenhang met alle inhoudelijke domeinen: correct rekenen, de juiste eenheid vermelden, resultaten passend afronden en antwoorden in de context van de opgave interpreteren en verklaren.