Het IS-MB-GA-model brengt de goederenmarkt, het monetaire beleid en het geaggregeerd aanbod samen tot één samenhangend conjunctuurmodel. Dit onderwerp behandelt de IS-curve (rente en bestedingen), de MB-curve (de beleidsregel van de centrale bank), het geaggregeerd aanbod (output gap en inflatie), en de manier waarop vraag- en aanbodschokken via dit model doorwerken en met beleid worden gestabiliseerd.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Verdieping 4
basisniveau
Het IS-MB-GA-model is een verdiepend, samenhangend model binnen domein I; beheers eerst de losse bouwstenen (bestedingen, rente, output gap, inflatie).
verhoogd niveau
Verdieping: schokken door het hele model heen volgen (IS → GA → MB → terug) en de korte- versus langetermijnaanpassing beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De IS-curve
IS-curve
Hogere rente → lagere bestedingen → lagere output ; een vraagschok verandert en verschuift de curve.
De IS-curve is Y = 20 − 2r (Y in miljard euro, r in %). Bereken de output bij een rente van 4% en bij 6%, en leg uit wat een verschuiving naar Y = 26 − 2r betekent.
miljard.
miljard: een hogere rente geeft een lagere output (beweging langs de curve).
ligt bij elke rente 6 hoger: een positieve vraagschok (bijvoorbeeld extra overheidsbestedingen) heeft de IS-curve naar rechts verschoven.
Resultaat: Bij r = 4% is Y = 12 en bij r = 6% is Y = 8; de nieuwe curve Y = 26 − 2r toont een rechtwaartse verschuiving door een positieve vraagschok.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De IS-curve is Y = 30 − 3r. Bereken de output bij r = 2% en r = 5%. Teken wat er gebeurt als een exportdaling de autonome bestedingen verlaagt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (conjunctuur, vwo) (CvTE / Examenblad)
De MB-curve (beleidsregel)
Monetaire-beleidsregel
De centrale bank verhoogt de rente als de inflatie stijgt (); een steilere curve = feller anti-inflatiebeleid.
De centrale bank volgt de regel r = 1 + 1,5π. De inflatie stijgt van 2% naar 4%. Bepaal de rente die de bank in beide gevallen zet en leg uit hoe dit de output via de IS-curve beïnvloedt.
.
.
De rente stijgt van 4% naar 7%; langs de IS-curve daalt de output daardoor, wat de overbesteding en de inflatie afremt.
Resultaat: De bank verhoogt de rente van 4% naar 7% als de inflatie naar 4% loopt; via de IS-curve drukt die hogere rente de output en daarmee de inflatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De centrale bank volgt r = 0,5 + 2π. Bereken de rente bij een inflatie van 1%, 2% en 3%. Leg uit of deze bank fel of mild op inflatie reageert vergeleken met de regel r = 1 + 1,5π.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (conjunctuur, vwo) (CvTE / Examenblad)
De GA-curve
Geaggregeerd aanbod / Phillips
Boven de potentiële output (positieve output gap) versnelt de inflatie; een aanbodschok verandert .
De GA-curve is π = 0,5Y − 3, met potentiële output Y* = 10 (waar π = 2%). Bereken de inflatie bij Y = 10, Y = 14 en Y = 8, en benoem telkens de output gap.
; output gap nul, inflatie stabiel op de doelstelling.
; positieve output gap (overbesteding), inflatie versnelt.
; negatieve output gap (onderbesteding), inflatie vertraagt.
Resultaat: Bij de potentiële output (10) is de inflatie 2%; bij Y = 14 loopt ze op naar 4% (positieve gap) en bij Y = 8 zakt ze naar 1% (negatieve gap).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De GA-curve is π = 0,4Y − 2 met potentiële output Y* = 10. Bereken de inflatie bij Y = 10 en Y = 13. Wat gebeurt er met de curve bij een sterke stijging van de olieprijs?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (conjunctuur, vwo) (CvTE / Examenblad)
Een vraagschok verschuift de IS-curve
Vraagschok en stabilisatie
De IS-verschuiving verhoogt eerst output en inflatie; de rentereactie brengt de output terug naar het potentieel.
Een economie zit in evenwicht op de potentiële output met 2% inflatie. Door een exportboom neemt de autonome vraag sterk toe. Beschrijf stap voor stap wat er in het IS-MB-GA-model gebeurt met output, inflatie en rente, op korte en op lange termijn.
De positieve vraagschok schuift de IS-curve naar rechts: bij de bestaande rente stijgt de output boven het potentieel (positieve output gap).
Door de positieve output gap versnelt de inflatie langs de GA-curve boven de 2%.
Omdat de inflatie boven de doelstelling stijgt, verhoogt de centrale bank via haar MB-regel de rente.
De hogere rente drukt langs de IS-curve de bestedingen en de output weer terug naar het potentieel; de inflatie stabiliseert. Nieuw evenwicht: output op het potentieel, maar bij een hogere rente.
Resultaat: Kort na de schok stijgen output en inflatie; de centrale bank verhoogt de rente, waardoor de output terugkeert naar het potentieel en de inflatie stabiliseert — bij een blijvend hogere rente.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een economie wordt getroffen door een sterke stijging van de energieprijzen. Beschrijf met het IS-MB-GA-model wat er met de GA-curve, de output en de inflatie gebeurt, en leg uit voor welk dilemma de centrale bank komt te staan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (conjunctuur, vwo) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad