De centrale bank bewaakt de prijsstabiliteit met de rente en de geldhoeveelheid. Dit onderwerp behandelt geld en geldschepping door banken, de oorzaken en gevolgen van inflatie, de doelstelling en instrumenten van de ECB, en het transmissiemechanisme waarlangs een renteverandering doorwerkt naar de bestedingen en de inflatie.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: geld, inflatie, de rol van de centrale bank en de rente horen tot domein I.
verhoogd niveau
Verdieping: het geldscheppingsproces en het transmissiemechanisme stap voor stap beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Geldschepping door kredietverlening
Maatschappelijke geldhoeveelheid
Het grootste deel is giraal (banktegoeden); banken scheppen giraal geld via kredietverlening.
Een klant stort €1000 chartaal op zijn rekening bij bank A. De bank houdt 10% als reserve aan en leent de rest uit. Leg uit hoeveel nieuw giraal geld er in deze eerste stap ontstaat en waarom de totale geldschepping veel groter kan zijn.
Bank A houdt reserve en leent uit.
De €900 lening wordt als girale tegoed bijgeschreven bij de lener: er is €900 nieuw giraal geld ontstaan dat er eerst niet was.
De €900 wordt besteed en belandt als deposito bij een andere bank, die er (op 10% na) €810 van kan uitlenen, enzovoort. Elke ronde schept opnieuw giraal geld, zodat het totaal een veelvoud van de €1000 kan worden.
Resultaat: In de eerste stap ontstaat €900 nieuw giraal geld; door de opeenvolgende leenrondes kan de totale geldschepping oplopen tot een veelvoud van de oorspronkelijke €1000.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat er met de maatschappelijke geldhoeveelheid gebeurt als huishoudens en bedrijven massaal leningen aflossen en nauwelijks nieuwe leningen aangaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (geld en monetair beleid) (CvTE / Examenblad)
Het inflatiepercentage over de tijd
Inflatiepercentage
De procentuele stijging van de consumentenprijsindex ten opzichte van een jaar eerder.
De CPI stijgt van 125 (2022) naar 130 (2023). Bereken het inflatiepercentage. De stijging komt vooral door sterk gestegen energieprijzen. Benoem de soort inflatie en beoordeel of vraagbeleid de oorzaak aanpakt.
.
De oorzaak ligt aan de kostenkant (energie): dit is kosteninflatie (aanbodinflatie).
Vraagbeleid (bestedingen afremmen) raakt de oorzaak — de dure energie — niet rechtstreeks; het zou de inflatie alleen dempen door de economie af te koelen, ten koste van groei en werk.
Resultaat: De inflatie is 4%; het is kosteninflatie (energie), waartegen vraagbeleid de oorzaak niet aanpakt — het kan de inflatie alleen indirect (en met economische schade) dempen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De CPI stijgt van 110 naar 115,5. Bereken het inflatiepercentage. Leg uit wie er koopkracht verliest en wie wint, gegeven een spaarrente van 2%.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (geld en monetair beleid) (CvTE / Examenblad)
Doelstelling en instrumenten van de centrale bank
Doelstelling
Hoofdinstrument: de beleidsrente; verder open-markttransacties en reserve-eisen.
De inflatie in de eurozone loopt op tot 6%, ruim boven de doelstelling van 2%. Leg uit welke kant de ECB de beleidsrente op stuurt en waarom, en noem een mogelijk nadeel.
De ECB wil de inflatie terugbrengen naar ongeveer 2%; ze moet de bestedingen (de effectieve vraag) afremmen.
Ze verhoogt de beleidsrente: lenen wordt duurder en sparen aantrekkelijker, zodat consumptie en investeringen afnemen en de opwaartse druk op de prijzen vermindert.
Een hogere rente remt ook de economische groei en kan de werkloosheid verhogen; het beleid dempt de inflatie ten koste van de bedrijvigheid.
Resultaat: De ECB verhoogt de beleidsrente om via duurder krediet de bestedingen en dus de inflatie te dempen; het nadeel is lagere groei en mogelijk meer werkloosheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De economie zit in een diepe recessie met bijna nul inflatie. Leg uit welke kant de ECB de beleidsrente op stuurt en via welke kanalen dat de bestedingen zou moeten stimuleren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (geld en monetair beleid) (CvTE / Examenblad)
Het transmissiemechanisme (rentekanaal)
Transmissie (rentekanaal)
Een lagere rente stimuleert de bestedingen en, bij volledige benutting, de inflatie; met 1 tot 2 jaar vertraging.
De ECB verlaagt de beleidsrente met 1 procentpunt om een dreigende recessie te bestrijden. Beschrijf via het rente- en het wisselkoerskanaal hoe dit de bestedingen beïnvloedt, en waarom het effect pas na verloop van tijd zichtbaar is.
Lenen wordt goedkoper: bedrijven investeren meer (meer projecten hebben een positieve netto contante waarde) en huishoudens lenen en consumeren meer. De effectieve vraag stijgt en werkt via de multiplier door.
De lagere rente maakt de euro minder aantrekkelijk, waardoor die in waarde daalt; de export wordt goedkoper en de import duurder, wat de netto-uitvoer en de vraag verhoogt.
Investerings- en consumptiebeslissingen kosten tijd, en het multiplierproces loopt in rondes; daardoor werkt de renteverlaging pas na ongeveer een tot twee jaar volledig door in productie en inflatie.
Resultaat: Via goedkoper krediet (rentekanaal) en een zwakkere euro (wisselkoerskanaal) stijgt de effectieve vraag; door de tijd die beslissingen en het multiplierproces kosten, is het effect pas na één tot twee jaar volledig zichtbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De ECB verhoogt de rente om de inflatie te bestrijden. Beschrijf stap voor stap hoe dit via het transmissiemechanisme de bestedingen en de inflatie afremt, en noem een reden waarom het effect kan tegenvallen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (geld en monetair beleid) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad