Met haar uitgaven en inkomsten beïnvloedt de overheid de conjunctuur. Dit onderwerp behandelt de overheidsbegroting, het begrotingssaldo en de EMU-schuld (schuldquote), de automatische stabilisatoren en het anticyclische begrotingsbeleid, en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën met de Europese begrotingsregels.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de begroting, het saldo, de schuldquote en anticyclisch beleid horen tot domein I.
verhoogd niveau
Verdieping: automatische stabilisatoren en de houdbaarheid van de schuld (nominale groei versus rente) beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Een vereenvoudigde overheidsbegroting
Begrotingssaldo
Negatief = tekort (lenen); positief = overschot (aflossen).
De overheid raamt inkomsten van €340 mld en uitgaven van €360 mld. Bereken het begrotingssaldo en leg uit wat het voor de staatsschuld betekent. Wat gebeurt er met het saldo als door hoogconjunctuur de belastingopbrengst met €25 mld stijgt?
mld: een begrotingstekort.
Een tekort wordt met lenen gedekt, dus de staatsschuld neemt met €20 mld toe.
De inkomsten stijgen naar €365 mld; het saldo wordt mld, een overschot: de conjunctuur verbetert het saldo automatisch.
Resultaat: Het begrotingssaldo is −€20 mld (tekort, schuld stijgt); bij €25 mld extra belastingopbrengst slaat het om naar een overschot van €5 mld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De overheid heeft inkomsten van €300 mld en uitgaven van €315 mld. Bereken het saldo. Als de overheid €10 mld extra investeert en de belastingopbrengst gelijk blijft, wat wordt dan het nieuwe saldo?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (overheid en conjunctuur) (CvTE / Examenblad)
De schuldquote over de tijd
Schuldquote
Schuld als percentage van het bbp; daalt als het bbp sneller groeit dan de schuld.
Europese begrotingsregels
Grenzen uit het Stabiliteits- en Groeipact.
Een land heeft een EMU-schuld van €500 mld bij een bbp van €800 mld. Bereken de schuldquote. Het jaar erop groeit het nominale bbp naar €850 mld en stijgt de schuld naar €510 mld. Bereken de nieuwe schuldquote en beoordeel de ontwikkeling.
.
.
Hoewel de schuld in euro's steeg (van 500 naar 510), daalde de quote (van 62,5% naar 60%) doordat het bbp harder groeide dan de schuld: het land ‘groeit eruit’.
Resultaat: De schuldquote daalt van 62,5% naar 60,0%: doordat het nominale bbp sneller groeit dan de schuld, daalt de schuldlast ondanks de hogere schuld in euro's.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een land heeft een schuld van €900 mld bij een bbp van €1500 mld. Bereken de schuldquote en toets die aan de 60%-norm. Hoeveel zou het bbp moeten groeien (bij gelijke schuld) om de quote tot 60% te laten dalen?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (overheid en conjunctuur) (CvTE / Examenblad)
Automatische stabilisatoren in een laagconjunctuur
Anticyclisch beleid
Tegen de conjunctuur in, om de output gap te sluiten; procyclisch beleid versterkt de golf juist.
Tijdens een recessie besluit een regering fors te bezuinigen om het oplopende begrotingstekort te beperken. Beoordeel of dit anticyclisch of procyclisch is en wat het effect op de conjunctuur is.
De economie zit in een recessie (onderbesteding); de overheid verlaagt haar bestedingen (bezuinigt).
Minder overheidsbestedingen in een recessie versterkt de vraaguitval in plaats van die te dempen: dit is procyclisch beleid.
Via de multiplier verkleint de bezuiniging de effectieve vraag verder, waardoor de productie en werkgelegenheid nog meer teruglopen — de recessie verdiept.
Resultaat: Bezuinigen in een recessie is procyclisch: het versterkt de neergang via de multiplier. Anticyclisch (stimulerend) beleid zou de recessie juist dempen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de werkloosheidsuitkering (WW) en de progressieve inkomstenbelasting samen als automatische stabilisatoren werken in zowel een hoog- als een laagconjunctuur.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (overheid en conjunctuur) (CvTE / Examenblad)
Begrotingsregels en houdbaarheid
Houdbaarheidsvoorwaarde
Groeit het nominale bbp harder dan de rente, dan daalt de schuldquote vanzelf.
Een land heeft een schuldquote van 80%. De rente op de staatsschuld is 2% en het nominale bbp groeit met 4% per jaar. Beoordeel of de schuldquote bij een klein tekort stijgt of daalt, en leg uit waarom.
De nominale groei (4%) ligt boven de rente op de schuld (2%).
Omdat het bbp (de noemer) harder groeit dan de schuld door de rente aandikt, daalt de schuldquote — het land ‘groeit eruit’, zelfs bij een bescheiden tekort.
Zou de rente boven de groei uitkomen (bijvoorbeeld door een rentestijging), dan keert dit om en dreigt een oplopende, mogelijk onhoudbare schuld.
Resultaat: Doordat de nominale groei (4%) de rente (2%) overtreft, daalt de schuldquote bij een klein tekort vanzelf: de schuld is voorlopig houdbaar, maar dat draait om als de rente boven de groei komt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een land heeft een schuldquote van 100%, een rente van 3% en een nominale groei van 1,5%. Beoordeel of de schuld houdbaar is en welk gevaar dreigt, en welk beleid de houdbaarheid zou kunnen verbeteren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein I (overheid en conjunctuur) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad