De markt verdeelt inkomens vaak scheef; de overheid herverdeelt via belastingen en uitkeringen. Dit onderwerp behandelt de weg van primair naar secundair inkomen, de Lorenzcurve en de Ginicoëfficiënt als maatstaven van ongelijkheid, en de herverdeling via progressieve belastingen en uitkeringen, met de afruil tussen gelijkheid en doelmatigheid.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: inkomensverdeling, de Lorenzcurve, de Ginicoëfficiënt en herverdeling horen tot domein H.
verhoogd niveau
Verdieping: de Ginicoëfficiënt uit een Lorenzcurve berekenen en de afruil tussen gelijkheid en doelmatigheid beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van primair naar secundair inkomen
Van primair naar secundair inkomen
De herverdeling door de overheid.
Gebruik Afb. 1. Bereken de verhouding tussen het hoge en het lage inkomen vóór en ná herverdeling en beoordeel of er sprake is van nivellering.
: het hoge inkomen is 9 keer het lage.
: na herverdeling nog maar 3,75 keer zo groot.
De verhouding daalt van 9 naar 3,75: de relatieve verschillen zijn kleiner geworden, dus er is sprake van nivellering.
Resultaat: De inkomensverhouding daalt van 9 naar 3,75 door de herverdeling: de belastingen en uitkeringen werken nivellerend.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een laag inkomen van €12.000 ontvangt €4.000 toeslag; een hoog inkomen van €80.000 betaalt €24.000 belasting. Bereken beide secundaire inkomens en de inkomensverhouding vóór en ná herverdeling, en beoordeel de nivellering.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein H (welvaart en groei) (CvTE / Examenblad)
De Lorenzcurve
In een land verdient de armste 20% van de bevolking 5% van het inkomen, de armste 40% samen 15%, en de armste 80% samen 55%. Leg uit hoe je deze punten op een Lorenzcurve zet en wat ze over de ongelijkheid zeggen.
Zet cumulatief % bevolking op de x-as en cumulatief % inkomen op de y-as: (20; 5), (40; 15), (80; 55), plus (0; 0) en (100; 100).
Bij volkomen gelijkheid zou (20; 20), (40; 40), (80; 80) gelden; de werkelijke punten liggen er ver onder.
De armste 20% heeft maar 5% (in plaats van 20%): de curve zakt sterk door, dus de verdeling is behoorlijk ongelijk.
Resultaat: De punten (20; 5), (40; 15), (80; 55) liggen duidelijk onder de diagonaal; hoe verder de curve doorzakt, hoe ongelijker de inkomensverdeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken (schetsmatig) de Lorenzcurve bij de verdeling: armste 20% heeft 8%, armste 60% heeft 35%, armste 80% heeft 55%. Ligt deze verdeling dichter bij of verder van volkomen gelijkheid dan die in het voorbeeld hierboven?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein H (welvaart en groei) (CvTE / Examenblad)
Ginicoëfficiënt uit kwintielen
Ginicoëfficiënt
= oppervlak tussen diagonaal en Lorenzcurve; 0 = volkomen gelijk, 1 = volkomen ongelijk.
Gebruik de cumulatieve inkomensaandelen uit Afb. 3 (0; 5; 15; 30; 55; 100%). Bereken met de trapeziummethode het oppervlak onder de Lorenzcurve en daaruit de Ginicoëfficiënt.
Bevolking in stappen van 0,2; cumulatief inkomen: 0; 0,05; 0,15; 0,30; 0,55; 1,00.
.
.
; .
Resultaat: Het oppervlak onder de Lorenzcurve is 0,31, dus A = 0,19 en de Ginicoëfficiënt is 0,38 — een matig tot vrij ongelijke verdeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een verdeling heeft cumulatieve inkomensaandelen 0; 8; 20; 38; 62; 100% per kwintiel. Bereken met de trapeziummethode de Ginicoëfficiënt en vergelijk de ongelijkheid met die in het voorbeeld (Gini 0,38).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein H (welvaart en groei) (CvTE / Examenblad)
Progressief belastingtarief
Gemiddeld en marginaal tarief
Bij een progressief stelsel stijgt het gemiddelde tarief met het inkomen en ligt het marginale erboven.
In een schijvenstelsel geldt: over de eerste €30.000 een tarief van 20%, over het meerdere 45%. Bereken voor iemand met een inkomen van €50.000 de totale belasting, het gemiddelde tarief en het marginale tarief.
.
Over de resterende : .
; gemiddeld tarief .
Over de laatste (volgende) euro betaalt hij 45%: het marginale tarief is 45%, hoger dan het gemiddelde (30%).
Resultaat: De totale belasting is €15.000, het gemiddelde tarief 30% en het marginale tarief 45%; het progressieve stelsel laat het gemiddelde tarief onder het marginale liggen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een stelsel geldt 25% over de eerste €40.000 en 50% over het meerdere. Bereken voor een inkomen van €70.000 de totale belasting, het gemiddelde en het marginale tarief, en leg uit of dit stelsel nivellerend werkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein H (welvaart en groei) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad