Wanneer beslissingen van partijen elkaar beïnvloeden, analyseer je hun gedrag met speltheorie. Dit onderwerp behandelt de uitbetalingsmatrix, de dominante strategie en het Nash-evenwicht, het gevangenendilemma waarin individueel rationeel gedrag tot een collectief suboptimale uitkomst leidt, en de manieren waarop binding, herhaling en de overheid samenwerking kunnen bevorderen.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: de uitbetalingsmatrix, de dominante strategie en het gevangenendilemma horen tot domein F (samenwerken en onderhandelen).
verhoogd niveau
Verdieping: het Nash-evenwicht bepalen ook zonder dominante strategie en beredeneren hoe herhaling en binding een dilemma doorbreken.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Uitbetalingsmatrix van een prijzenspel
Gebruik Afb. 1. Bepaal voor bedrijf A wat de beste keuze is als B een hoge prijs kiest, en wat de beste keuze is als B een lage prijs kiest.
A vergelijkt zijn winst: hoge prijs geeft 10, lage prijs geeft 12. A kiest de lage prijs (12 > 10).
A vergelijkt: hoge prijs geeft 2, lage prijs geeft 5. A kiest opnieuw de lage prijs (5 > 2).
Wat B ook doet, A kiest steeds de lage prijs: de lage prijs is voor A de beste reactie in beide gevallen.
Resultaat: Voor A is de lage prijs in beide gevallen de beste reactie (12 > 10 en 5 > 2); dat maakt de lage prijs voor A een dominante strategie (§2).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee landen kunnen wel of niet een handelstarief instellen. Stel zelf een plausibele 2×2-uitbetalingsmatrix op waarin een tarief individueel aantrekkelijk lijkt, en licht per cel toe wat er gebeurt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein F (samenwerken en onderhandelen) (CvTE / Examenblad)
Nash-evenwicht in het prijzenspel
Nash-evenwicht
Iedereen speelt zijn beste reactie op de keuze van de ander.
Gebruik Afb. 2. Bepaal of A en B een dominante strategie hebben en welke cel het Nash-evenwicht is. Leg uit waarom niemand vanuit die cel eenzijdig wil afwijken.
B hoog → A kiest laag (12 > 10); B laag → A kiest laag (5 > 2). ‘Laag’ is dominant voor A.
Door symmetrie geldt hetzelfde voor B: ‘laag’ is ook voor B dominant.
Beide dominante strategieën samen geven de cel (laag; laag) met uitbetaling (5; 5).
Vanuit (laag; laag) zou A door naar ‘hoog’ te gaan slechts 2 krijgen in plaats van 5; hetzelfde geldt voor B. Niemand wint door eenzijdig af te wijken: het is een Nash-evenwicht.
Resultaat: Beide bedrijven hebben ‘lage prijs’ als dominante strategie; het Nash-evenwicht is (laag; laag) met uitbetaling (5; 5), en geen speler kan er eenzijdig op vooruitgaan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een 2×2-spel zijn de uitbetalingen (A; B): (linksboven) 3; 3, (rechtsboven) 1; 4, (linksonder) 4; 1, (rechtsonder) 2; 2. Bepaal de dominante strategieën (indien aanwezig) en het Nash-evenwicht.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein F (samenwerken en onderhandelen) (CvTE / Examenblad)
Het gevangenendilemma
Gebruik Afb. 3 (jaren straf, minder is beter). Toon aan dat bekennen voor beide verdachten dominant is, geef het Nash-evenwicht, en leg uit waarom die uitkomst suboptimaal is.
Als B zwijgt: A zwijgt → 1 jaar, A bekent → 0 jaar; bekennen is beter. Als B bekent: A zwijgt → 10 jaar, A bekent → 5 jaar; bekennen is beter. Bekennen is dominant.
Door symmetrie is bekennen ook voor B dominant.
Beide bekennen: (bekennen; bekennen) met (5; 5).
Bij (zwijgen; zwijgen) zouden beiden slechts 1 jaar krijgen — voor allebei beter dan 5. Maar die uitkomst is niet stabiel: elk heeft de prikkel om alsnog te bekennen. Het rationele individuele gedrag leidt tot de slechtere gezamenlijke uitkomst.
Resultaat: Bekennen is voor beiden dominant, dus (bekennen; bekennen) = (5; 5) is het Nash-evenwicht; toch is (zwijgen; zwijgen) = (1; 1) beter voor beiden — het evenwicht is suboptimaal.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee vissersvloten kunnen matig of intensief vissen. Intensief vissen levert op korte termijn meer op, maar samen leegvissen schaadt beide. Stel een uitbetalingsmatrix op die de structuur van een gevangenendilemma heeft en wijs het suboptimale Nash-evenwicht aan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein F (samenwerken en onderhandelen) (CvTE / Examenblad)
Uitwegen uit het gevangenendilemma
Twee bedrijven zitten in een prijzen-gevangenendilemma waarin onderbieden op korte termijn loont. Leg uit waarom zij bij een langdurige, herhaalde relatie eerder de hoge prijs (samenwerking) volhouden dan bij een eenmalige transactie.
Bij één ontmoeting is onderbieden dominant: er is geen toekomst waarin de ander kan terugslaan, dus beide belanden in de lage-prijs-uitkomst.
Bij voortdurende herhaling weet elk bedrijf dat onderbieden vandaag morgen wordt beantwoord met een prijzenoorlog, die de toekomstige winst uitholt.
Zolang het verlies aan toekomstige winst door vergelding groter is dan de eenmalige extra winst van onderbieden, loont het om de hoge prijs (samenwerking) vol te houden.
Resultaat: In een herhaalde relatie weegt de dreiging van toekomstige vergelding zwaarder dan de eenmalige winst van onderbieden, zodat samenwerking (de hoge prijs) stabieler wordt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom internationale klimaatafspraken de structuur van een gevangenendilemma hebben en welke van de drie mechanismen (binding, herhaling, overheid/verdrag) nodig is om landen tot samenwerking te bewegen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein F (samenwerken en onderhandelen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen