Veel economische beslissingen worden genomen onder onzekerheid en met ongelijk verdeelde informatie. Dit onderwerp behandelt risico en risicoaversie (afnemend grensnut), het verzekeren via pooling en de wet van de grote aantallen, en de twee klassieke informatieproblemen — averechtse selectie en moreel wangedrag — met de maatregelen die verzekeraars en markten ertegen nemen.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: risico, verzekeren, averechtse selectie en moreel wangedrag horen tot domein G (risico en informatie).
verhoogd niveau
Verdieping: risicoaversie afleiden uit een concave nutsfunctie en de zelfversterkende spiraal van averechtse selectie beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Concave nutsfunctie en risicoaversie
Verwachte waarde
Gemiddelde van de uitkomsten, gewogen met hun kansen.
Risicoaversie
Het verwachte nut van een gok ligt onder het nut van de zekere verwachte waarde.
Een persoon met nutsfunctie U = √x staat voor een loterij: 50% kans op €0 en 50% kans op €100. Bereken de verwachte waarde, het verwachte nut en het zekerheidsequivalent, en bepaal de maximale risicopremie.
.
.
Het zekere bedrag met hetzelfde nut: . De persoon is de loterij dus maar €25 waard.
: zoveel is hij bereid op te geven om van het risico af te zijn.
Resultaat: De verwachte waarde is €50, het verwachte nut 5 en het zekerheidsequivalent €25; de persoon betaalt tot €25 risicopremie om de gok te vermijden — hij is risicoavers.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een gok geeft 20% kans op €500 en 80% kans op €0. Bereken de verwachte waarde. Leg uit waarom een risicoavers persoon minder dan dit bedrag als zeker alternatief zou accepteren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein G (risico en informatie) (CvTE / Examenblad)
Opbouw van een verzekeringspremie
Nettopremie (verwachte schade)
Het bedrag dat de verzekeraar gemiddeld per polis moet uitkeren.
Brutopremie
De premie die de klant betaalt; ligt boven de verwachte schade.
Een verzekeraar verzekert 50.000 fietsen. De kans op diefstal is 3% per jaar en de gemiddelde schade €400. De verzekeraar hanteert een opslag van 40% boven de verwachte schade. Bereken de verwachte schade per polis, de brutopremie en de totale verwachte uitkering.
(nettopremie).
per polis.
Verwacht aantal diefstallen: ; totale uitkering .
Door de grote aantallen ligt het werkelijke aantal diefstallen dicht bij 1500, zodat de premie-inkomsten () de schade plus kosten dekken.
Resultaat: De nettopremie is €12, de brutopremie €16,80, en de verwachte totale uitkering €600.000; door de grote aantallen is dit een goed voorspelbare, kostendekkende pool.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De kans op een woningbrand is 0,5% per jaar en de gemiddelde schade €80.000. Bereken de nettopremie en leg uit waarom een individuele huiseigenaar zich toch verzekert, ook al betaalt hij met de opslag gemiddeld meer dan de verwachte schade.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein G (risico en informatie) (CvTE / Examenblad)
De spiraal van averechtse selectie
Een pool bestaat uit evenveel lage-risicoklanten (verwachte schade €100) als hoge-risicoklanten (verwachte schade €500). De verzekeraar kan de twee groepen niet onderscheiden en zet één premie op de gemiddelde schade. Leg uit wat er gebeurt en hoe een verplichte verzekering dit oplost.
Gemiddelde verwachte schade: ; de premie wordt (afgezien van opslag) €300.
Voor lage-risicoklanten (schade €100) is €300 veel te duur; velen zeggen de verzekering op.
In de pool blijven vooral hoge risico's over; de gemiddelde schade stijgt richting €500, dus moet de premie omhoog — de spiraal van Afb. 3.
Een verplichte verzekering houdt ook de lage risico's in de pool, zodat de gemiddelde schade (€300) en dus de premie stabiel blijven.
Resultaat: Zonder onderscheid drijven de lage risico's uit de pool en stijgt de premie in een spiraal; een verzekeringsplicht (of risicodifferentiatie via screening) houdt de pool in stand.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een verzekeraar die vrijwillige overlijdensrisicoverzekeringen aanbiedt zonder medische keuring, uiteindelijk vooral ongezonde klanten aantrekt, en welke maatregel dit tegengaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein G (risico en informatie) (CvTE / Examenblad)
Informatieproblemen en hun oplossingen
Bij een zorgverzekering zonder eigen risico gaan verzekerden gemiddeld 6 keer per jaar naar de dokter; met een eigen risico van €385 daalt dat naar 4 keer. Leg uit hoe het eigen risico dit veroorzaakt en welk nadeel eraan kleeft.
De verzekerde betaalt zelf niets per bezoek, dus de marginale kosten van een extra bezoek zijn voor hem nul: hij consumeert zorg tot die hem niets meer waard is — moreel wangedrag.
Nu betaalt hij de eerste €385 zelf; elk bezoek kost hem echt geld, dus hij weegt af of het bezoek de moeite waard is en gaat minder vaak.
Het eigen risico beteugelt overconsumptie, maar vermindert ook de zekerheid en kan mensen met een laag inkomen ervan weerhouden nodige zorg te zoeken.
Resultaat: Het eigen risico geeft de verzekerde weer een prikkel om zorggebruik af te wegen (minder moreel wangedrag), maar gaat ten koste van de zekerheid en kan noodzakelijke zorg afremmen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een autoverzekeraar overweegt een black box die het rijgedrag registreert en de premie eraan koppelt. Leg uit welk informatieprobleem dit aanpakt en hoe het de prikkels van de bestuurder verandert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein G (risico en informatie) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad