Beleggen is een vorm van ruilen over de tijd waarbij je koopkracht nu inzet voor een onzekere opbrengst later. Dit onderwerp behandelt de afweging tussen rendement en risico, de kenmerken van aandelen en obligaties, het omgekeerde verband tussen de marktrente en obligatiekoersen, en hoe spreiding (diversificatie) het risico van een portefeuille verkleint.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: rendement, risico en het onderscheid tussen sparen, obligaties en aandelen horen tot domein E.
verhoogd niveau
Verdieping: het rente-koersverband van obligaties en de werking van diversificatie op portefeuilleniveau beredeneren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Het verband tussen rendement en risico
Rendement
Direct rendement (uitkering) plus indirect rendement (koerswinst) als percentage van de inleg.
Rendement-risicoverband
Extra risico wordt beloond met een risicopremie in het verwachte rendement.
Een belegger koopt een aandeel voor €50. Na een jaar is de koers €54 en heeft hij €2 dividend ontvangen. Bereken het totale rendement over dat jaar en splits het in direct en indirect rendement.
, oftewel .
.
.
Resultaat: Het totale rendement is 12%, bestaand uit 8% koerswinst (indirect) en 4% dividend (direct rendement).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een belegger koopt een aandeel voor €80, ontvangt €3 dividend en verkoopt het na een jaar voor €76. Bereken het totale rendement en leg uit of de belegging winst of verlies opleverde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein E (ruilen over de tijd) (CvTE / Examenblad)
Aandeel versus obligatie
Een belegger wil over 2 jaar zeker €10.000 hebben voor een aanbetaling op een huis. Leg uit of hij dit bedrag beter in aandelen of in een veilige obligatie (of spaarrekening) kan zetten, met de begrippen risico en tijdshorizon.
Het bedrag is over 2 jaar nodig en mag niet dalen: een korte horizon met een harde ondergrens.
Aandelen hebben een hoog verwacht rendement maar kunnen op korte termijn flink dalen; het risico dat er over 2 jaar minder dan €10.000 staat, is te groot.
Een spaarrekening of een korte, veilige obligatie geeft een lager maar zeker rendement en behoudt de inleg.
Bij een korte horizon met een harde doelstelling past een veilige belegging beter dan aandelen.
Resultaat: Voor een zeker bedrag over 2 jaar past een spaarrekening of veilige obligatie; aandelen zijn te risicovol op deze korte termijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een obligatiehouder bij een faillissement doorgaans meer van zijn inleg terugkrijgt dan een aandeelhouder, en waarom aandeelhouders daar tegenover een hoger verwacht rendement eisen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein E (ruilen over de tijd) (CvTE / Examenblad)
Obligatiekoers en de marktrente
Koers van een eeuwigdurende obligatie
Omgekeerd verband: hogere marktrente, lagere koers.
Een eeuwigdurende obligatie keert jaarlijks €50 coupon uit. De marktrente is 5%. Bereken de koers. Wat wordt de koers als de marktrente stijgt naar 8%, en wat betekent dat voor een houder die wil verkopen?
(gelijk aan de nominale waarde).
.
De koers daalt van €1000 naar €625: wie nu verkoopt, lijdt €375 koersverlies. De vaste coupon van €50 is bij de hogere marktrente minder waard geworden.
Resultaat: De koers daalt van €1000 (bij 5%) naar €625 (bij 8%); de rentestijging veroorzaakt een koersverlies van €375 voor wie tussentijds verkoopt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een eeuwigdurende obligatie geeft €40 coupon per jaar. Bereken de koers bij een marktrente van 4% en bij 5%, en leg uit in welke richting de koers beweegt als de centrale bank de rente verhoogt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein E (ruilen over de tijd) (CvTE / Examenblad)
Diversificatie verkleint het risico
Uiteenrafeling van risico
Diversificatie neemt het bedrijfsspecifieke (unieke) risico weg; het marktrisico blijft.
Twee aandelen hebben elk een verwacht rendement van 8%. Aandeel A doet het goed als de olieprijs stijgt, aandeel B als die daalt. Leg uit waarom een portefeuille met beide aandelen minder risico heeft dan elk aandeel apart, terwijl het verwachte rendement 8% blijft.
A en B reageren tegengesteld op de olieprijs: als A daalt, stijgt B vaak, en omgekeerd.
In een portefeuille met beide compenseren de bewegingen elkaar deels, zodat het totale rendement veel stabieler is dan dat van A of B alleen.
Beide hebben 8% verwacht rendement, dus de mix ook 8%; alleen het risico daalt — een lager risico zonder rendementsverlies.
Resultaat: Doordat A en B tegengesteld bewegen, dempt de portefeuille de schommelingen: het risico daalt terwijl het verwachte rendement 8% blijft — dat is het voordeel van diversificatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een werknemer die zijn hele spaargeld in aandelen van zijn eigen werkgever belegt, een dubbel risico loopt, en hoe diversificatie dat zou verminderen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein E (ruilen over de tijd) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad