Een markt levert welvaart op die je kunt meten als consumenten- en producentensurplus. Dit onderwerp behandelt het surplus als oppervlakte, de doelmatigheid van het marktevenwicht, het welvaartsverlies (deadweight loss) bij prijsregulering, heffingen en marktmacht, en marktfalen door externe effecten en collectieve goederen — met de rol van de overheid daarbij.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: consumenten- en producentensurplus, doelmatigheid en externe effecten horen tot domein D.
verhoogd niveau
Verdieping: welvaartsverlies berekenen bij heffingen, prijsregulering en marktmacht, en de optimale hoeveelheid bij externe effecten bepalen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Consumenten- en producentensurplus
Consumentensurplus
Driehoek tussen de vraaglijn en de prijslijn.
Producentensurplus
Driehoek tussen de prijslijn en de aanbodlijn; CS + PS = totaal surplus.
De vraag is P = 20 − 2Q en het aanbod P = 2 + Q, met evenwicht (6; €8). Bereken het consumentensurplus, het producentensurplus en het totale surplus.
Vraag bij Q = 0: (maximum). Aanbod bij Q = 0: (minimum).
.
.
.
Resultaat: Het consumentensurplus is 36, het producentensurplus 18 en het totale surplus 54.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De vraag is P = 30 − Q en het aanbod P = 6 + Q. Bereken de evenwichtsprijs en -hoeveelheid en vervolgens het consumenten-, producenten- en totale surplus.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein D (markt) (CvTE / Examenblad)
Voorwaarden voor een doelmatige markt
Doelmatigheidsvoorwaarde
Bij het evenwicht is er geen hoeveelheid die de welvaart nog kan verhogen.
Leg met de begrippen betalingsbereidheid en marginale kosten uit waarom bij de vraag P = 20 − 2Q en het aanbod P = 2 + Q een verhandelde hoeveelheid van 7 (in plaats van het evenwicht 6) de totale welvaart verlaagt.
De vraag geeft : consumenten waarderen de 7e eenheid op €6.
Het aanbod geeft : die eenheid kost €9 om te maken.
De 7e eenheid kost méér (€9) dan hij waard is (€6): het produceren ervan verlaagt het totale surplus met €3.
Resultaat: De 7e eenheid kost meer dan de betalingsbereidheid, dus verhandelen ervan verkleint het surplus; alleen bij het evenwicht (Q = 6) is het totale surplus maximaal.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit onder welke voorwaarden een vrije markt tot een doelmatige uitkomst leidt, en noem twee situaties waarin niet aan die voorwaarden is voldaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein D (markt) (CvTE / Examenblad)
Welvaartsverlies door een heffing
Deadweight loss van een heffing
= daling van de verhandelde hoeveelheid door de ingreep.
De vraag is P = 20 − 2Q en het aanbod P = 2 + Q (evenwicht 6; €8). Een heffing van €3 per product verschuift het aanbod naar P = 5 + Q. Bereken de nieuwe hoeveelheid, de belastingopbrengst en het welvaartsverlies.
; prijs .
voor de overheid.
.
: dit surplus verdwijnt en komt niemand ten goede.
Resultaat: De hoeveelheid daalt naar 5, de belastingopbrengst is €15 en het welvaartsverlies bedraagt 1,5.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De vraag is P = 24 − Q en het aanbod P = 4 + Q. De overheid heft €6 per product. Bereken het nieuwe evenwicht, de belastingopbrengst en het welvaartsverlies.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein D (markt) (CvTE / Examenblad)
Negatief extern effect en overproductie
Negatief extern effect
Maatschappelijke marginale kosten (MMK) boven de private (MPK); markt produceert te veel.
Maatschappelijk optimum
Een corrigerende heffing ter grootte van het externe effect brengt de markt hierheen.
De vraag (maatschappelijke baten) is P = 20 − Q en de private marginale kosten zijn MPK = 2 + 2Q. De productie veroorzaakt milieuschade van €3 per eenheid. Bepaal de markthoeveelheid en de maatschappelijk optimale hoeveelheid, en de heffing die de markt naar het optimum brengt.
De markt kijkt naar de private kosten: .
Tel het externe effect erbij op: .
.
Een heffing van €3 per eenheid (gelijk aan de externe schade) verschuift de private kosten naar de maatschappelijke, zodat de markt vanzelf Q = 5 kiest.
Resultaat: De markt produceert 6, het maatschappelijk optimum is 5; een heffing van €3 per eenheid corrigeert de overproductie en verhoogt de welvaart.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een fabriek heeft private marginale kosten MPK = 4 + Q en veroorzaakt €4 milieuschade per eenheid; de vraag is P = 28 − Q. Bepaal de markthoeveelheid, de optimale hoeveelheid en de corrigerende heffing.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein D (markt) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad