Schaarste is het uitgangspunt van de hele economie: behoeften zijn onbegrensd, maar de middelen om ze te bevredigen zijn beperkt. Daarom moet er gekozen worden, en elke keuze heeft opportuniteitskosten — het beste opgeofferde alternatief. Dit onderwerp behandelt schaarste, de rationele keuze, de productiemogelijkhedencurve met toenemende opportuniteitskosten, en de budgetlijn van de consument.
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: schaarste, keuze, opportuniteitskosten, de productiemogelijkhedencurve en de budgetlijn horen tot de kern van domein B (schaarste) op het centraal examen.
verhoogd niveau
Verdieping: toenemende opportuniteitskosten koppelen aan de bolle vorm van de PMC en de budgetlijn gebruiken om consumentenkeuzes bij prijs- en inkomensveranderingen te analyseren.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van schaarste naar keuze
Een gemeente heeft een braakliggend terrein en een budget van €2 miljoen. Ze kan er een stadspark óf een parkeergarage aanleggen. Leg met de begrippen schaarste en de centrale economische vragen uit waarom de gemeente moet kiezen, en benoem de opportuniteitskosten.
Het terrein en de €2 miljoen zijn beperkte middelen, terwijl er meerdere behoeften zijn (groen én parkeerruimte). De middelen schieten tekort voor beide: er is schaarste, dus er moet gekozen worden.
Wát wordt geproduceerd (park of garage), hóe (met welke productiefactoren: grond, arbeid, kapitaal) en vóór wie (omwonenden die groen willen, of automobilisten die willen parkeren).
Kiest de gemeente voor het park, dan zijn de opportuniteitskosten de gemiste parkeergarage — het beste opgeofferde alternatief. Datzelfde geldt omgekeerd.
Resultaat: Omdat de middelen (terrein en geld) schaars zijn, kan niet in beide behoeften volledig worden voorzien; de gemeente moet de centrale vragen wat/hoe/voor wie beantwoorden en draagt de opportuniteitskosten van het opgegeven alternatief.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom drinkwater uit de kraan in Nederland een schaars goed is, terwijl regenwater dat niet altijd is. Gebruik in je antwoord de begrippen behoefte, middel en opofferen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein B (schaarste) (CvTE / Examenblad)
Opportuniteitskosten van een tijdsbesteding
Beslisregel
Ga door zolang de extra baten de opgeofferde waarde minstens dekken.
Lisa kan tijdens een vrije middag van 4 uur bijbaanwerk doen tegen €13 per uur, of gaan studeren. Ze kiest ervoor 4 uur te studeren. Bereken de opportuniteitskosten van die keuze in euro's en leg uit waarom een reeds gekocht, niet-restitueerbaar studieboek van €40 hier niet meetelt.
Het beste alternatief voor de 4 studie-uren is het bijbaanwerk: aan gemist loon.
De opportuniteitskosten van studeren zijn dus €52 — de waarde van het opgeofferde alternatief.
De €40 voor het boek is al betaald en niet terug te krijgen; het is een verzonken kostenpost die niet van deze keuze afhangt en dus niet meetelt in de opportuniteitskosten.
Resultaat: De opportuniteitskosten van de 4 studie-uren zijn €52 (gemist loon); de €40 van het boek is een verzonken kost en telt niet mee.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ondernemer kan €50.000 op een spaarrekening zetten tegen 3% rente of investeren in een machine. Leg uit wat de opportuniteitskosten van de investering zijn en bij welk rendement de investering rationeel is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein B (schaarste) (CvTE / Examenblad)
Toenemende opportuniteitskosten in een PMC-tabel
De productiemogelijkhedencurve met drie soorten punten
Gebruik de tabel van Afb. 4. Bereken de opportuniteitskosten van de derde stap (van 20 naar 30 eenheden voedsel), uitgedrukt in kleding per eenheid voedsel, en leg uit wat de oplopende reeks over de vorm van de curve zegt.
Van 20 naar 30 voedsel stijgt de productie met 10 voedsel; de kleding daalt van 75 naar 55, dus kleding.
kleding per eenheid voedsel.
De opportuniteitskosten lopen op (10, 15, 20, 25 kleding per stap van 10). Dat oplopen hoort bij een bolle PMC: elke extra eenheid voedsel kost steeds meer kleding.
Resultaat: De opportuniteitskosten van de derde stap zijn 20 kleding, oftewel 2 kleding per eenheid voedsel; de oplopende reeks bevestigt de bolle vorm (toenemende opportuniteitskosten).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een land kan met zijn productiefactoren óf 200 machines óf 500 consumptiegoederen maken, met een bolle PMC daartussen. Leg uit wat er met de PMC gebeurt bij (a) een grote toename van de beroepsbevolking en (b) een technische verbetering die alleen de machinebouw efficiënter maakt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein B (schaarste) (CvTE / Examenblad)
Budgetlijn en een inkomensstijging
Budgetlijn
Alle combinaties die het inkomen precies opmaken bij prijzen en .
Helling van de budgetlijn
De marktruilverhouding tussen de twee goederen.
Een consument heeft €120. Goed X kost €10, goed Y kost €20. Stel de budgetlijn op (y als functie van x) en bepaal de maximale hoeveelheden. Wat gebeurt er met de lijn als de prijs van X daalt naar €6?
. Deel door 20: .
Alles aan X: stuks. Alles aan Y: stuks.
Nu , dus . Het Y-uiteinde (6) blijft gelijk, maar je kunt nu maximaal stuks X kopen: de lijn draait om het punt (0, 6) naar buiten en wordt vlakker.
Resultaat: De budgetlijn is y = 6 − 0,5x (maximaal 12 X of 6 Y). Na de prijsdaling van X wordt het y = 6 − 0,3x: de lijn draait om (0, 6) naar buiten, want X is goedkoper geworden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een student heeft €90 per week. Een maaltijd kost €6 en een bioscoopbezoek €9. Stel de budgetlijn op, bereken de maximale hoeveelheden van elk en teken wat er gebeurt als het weekbudget stijgt naar €120.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie vwo — domein B (schaarste) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad