- Centraal examen (CE) — schriftelijk met rekenmachine
- Het CE toetst de centraal-examenstof van bedrijfseconomie: de persoonlijke financiële zelfredzaamheid, de oprichting van en de overgang naar een rechtspersoon, investeren en financieren, marketing, het vastleggen van financiële informatie (journaalposten en btw), de kosten- en winstvraagstukken (kostprijs en break-even) en de verslaggeving met de balans, de resultatenrekening en de kengetallen. Het is een schriftelijk examen (doorgaans 3 uur) waarin de opgaven in realistische bedrijfscontexten zijn geplaatst; er wordt zowel gerekend (kostprijs, break-evenafzet, netto contante waarde, ratio's, journaalposten) als in woorden uitgelegd, verklaard en beredeneerd.
- Schoolexamen (SE)
- Het SE wordt door de school vastgesteld volgens het PTA en toetst (delen van) de eindtermen die niet of niet volledig in het CE aan bod komen — met name de interne organisatie en het personeelsbeleid, het perspectief op de organisatie (belanghebbenden en maatschappelijk verantwoord ondernemen), de marketing vanuit consument en samenleving, en de keuzeonderwerpen van domein H. Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, die elk ongeveer even zwaar meetellen.
- Beoordeling en normering
- Elke opgave levert scorepunten op volgens een correctievoorschrift; deelscores worden toegekend voor correcte tussenstappen, een juiste berekening met de goede eenheid (€ of %) en boekhoudkundig correcte tekens (debet = credit, kosten negatief, opbrengsten positief). De omzetting van scorepunten naar het CE-cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar en per vak vaststelt — die normering staat niet van tevoren vast.
- Vaardigheden en benaderingswijzen die het examen doorsnijden
- De reken- en benaderingsvaardigheden uit domein A (procenten, btw, indexcijfers, verhoudingen, het lezen en tekenen van grafieken, en de benaderingswijzen geldstroom/goederenstroom, korte/lange termijn en waardekringloop) worden niet los getoetst maar in samenhang met alle inhoudelijke domeinen: correct rekenen, de juiste eenheid vermelden, resultaten passend afronden en financiële informatie in de context van de opgave interpreteren.