Als een onderneming groeit, kiest de ondernemer vaak een andere rechtsvorm. Dit onderwerp behandelt de rechtsvormen en hun aansprakelijkheid (eenmanszaak, vof, bv, nv), de bv en de nv met hun aandelen en aandeelhouders, de opbouw van het aandelenvermogen met agio en reserves, en de winstbestemming (dividend en reservering) met de fiscale verschillen tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting. De centrale vraag is: wie is er aansprakelijk, en wie krijgt de winst?
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: de verschillen tussen de rechtsvormen, het begrip aandeel en de winstbestemming (dividend en reserve) horen tot de kern van domein B3.
verhoogd niveau
Verdieping: de opbouw van het eigen vermogen van een bv (nominaal, agio, reserves) en de fiscale afweging tussen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Rechtsvormen vergeleken
Een vof met twee vennoten gaat failliet met €80.000 schuld. Uit het ondernemingsvermogen komt €50.000. Vennoot A heeft €40.000 privévermogen, vennoot B heeft niets. Leg uit wie de schuldeisers kunnen aanspreken en voor hoeveel.
De schuldeisers krijgen eerst €50.000 uit het ondernemingsvermogen.
Er blijft schuld over.
Elke vennoot is voor de hele restschuld privé aansprakelijk. Omdat B niets heeft, kunnen de schuldeisers de volledige €30.000 bij A halen.
A moet daarna proberen het te veel betaalde deel van B terug te krijgen — een privérisico van de vof-vorm.
Resultaat: De schuldeisers verhalen €50.000 op de zaak en de resterende €30.000 volledig op vennoot A; door de hoofdelijke aansprakelijkheid draait A op voor het aandeel van de failliete medevennoot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een ondernemer met een sterk groeiende, risicovolle eenmanszaak overweegt om te zetten in een bv. Noem twee voordelen en één nadeel van die overstap, en verbind ze met de begrippen aansprakelijkheid en belasting.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)
Aandeelhouders, bestuur en de rechtspersoon
Een bv heeft 10.000 aandelen uitstaan. Een investeerder koopt 3.000 aandelen. Bereken zijn stemaandeel in de AVA en leg uit welke twee rechten hij aan zijn aandelen ontleent.
van de stemmen in de algemene vergadering.
Hij heeft recht op 30% van het uitgekeerde dividend (per aandeel evenveel als elke andere aandeelhouder).
Met 30% is hij een grote maar geen meerderheidsaandeelhouder: hij kan besluiten beïnvloeden maar niet in zijn eentje afdwingen (daarvoor is meer dan 50% nodig).
Resultaat: De investeerder heeft 30% van de stemmen en recht op 30% van het dividend; hij is invloedrijk maar heeft geen meerderheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een onderneming die een zeer grote investering wil doen, vaak kiest voor de nv-vorm met een beursnotering, en welk nadeel dat heeft voor de zeggenschap van de oorspronkelijke eigenaar.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)
Opbrengst van een aandelenemissie
Aandelenkapitaal
Het geplaatste kapitaal tegen de nominale waarde.
Agio(reserve)
De meeropbrengst boven de nominale waarde, apart geboekt als eigen vermogen.
Eigen vermogen van een bv
Vast kapitaal plus de uit winst opgebouwde reserves.
Een bv geeft 8.000 aandelen met een nominale waarde van €5 uit tegen een koers van €8. Enkele jaren later is er €40.000 winst ingehouden in de algemene reserve. Bereken het aandelenkapitaal, de agioreserve, de emissieopbrengst en het eigen vermogen na de winstinhouding.
.
.
(= €40.000 + €24.000).
(aandelenkapitaal + agioreserve + algemene reserve).
Resultaat: Aandelenkapitaal €40.000, agioreserve €24.000, emissieopbrengst €64.000 en na winstinhouding een eigen vermogen van €104.000.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bv plaatst 20.000 aandelen van nominaal €10 tegen een uitgiftekoers van €14. Bereken het aandelenkapitaal, de agioreserve en de totale emissieopbrengst. Bereken het eigen vermogen als er daarna nog €90.000 aan de algemene reserve is toegevoegd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)
Winstbestemming van een bv
Totaal dividend
Dividend per aandeel = dividendpercentage × nominale waarde.
Winstbestemming
De winst na belasting wordt verdeeld over uitkeren (dividend) en inhouden (reserve).
Een bv maakt €150.000 fiscale winst. In dit voorbeeld geldt een vennootschapsbelastingtarief van 25,8%. Van de nettowinst wordt een dividend van €4 per aandeel uitgekeerd op 15.000 aandelen; de rest gaat naar de reserve. Bereken de vennootschapsbelasting, de nettowinst, het totale dividend en de toevoeging aan de reserve.
.
.
.
.
Resultaat: De bv betaalt €38.700 vennootschapsbelasting, houdt €111.300 nettowinst over, keert €60.000 dividend uit en voegt €51.300 aan de reserve toe.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bv met 25.000 aandelen (nominaal €10) maakt €200.000 nettowinst en keert 15% dividend uit. Bereken het totale dividend, het dividend per aandeel en de toevoeging aan de algemene reserve. Leg uit welk effect een hogere reservering heeft op de solvabiliteit.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B3 (van eenmanszaak naar rechtspersoon) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen