Een organisatie staat niet op zichzelf: allerlei partijen hebben er belang bij en beïnvloeden haar. Dit onderwerp behandelt de belanghebbenden (stakeholders) en hun soms tegengestelde belangen, het onderscheid tussen profit- en non-profitorganisaties met hun doelstellingen, het maatschappelijk verantwoord ondernemen (people, planet, profit) en de organisatie in haar omgeving. Deze stof wordt vooral in het schoolexamen getoetst.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: de belanghebbenden, het verschil tussen profit en non-profit en de kern van MVO horen tot domein B4 en komen vooral in het schoolexamen terug.
verhoogd niveau
Verdieping: tegengestelde belangen van stakeholders tegen elkaar afwegen en MVO-keuzes onderbouwen met de driedeling people, planet, profit.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Belanghebbenden en hun belang
Een fabriek wil de kosten verlagen door een goedkoper, maar meer vervuilend productieproces in te voeren. Benoem drie belanghebbenden en leg per partij uit of ze voor of tegen dit besluit zijn en waarom.
Vóór: lagere kosten betekenen een hogere winst en meer dividend.
Tegen: meer vervuiling schaadt de leefomgeving en de gezondheid.
Tegen (of remmend): kan milieuregels handhaven, vergunningen weigeren of boetes opleggen.
De belangen botsen: winst op korte termijn tegenover leefomgeving en mogelijke boetes/reputatieschade op lange termijn.
Resultaat: Aandeelhouders zijn vóór (hogere winst), terwijl omwonenden en de overheid tegen zijn (vervuiling, regels); het bestuur moet de kortetermijnwinst afwegen tegen de langetermijnrisico's.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een supermarktketen besluit de lonen van het winkelpersoneel te verhogen. Benoem vier belanghebbenden en geef per partij aan of het besluit hun belang dient of schaadt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B4 (perspectief op de organisatie) (CvTE / Examenblad)
Profit versus non-profit
Een sportvereniging heeft €60.000 aan contributies en subsidies en geeft dat uit aan trainers, zaalhuur en materiaal voor 400 leden. Een vergelijkbare vereniging bedient met hetzelfde budget 500 leden op hetzelfde niveau. Leg uit welke vereniging doelmatiger is en waarom winst hier niet de juiste maatstaf is.
Vereniging 1: per lid. Vereniging 2: per lid.
Vereniging 2 bereikt hetzelfde niveau met minder middelen per lid (€120 tegen €150), dus zij is doelmatiger.
Een vereniging streeft geen winst na, maar wil haar leden zo goed mogelijk bedienen; succes meet je aan doelbereiking en de kosten per lid, niet aan winst.
Resultaat: Vereniging 2 is doelmatiger (€120 versus €150 per lid); bij een non-profit beoordeel je succes op doelbereiking en doelmatigheid, niet op winst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem voor een ziekenhuis (non-profit) en een kledingwinkel (profit) elk het hoofddoel, de belangrijkste inkomstenbron en de maatstaf waarmee je hun succes zou beoordelen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B4 (perspectief op de organisatie) (CvTE / Examenblad)
De drie P's van MVO
Een kledingbedrijf overweegt over te stappen op biologisch katoen en gecertificeerde fabrieken. Dit verhoogt de inkoopkosten met €4 per kledingstuk, maar het bedrijf verwacht een hogere verkoopprijs (+€6) en meer klanten. Analyseer de keuze met de drie P's.
Gecertificeerde fabrieken betekenen betere arbeidsomstandigheden in de keten — winst voor de people-dimensie.
Biologisch katoen belast het milieu minder (minder pesticiden, water) — winst voor de planet-dimensie.
Per stuk: kosten +€4, opbrengst +€6, dus hogere marge; met meer klanten stijgt de winst ook in volume.
Alle drie de P's verbeteren: hier versterken duurzaamheid en winst elkaar in plaats van te botsen.
Resultaat: De overstap verbetert people en planet én verhoogt de marge met €2 per stuk; MVO en winst gaan hier samen op — een investering die zich terugverdient.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een transportbedrijf overweegt zijn wagenpark te vervangen door elektrische vrachtwagens. Analyseer dit besluit met de drie P's en leg uit waarom de winst op korte termijn kan dalen maar op lange termijn kan stijgen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B4 (perspectief op de organisatie) (CvTE / Examenblad)
De organisatie en haar omgeving
Een klein productiebedrijf betrekt een unieke grondstof van slechts één leverancier en verkoopt zijn product aan veel verschillende klanten. Beoordeel de macht van de leverancier en die van de klanten ten opzichte van dit bedrijf.
Er is maar één leverancier van een onmisbare grondstof; het bedrijf is sterk afhankelijk, dus de leverancier heeft veel macht (kan de prijs opdrijven).
Er zijn veel klanten; het wegvallen van één klant doet weinig pijn, dus de individuele klant heeft weinig macht.
Het bedrijf zit klem aan de inkoopzijde. Het kan de afhankelijkheid verkleinen door alternatieve leveranciers te zoeken of de grondstof deels zelf te maken.
Resultaat: De leverancier heeft veel macht (enige bron van een onmisbare grondstof), de losse klant weinig (veel klanten); het bedrijf is vooral kwetsbaar aan de inkoopzijde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer voor een lokale bakkerij de directe omgeving: noem vier omgevingspartijen en geef per partij aan welke invloed die op de bakkerij heeft en hoeveel macht die partij ongeveer heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein B4 (perspectief op de organisatie) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen