Om samen te kunnen werken, moet een organisatie het werk verdelen en weer coördineren. Dit onderwerp behandelt de arbeidsverdeling (horizontaal en verticaal) en de coördinatie, de organisatiestructuren (lijn-, lijn-staf- en functionele organisatie), het organogram met de span of control en het onderscheid tussen platte en steile organisaties, en de formele naast de informele organisatie. Deze stof wordt vooral in het schoolexamen getoetst.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: arbeidsverdeling, coördinatie, de organisatiestructuren en het organogram vormen de kern van domein C1 en komen vooral in het schoolexamen terug.
verhoogd niveau
Verdieping: de span of control koppelen aan platte versus steile organisaties en de voor- en nadelen van structuren op een casus toepassen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Vormen van arbeidsverdeling
Een cateringbedrijf laat elke kok voortaan één gerecht bereiden in plaats van hele menu's. Leg uit welk voordeel dit oplevert en waarom de behoefte aan coördinatie toeneemt.
Elke kok wordt sneller en beter in zijn ene gerecht; de productiviteit en de kwaliteit stijgen.
De losse gerechten moeten samen op tijd één compleet menu vormen; de timing en de volgorde moeten worden afgestemd.
Er is iemand of een procedure nodig die de bijdragen samenbrengt (planning, doorgeefluik), anders komen de gerechten niet gelijk klaar.
De efficiëntiewinst van specialisatie gaat gepaard met hogere coördinatiekosten; beide moeten in balans zijn.
Resultaat: De specialisatie verhoogt snelheid en kwaliteit, maar vergroot de coördinatiebehoefte: de losse gerechten moeten worden afgestemd tot één menu.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een groeiend webwinkelbedrijf splitst zijn ene 'manusje-van-alles' op in aparte afdelingen voor inkoop, klantenservice en verzending. Leg uit welk voordeel de arbeidsverdeling geeft en welke coördinatieproblemen kunnen ontstaan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C1 (interne organisatie) (CvTE / Examenblad)
Drie organisatiestructuren vergeleken
Een middelgroot bouwbedrijf groeit en heeft steeds vaker specialistisch juridisch en veiligheidsadvies nodig, maar wil de heldere gezagsverhoudingen op de bouwplaats behouden. Welke organisatiestructuur past het best en waarom?
Op de bouwplaats moet elke uitvoerder één baas hebben (eenheid van bevel); dat pleit tegen de functionele vorm.
Er is specialistisch advies (juridisch, veiligheid) nodig zonder dat die specialisten de leiding overnemen.
De lijn-staforganisatie: de lijn houdt de duidelijke gezagslijn, terwijl stafafdelingen advies leveren zonder zeggenschap.
Let op de mogelijke spanning tussen lijn en staf; maak duidelijk dat de staf adviseert en de lijn beslist.
Resultaat: De lijn-staforganisatie past het best: ze behoudt de eenheid van bevel op de bouwplaats en voegt de nodige specialistische advisering toe.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken in woorden (of met een schema) hoe een lijn-staforganisatie eruitziet voor een bedrijf met een directeur, een afdeling productie, een afdeling verkoop en een stafafdeling personeelszaken. Geef aan waar de gezagslijnen lopen en waar het advies loopt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C1 (interne organisatie) (CvTE / Examenblad)
Organogram van een lijn-staforganisatie
Span of control
Klein → steile organisatie (veel lagen); groot → platte organisatie (weinig lagen).
Een organisatie heeft 81 uitvoerende medewerkers. Elke leidinggevende stuurt precies 3 mensen aan (span of control 3). Bereken hoeveel leidinggevende lagen er boven de uitvoerenden nodig zijn tot er één directeur aan de top staat.
teamleiders sturen de 81 uitvoerenden aan.
leidinggevenden sturen de 27 teamleiders aan.
managers sturen de 9 aan.
directeur aan de top. Er zijn dus 4 leidinggevende lagen.
Resultaat: Er zijn 4 leidinggevende lagen nodig; de kleine span of control (3) maakt de organisatie steil. Bij een span of control van 9 zouden 81 → 9 → 1, dus maar 2 lagen, volstaan (een veel plattere organisatie).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bedrijf met 64 uitvoerende medewerkers wil van een span of control van 4 naar 8. Bereken in beide gevallen hoeveel leidinggevende lagen nodig zijn en leg uit welk gevolg dit heeft voor de snelheid en de overheadkosten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C1 (interne organisatie) (CvTE / Examenblad)
Formele versus informele organisatie
Een directie voert een nieuw registratiesysteem in, maar na maanden gebruikt bijna niemand het; iedereen volgt nog de oude werkwijze die een ervaren, populaire collega blijft hanteren. Verklaar dit met het onderscheid formeel–informeel en geef een oplossing.
Officieel is het nieuwe systeem voorgeschreven; het staat in de procedures (de formele organisatie).
Een populaire, ervaren collega is een informele leider; zijn voorbeeld (de oude werkwijze) weegt zwaarder dan het besluit.
De formele verandering is doorgevoerd, maar de informele organisatie beweegt niet mee, waardoor het besluit in de praktijk niet landt.
Betrek de informele leider bij de invoering (uitleg, meedenken), zodat hij de verandering informeel gaat steunen in plaats van blokkeren.
Resultaat: Het besluit strandt op de informele organisatie: de informele leider houdt de oude werkwijze in stand. Door hem mee te krijgen, kan de formele verandering alsnog slagen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef voor een schoolkantine twee voorbeelden van de formele organisatie en twee voorbeelden van de informele organisatie, en leg uit hoe de informele kant het werk kan vergemakkelijken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C1 (interne organisatie) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen