Mensen zijn de belangrijkste én vaak duurste productiefactor. Dit onderwerp behandelt de personeelsplanning, werving en selectie, de beloning met de weg van brutoloon via nettoloon naar loonkosten voor de werkgever, de motivatie en het leiderschap (Maslow en Herzberg) en de personeelskengetallen zoals verloop en ziekteverzuim. Deze stof wordt vooral in het schoolexamen getoetst, maar het rekenen aan lonen en kengetallen kan overal terugkomen.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor iedereen: werving en selectie, de opbouw van het loon en de kengetallen verloop en verzuim horen tot domein C2.
verhoogd niveau
Verdieping: de wig tussen loonkosten en nettoloon doorrekenen en motivatietheorieën gebruiken om personeelsbeleid te onderbouwen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van personeelsbehoefte tot introductie
Personeelsbehoefte
Positief = tekort (werven); negatief = overschot (afbouwen).
Een bedrijf wil volgend jaar 45 productiemedewerkers hebben. Nu zijn er 40, maar 6 gaan met pensioen. Bereken de personeelsbehoefte. Geef één reden om intern en één om extern te werven.
medewerkers blijven over.
nieuwe medewerkers nodig.
Bijvoorbeeld: goedkoper, sneller en motiverend (doorgroeimogelijkheid), en de kandidaat is bekend.
Bijvoorbeeld: nieuwe kennis en frisse ideeën, en een grotere keuze uit kandidaten.
Resultaat: De personeelsbehoefte is 11 nieuwe medewerkers; intern werven is goedkoper en motiverend, extern werven haalt nieuwe kennis en een grotere keuze binnen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een winkelketen wil van 120 naar 140 verkoopmedewerkers, maar verwacht dat 15 mensen dit jaar vertrekken. Bereken de personeelsbehoefte en beargumenteer of de keten beter intern of extern kan werven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)
Van loonkosten naar nettoloon
Nettoloon
Wat de werknemer daadwerkelijk ontvangt.
Loonkosten
Wat de werknemer de werkgever kost — meer dan het brutoloon.
De wig
Het deel dat naar belasting en premies gaat.
Een werknemer heeft een brutoloon van €2800 per maand. De loonheffing is 28% van het brutoloon en de pensioenpremie van de werknemer is €140. De werkgeverslasten zijn 25% van het brutoloon. Bereken het nettoloon, de loonkosten voor de werkgever en de wig.
.
.
.
: dat gaat op aan belasting en premies.
Resultaat: Het nettoloon is €1876, de loonkosten voor de werkgever €3500 en de wig €1624 — bijna de helft van de loonkosten komt niet bij de werknemer terecht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een medewerker verdient €3200 bruto. De loonheffing is 30%, de werknemerspremies €180 en de werkgeverslasten 22% van het brutoloon. Bereken het nettoloon, de loonkosten en de wig.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)
De behoeftehiërarchie van Maslow
Een goedbetaalde medewerker klaagt dat zijn werk saai is en dat niemand ooit ziet wat hij doet; hij overweegt te vertrekken. Verklaar met Maslow en Herzberg waarom een loonsverhoging dit waarschijnlijk niet oplost, en noem een betere maatregel.
De lagere behoeften (loon, zekerheid) zijn al vervuld; het probleem zit in de hogere behoeften: waardering en zelfontplooiing.
Salaris is een hygiënefactor: meer loon voorkomt ontevredenheid maar motiveert nauwelijks. De medewerker mist motivatoren.
Een loonsverhoging raakt niet de oorzaak (saai werk, geen erkenning); de ontevredenheid over die motivatoren blijft.
Geef uitdagender werk, meer verantwoordelijkheid en erkenning (motivatoren) — dat spreekt de hogere behoeften aan.
Resultaat: Loon is een hygiënefactor die al vervuld is; de medewerker mist motivatoren (uitdaging, erkenning). Meer verantwoordelijkheid en waardering motiveren hem beter dan een loonsverhoging.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een team ervaren, zelfstandige specialisten wordt streng en detaillistisch aangestuurd door een nieuwe, autoritaire manager; de motivatie daalt. Verklaar dit met de begrippen leiderschapsstijl en (Herzbergs) motivatoren en geef een advies.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)
Personeelskengetallen
Personeelsverloop
Het deel van het personeel dat in een periode vertrekt.
Ziekteverzuim
Het deel van de werktijd dat door ziekte verloren gaat.
Arbeidsproductiviteit
De gemiddelde productie per voltijdbaan (fte).
Een onderneming heeft een gemiddeld personeelsbestand van 150 medewerkers; dit jaar vertrokken er 12. De 150 medewerkers hebben samen 33.000 beschikbare werkdagen, waarvan 1650 verzuimd zijn door ziekte. Bereken het personeelsverloop en het ziekteverzuim.
.
.
Of 8% verloop en 5% verzuim hoog zijn, blijkt pas uit een vergelijking met eerdere jaren of het branchegemiddelde.
Resultaat: Het personeelsverloop is 8% en het ziekteverzuim 5%; om te beoordelen of dat hoog is, vergelijk je met eerdere jaren of de branche.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bedrijf met gemiddeld 80 medewerkers zag er dit jaar 10 vertrekken. De totale productie is 96.000 stuks bij 60 fte. Bereken het personeelsverloop en de arbeidsproductiviteit per fte.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein C2 (personeelsbeleid) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad