Financieren is het aantrekken van het vermogen waarmee een onderneming haar bezittingen betaalt. Dit onderwerp behandelt het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen, de vormen van lang vreemd vermogen met hun aflossingsschema's (lineair en annuïteit), het korte vreemd vermogen (leverancierskrediet en rekening-courantkrediet) en de rentabiliteit van het eigen vermogen met het hefboomeffect. De rode draad is de afweging tussen rendement en risico: lenen kan de winst voor de eigenaar vergroten, maar ook het risico.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: eigen versus vreemd vermogen, de aflossingsschema's en het korte vreemd vermogen horen tot de kern van domein D2.
verhoogd niveau
Verdieping: het hefboomeffect doorrekenen met REV, RTV en de interestvoet, en de afweging tussen rendement en risico onderbouwen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
De vermogensstructuur van een onderneming
Vermogensstructuur
Het totale vermogen is gelijk aan de totale activa (de balansvergelijking).
Een onderneming met €200.000 eigen vermogen en €300.000 vreemd vermogen (interest 5%) lijdt in een slecht jaar een bedrijfsverlies: het bedrijfsresultaat is €0. Leg uit wie in dat jaar wél en wie niet een vergoeding krijgt, en wat dat betekent voor het risico.
De geldgevers hebben recht op vaste interest: , ongeacht het resultaat.
Bedrijfsresultaat €0 min €15.000 interest = €15.000 verlies, dat het eigen vermogen aantast.
De eigenaren krijgen niets (geen dividend/rendement) en dragen het verlies: hun vermogen daalt naar €185.000.
Vreemd vermogen heeft vaste verplichtingen die ook in slechte jaren doorlopen; eigen vermogen vangt de klappen op. Veel vreemd vermogen vergroot dus het risico.
Resultaat: De geldgevers ontvangen hun vaste €15.000 interest; de eigenaren krijgen niets en dragen het verlies van €15.000. Vreemd vermogen brengt vaste lasten mee die het risico vergroten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een onderneming heeft een totaal vermogen van €800.000, waarvan €500.000 vreemd vermogen. Bereken het eigen vermogen en het aandeel eigen vermogen in procenten, en leg uit welk gevolg een groter aandeel vreemd vermogen heeft voor het risico.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein D2 (financieren) (CvTE / Examenblad)
Lineair aflossingsschema
Interest over de restschuld
De interest daalt bij lineaire aflossing mee met de dalende restschuld.
Annuïteit
Het vaste jaarbedrag; = rente per periode, = aantal perioden.
Voor een lening van €40.000 tegen 5% in 4 jaar: bereken de annuïteit. Vergelijk de totale interest bij annuïteit met die bij lineaire aflossing (€5.000).
; de annuïteit is .
per jaar.
, dus totale interest .
Bij annuïteit betaal je €5.122 interest, bij lineair €5.000: annuïteit kost iets méér interest omdat je in het begin langzamer aflost.
Resultaat: De annuïteit is €11.280,49 per jaar; de totale interest is €5.122, iets meer dan de €5.000 bij lineaire aflossing, in ruil voor een gelijkblijvende jaarlast.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Stel het lineaire aflossingsschema op van een lening van €60.000 tegen 4% in 3 jaar (beginschuld, interest, aflossing, totaal en restschuld per jaar) en bereken de totale interest over de looptijd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein D2 (financieren) (CvTE / Examenblad)
Vormen van kort vreemd vermogen
Effectieve jaarkosten leverancierskrediet
Bij 2% korting en 20 extra dagen: (2/98) × (365/20) ≈ 37% per jaar.
Een leverancier biedt op een factuur van €5.000 een korting voor contant van 2% bij betaling binnen 10 dagen; anders moet het volledige bedrag binnen 30 dagen betaald worden. Bereken de korting in euro's en de effectieve jaarrente van het niet benutten ervan.
: dit loop je mis als je pas na 30 dagen betaalt.
Je betaalt in feite €100 om 20 dagen langer (dag 10 tot dag 30) €4.900 krediet te houden.
voor 20 dagen.
op jaarbasis — extreem duur.
Resultaat: De korting is €100; wie hem misloopt betaalt effectief circa 37% rente per jaar voor 20 dagen extra krediet — vaak duurder dan een gewone lening.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een factuur van €8.000 kent 1,5% korting bij betaling binnen 8 dagen, anders betaling binnen 30 dagen. Bereken de korting in euro's en de effectieve jaarrente van het niet benutten van de korting.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein D2 (financieren) (CvTE / Examenblad)
Het hefboomeffect in twee scenario's
Rentabiliteit totaal vermogen
Winst vóór interest als percentage van het totale vermogen.
Rentabiliteit eigen vermogen
Winst ná interest als percentage van het eigen vermogen.
Hefboomformule
Als RTV > i tilt vreemd vermogen de REV op; als RTV < i drukt het die omlaag.
Een onderneming heeft €200.000 eigen vermogen en €300.000 vreemd vermogen tegen 5% interest. Het bedrijfsresultaat is €50.000. Bereken de RTV, de nettowinst en de REV, en controleer de REV met de hefboomformule.
.
Interest ; nettowinst .
.
.
Resultaat: De RTV is 10%, de nettowinst €35.000 en de REV 17,5%; de hefboomformule bevestigt dat het positieve verschil (RTV − i) via de VV/EV-verhouding de REV opstuwt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een onderneming heeft €300.000 eigen vermogen en €200.000 vreemd vermogen tegen 6% interest, met een bedrijfsresultaat van €40.000. Bereken de RTV, de nettowinst en de REV, en controleer met de hefboomformule of de hefboom positief of negatief werkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein D2 (financieren) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad