Domein H bestaat uit keuzeonderwerpen: verdiepende thema's die de school kiest en uitsluitend in het schoolexamen (SE) toetst — niet in het centraal examen. Dit onderwerp schetst het SE-kader en werkt drie veelgekozen verdiepingen uit: de onderneming en de internationale handel (met wisselkoersen), de verdieping van de kostprijs-, investerings- en risicoanalyse, en corporate governance en duurzaamheid. Het bouwt telkens voort op de eindtermen van de domeinen A tot en met G.
4 Onderdelen~14 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Let op: domein H (keuzeonderwerpen) zit in het schoolexamen, niet in het centraal examen. De school bepaalt welke onderwerpen worden behandeld (zie het PTA).
verhoogd niveau
Verdieping: de gekozen keuzeonderwerpen bouwen voort op eerdere domeinen; beheers eerst A tot en met G, dan is de verdieping een toepassing daarvan.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Voorbeelden van keuzeonderwerpen
Een school kiest als keuzeonderwerp 'de onderneming op de internationale markt'. Leg uit in welk examenonderdeel dit wordt getoetst en op welke eerdere domeinen het voortbouwt.
Keuzeonderwerpen (domein H) zitten in het schoolexamen (SE), niet in het centraal examen.
Internationale afzet is een verbreding van de marketing (domein E): nieuwe markten, doelgroepen en distributie.
Exporteren brengt betalingen in vreemde valuta mee, wat aansluit op financiering (domein D) en het begrip risico.
De analyse ervan gebruikt domein A (rekenen met wisselkoersen, benaderingswijzen).
Resultaat: Het onderwerp wordt in het SE getoetst en verbreedt de marketing (E) en financiering (D) met internationale afzet en valutarisico — een toepassing van bekende begrippen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zoek in het PTA van je eigen school op welke keuzeonderwerpen (domein H) worden behandeld en hoe ze worden getoetst, en benoem per onderwerp op welke kerndomeinen het voortbouwt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein H (keuzeonderwerpen) (CvTE / Examenblad)
Wisselkoers en de exportprijs
Omrekenen met de wisselkoers
Bij €1 = 1100 gelijk aan €1000.
Een exporteur verkoopt goederen voor 1,10. Bereken de verwachte opbrengst in euro's. Wat is de opbrengst als de koers bij ontvangst €1 = $1,25 is, en hoe groot is het koersverlies?
bij de contractkoers.
als de euro sterker is geworden.
minder dan verwacht.
Dit koersrisico kan de exporteur afdekken (een vaste toekomstige koers afspreken) of vermijden door in euro's te factureren.
Resultaat: De verwachte opbrengst is €50.000; bij een sterkere euro (€1 = $1,25) wordt het €44.000, een koersverlies van €6.000 — het koersrisico van internationale handel.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een importeur moet over twee maanden 1,10. Bereken de verwachte kosten in euro's. Bereken de kosten als de koers naar €1 = $1,00 gaat, en geef aan of dit gunstig of ongunstig is voor de importeur.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein H (keuzeonderwerpen) (CvTE / Examenblad)
Scenarioanalyse van een investering
Integrale kostprijs versus direct costing
Bij direct costing reken je alleen de variabele kosten toe; de constante kosten zijn dan een periodekost.
Een investering van €50.000 levert in het verwachte scenario drie jaar lang €20.000 op. De disconteringsvoet is 8%. Bereken de netto contante waarde en leg uit waarom een scenarioanalyse toch verstandig is.
Jaar 1: . Jaar 2: . Jaar 3: .
.
: licht positief.
De marge is klein; vallen de cashflows tegen (pessimistisch scenario), dan wordt de NCW negatief. De scenarioanalyse maakt dat risico zichtbaar.
Resultaat: De verwachte NCW is +€1.542 — positief maar krap; omdat een tegenvaller de NCW negatief maakt, is de investering risicovol, wat de scenarioanalyse blootlegt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een investering van €40.000 levert 3 jaar lang cashflows op; bereken de NCW bij 8% voor een verwacht scenario (€16.000/jaar) en een pessimistisch scenario (€13.000/jaar), en beoordeel het risico.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein H (keuzeonderwerpen) (CvTE / Examenblad)
Governance-organen en hun rol
Bij een beursgenoteerde nv is één persoon zowel bestuursvoorzitter als voorzitter van de raad van commissarissen, en de accountant is een goede vriend van hem. Leg uit welk governanceprobleem hier speelt en welke maatregel dit oplost.
Bestuur en toezicht (RvC) horen gescheiden te zijn; nu controleert de bestuurder in feite zichzelf.
De accountant is niet onafhankelijk (bevriend), dus de controle op de jaarrekening is niet betrouwbaar.
De checks-and-balances vallen weg; de bestuurder heeft ongecontroleerde macht, wat het risico op misbruik en boekhoudfraude vergroot.
Scheid de functies (aparte, onafhankelijke voorzitter van de RvC) en stel een onafhankelijke accountant aan, conform de governancecode.
Resultaat: De scheiding tussen bestuur en toezicht en de onafhankelijkheid van de accountant ontbreken; onafhankelijke commissarissen en een onafhankelijke accountant herstellen de checks-and-balances.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom de scheiding tussen eigendom (aandeelhouders) en leiding (bestuur) bij een grote nv zowel een voordeel als een risico is, en welke twee governance-organen dat risico moeten beheersen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie vwo — domein H (keuzeonderwerpen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad