- Centraal examen (CE) — schriftelijk, ca. 3 uur
- Het centraal examen wiskunde A HAVO is een schriftelijk examen van ongeveer drie uur. Het bestaat uit een reeks contextopgaven (vaak rond economie, maatschappij en gezondheid) verdeeld over meerdere opgavenclusters, samen goed voor ongeveer 80 punten. Per vraag staat aangegeven hoeveel punten je kunt verdienen; het correctievoorschrift bepaalt de puntentoekenning.
- Toegestane hulpmiddelen
- Tijdens het CE mag je een grafische rekenmachine gebruiken, samen met de gebruikelijke hulpmiddelen (woordenboek volgens de regeling). De grafische rekenmachine is onmisbaar voor het rekenen met de normale verdeling (normalcdf/invNorm), het maken van tabellen, het aflezen van snijpunten en het verwerken van datasets. Wiskunde A HAVO kent geen apart formuleblad: kernformules moet je zelf paraat hebben.
- Centraal-examenstof: domeinen B, C, D en E
- Het CE toetst de inhoudelijke domeinen: B (Algebra en tellen — rekenen, formules en telproblemen), C (Verbanden — tabellen, formules, grafieken, lineaire en exponentiële verbanden), D (Veranderingen — differenties, hellingen, toenamediagram) en E (Statistiek en kansrekening — data verwerken, normale verdeling, statistische uitspraken). De vragen zijn vrijwel altijd in een context gesteld, waarbij je zelf de juiste methode moet kiezen.
- Schoolexamen (SE) en normering
- Het schoolexamen toetst domein A (vaardigheden) en de door het programma aangewezen onderdelen die de school zelf afneemt; in dit dossier zijn onder meer telproblemen/combinatoriek, het toenamediagram en statistiek met ICT herkenbaar als onderdelen met een schoolexamen-accent. Het eindcijfer ontstaat uit het gemiddelde van CE en SE. De omzetting van score naar cijfer op het CE verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar per vak vaststelt.