Loading
Loading
Dit onderwerp is de rekengereedschapskist van wiskunde A: vlot en correct rekenen met verhoudingen en schaal, met procenten via groeifactoren, met machten en wortels, en met wetenschappelijke notatie en afronden. Deze vaardigheden keren in vrijwel elke contextopgave van het centraal examen terug. Het exact vereenvoudigen van wortels leunt meer richting schoolexamen en verdieping; de nadruk ligt hier op verantwoord rekenen in context.
4Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 2 · Standaard 2
basisniveau
Voor het CE: reken vlot en correct met verhoudingen, procenten (groeifactoren), machten en wetenschappelijke notatie in contextopgaven — dit is het gereedschap voor het hele examen.
verhoogd niveau
Voor het SE en de verdieping: exact vereenvoudigen van wortels en algebraïsche machtsuitdrukkingen, en het vlot en foutloos terugrekenen in samengestelde situaties.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Verhoudingstabel
Kruislings vermenigvuldigen
Bij gelijke verhoudingen zijn de kruisproducten gelijk; hiermee los je een onbekende in een verhouding op.
Schaal 1 : n
Bij schaal 1 : n hoort bij 1 eenheid op de kaart n eenheden in werkelijkheid; vermenigvuldig de kaartafstand met n (en herleid de eenheid).
Op een kaart met schaal liggen twee dorpen 8 cm uit elkaar. Bereken de werkelijke afstand tussen de dorpen in kilometers.
Schaal betekent dat 1 cm op de kaart overeenkomt met cm in werkelijkheid. Om van kaart naar werkelijkheid te gaan, vermenigvuldig je de kaartafstand met .
De kaartafstand is 8 cm, dus de werkelijke afstand is cm.
Deel door 100 voor meters en door 1000 voor kilometers: .
Resultaat: De dorpen liggen in werkelijkheid 2 km uit elkaar. Controleer de orde van grootte: 8 cm op een kaart met schaal 1 : 25 000 hoort bij een paar kilometer — dat klopt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een auto rijdt 180 km op 12 liter benzine. Hoeveel liter benzine is nodig voor een rit van 300 km bij hetzelfde verbruik? Gebruik een verhoudingstabel of kruislings vermenigvuldigen en geef je antwoord met een korte toelichting.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Procent en groeifactor
Toename met p%
Bij een toename van p% vermenigvuldig je met de groeifactor 1 + p/100.
Afname met p%
Bij een afname van p% vermenigvuldig je met de groeifactor 1 − p/100.
Terugrekenen
Ken je de waarde na de verandering, dan deel je door de groeifactor g om de oude waarde terug te vinden.
Van groeifactor naar percentage
Trek 1 van de groeifactor af en maak er een percentage van; is g kleiner dan 1, dan is het een afname.
Een artikel kost € 250 exclusief btw. Eerst komt er btw bij, daarna geeft de winkel korting op de prijs inclusief btw. Bereken de eindprijs en het netto-effect ten opzichte van € 250.
Bij hoort groeifactor en bij hoort groeifactor .
Prijs inclusief btw: euro. Daarna de korting: euro.
De netto-groeifactor is , dus een netto afname van , want . Controle: euro.
Resultaat: De eindprijs is € 242,00. Het netto-effect is een daling van ten opzichte van de oorspronkelijke € 250 — de btw en de korting heffen elkaar dus net niet op.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een jas van € 120 gaat in de uitverkoop: eerst korting, daarna nog eens korting op de al verlaagde prijs. Bereken de eindprijs én het totale kortingspercentage ten opzichte van € 120.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De rekenregels voor machten
Productregel
Machten met hetzelfde grondtal vermenigvuldigen: tel de exponenten op.
Quotiëntregel
Machten met hetzelfde grondtal delen: trek de exponenten af.
Macht van een macht
Een macht tot een macht verheffen: vermenigvuldig de exponenten.
Nul- en negatieve exponent
Een grondtal (behalve 0) tot de macht 0 is 1; een negatieve exponent betekent één gedeeld door de macht.
Wortel als gebroken macht
Een n-de-machtswortel is een macht met exponent 1/n; zo gelden alle machtsregels ook voor wortels.
Bereken zonder rekenmachine door de wortel als gebroken macht te lezen.
Schrijf als : eerst de vierde-machtswortel, daarna tot de derde macht.
Welk getal tot de vierde macht geeft 16? Dat is 2, want . Dus .
Nu rest .
Resultaat: . Controle via de andere volgorde: , want .
Een spaarbedrag groeit in 3 jaar met een totale groeifactor van . Bereken de jaarlijkse groeifactor en het bijbehorende groeipercentage per jaar.
Drie gelijke jaarlijkse groeifactoren samen geven de totale groeifactor: . Dus .
De derde-machtswortel van is , want .
Een groeifactor hoort bij een toename van per jaar.
Resultaat: De jaarlijkse groeifactor is , oftewel per jaar. Dit laat zien waarom de wortel als gebroken macht in wiskunde A zo belangrijk is: ze haalt de groei per periode uit de groei over meerdere perioden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Herleid tot één macht van , en bereken daarna met de machtsregels de waarde van .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Gewoon getal en wetenschappelijke notatie
Wetenschappelijke notatie
Een getal als a maal een macht van tien, met precies één cijfer (ongelijk aan 0) vóór de komma.
Vermenigvuldigen met machten van tien
Vermenigvuldig de getallen vooraan en tel de exponenten van tien op; herschrijf zo nodig zodat a weer tussen 1 en 10 ligt.
De gemiddelde afstand van de aarde tot de zon is ongeveer km. Schrijf deze afstand in wetenschappelijke notatie en rond af op 3 significante cijfers.
Verschuif de komma zo dat er één cijfer vóór de komma overblijft. Van naar schuift de komma 8 plaatsen, dus de exponent is 8.
De eerste drie significante cijfers zijn 1, 4 en 9; het volgende cijfer is 6, dus rond je naar boven af. De 9 wordt 10, wat doorwerkt: wordt .
De afgeronde afstand is km. De slotnul hoort erbij: hij laat zien dat het antwoord op drie significante cijfers nauwkeurig is.
Resultaat: De afstand aarde–zon is km, afgerond op 3 significante cijfers. Ter controle: , wat netjes in de buurt van de oorspronkelijke km ligt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een virusdeeltje heeft een diameter van ongeveer m. Schrijf deze diameter in wetenschappelijke notatie en rond af op 2 significante cijfers.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad