Loading
Loading
Algebra is het gereedschap waarmee je in wiskunde A vlot met formules werkt. In dit onderwerp leer je formules invullen (substitueren) met de juiste volgorde van bewerkingen, uitdrukkingen herleiden tot hun eenvoudigste vorm, een formule omschrijven naar een andere variabele en zelf een formule opstellen uit een situatie. Het hoort bij domein B (Algebra) en is centraal-examenstof: bijna elke contextopgave begint met een van deze vier vaardigheden.
4Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het CE: kun je in een context vlot een formule invullen, herleiden, omschrijven en opstellen — deze vier handelingen zijn de motor onder vrijwel elke examenopgave.
verhoogd niveau
Voor het SE en de verdieping: werk met formules met meer variabelen en met samengestelde herleidingen waarin breuken en machten samenkomen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Invultabel: winst bij vier prijzen
voorbeeld-winstformule
De winst W (in euro) bij verkoopprijs p (in euro). Bij het invullen: eerst de macht, dan de vermenigvuldigingen, dan optellen en aftrekken.
Gegeven , de winst in euro bij verkoopprijs euro. Bereken de winst bij een prijs van 6 euro.
Schrijf de formule over en zet de ingevulde waarde tussen haakjes, zodat de volgorde van bewerkingen niet in de war raakt.
In de volgorde van bewerkingen komt de macht vóór de vermenigvuldiging. Reken eerst het kwadraat uit.
Vermenigvuldigen gaat vóór optellen en aftrekken. Reken de twee producten uit.
Werk van links naar rechts: eerst optellen, dan aftrekken.
Resultaat: De winst bij een prijs van 6 euro is , dus 32 euro. De volgorde macht → vermenigvuldigen → optellen/aftrekken is hier beslissend: links-naar-rechts rekenen zou een fout getal hebben opgeleverd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven de winstformule (winst in euro bij prijs euro). Substitueer en bereken de winst. Geef je antwoord met eenheid en leg uit in welke volgorde je de bewerkingen hebt uitgevoerd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Herleidstappen op een rij
distributieve eigenschap
Het getal vóór de haakjes wordt met élke term binnen de haakjes vermenigvuldigd. Dit is de regel waarmee je haakjes wegwerkt.
machten met gelijk grondtal
Bij vermenigvuldigen van machten met hetzelfde grondtal tel je de exponenten op; zo is 2x·3x = 6x².
Herleid tot de eenvoudigste vorm.
Pas de distributieve eigenschap toe op beide haakjes. Let bij de tweede op het minteken: −2 maal −5 geeft +10.
Schrijf de vier termen achter elkaar; nu is duidelijk welke termen gelijksoortig zijn.
Tel de x-termen bij elkaar en de losse getallen bij elkaar. De termen 4x en 22 zijn niet gelijksoortig en blijven los staan.
Resultaat: De eenvoudigste vorm is . Controle met : de beginvorm en de eindvorm geven hetzelfde, dus de herleiding klopt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Herleid de uitdrukking tot haar eenvoudigste vorm. Werk eerst de haakjes weg (let op het minteken vóór de tweede haakjes) en neem daarna de gelijksoortige termen samen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Isoleren in twee inverse stappen
oppervlakte omschrijven naar de breedte
Deel beide kanten van A = l·b door l om b vrij te maken. Zo bereken je de breedte uit de oppervlakte en de lengte.
Schrijf de formule om naar (druk uit in ).
Rond de t staan twee obstakels: er wordt 50 bij opgeteld en t wordt met 0,25 vermenigvuldigd. Pak eerst de optelterm aan: trek aan beide kanten 50 af.
Nu staat t alleen nog vermenigvuldigd met 0,25. De inverse bewerking is delen: deel beide kanten door 0,25.
Delen door 0,25 is hetzelfde als vermenigvuldigen met 4, want 1 gedeeld door 0,25 is 4. Werk de haakjes weg voor een nette eindvorm.
Resultaat: De omgeschreven formule is (gelijk aan ). Controle met : de oorspronkelijke formule geeft , en — de waarden sluiten, dus de omschrijving is correct.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De omtrek van een cirkel is . Schrijf deze formule om naar (druk uit in ). Controleer je antwoord door een straal te kiezen, de omtrek te berekenen en te kijken of je omgeschreven formule diezelfde straal teruggeeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Grafiek van de opgestelde formule K = 5 + 3u
lineair verband
b is de beginwaarde (het vaste deel, de waarde bij x = 0), a is het tarief (de toename van y per stap van x).
verhuurkosten
Het vaste startgeld van 5 euro plus 3 euro per uur u. Hier is b = 5 (startgeld) en a = 3 (uurtarief).
Een fietsenverhuur vraagt 5 euro startgeld plus 3 euro per uur. Stel een formule op voor de totale kosten (in euro) bij uur huren, en controleer de formule met een waarde.
Spreek af wat de letters betekenen, met eenheid: u is het aantal uren en K zijn de totale kosten in euro.
Het startgeld van 5 euro betaal je éénmalig, ongeacht de tijd: dat is de beginwaarde b. De 3 euro per uur herhaalt zich per uur: dat is het tarief a vóór de variabele, dus 3·u.
Zet het vaste deel en het variabele deel samen in de vorm y = b + a·x.
Vul een gemakkelijk te narekenen waarde in, bijvoorbeeld 4 uur, en vergelijk met de redenering „5 euro plus vier keer 3 euro”.
Resultaat: De formule is . De controle bij geeft 17 euro, precies het startgeld van 5 euro plus vier keer het uurtarief van 3 euro — de opgestelde formule klopt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een taxibedrijf rekent 3,50 euro voorrijkosten plus 2 euro per gereden kilometer. Stel een formule op voor de totale ritkosten (in euro) bij een afstand van kilometer, en bereken met die formule de kosten van een rit van 8 km. Controleer of je uitkomst klopt met de beschrijving.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad