Loading
Loading
Dit onderwerp uit domein C (Verbanden) behandelt de standaardverbanden waarmee één formule de samenhang tussen grootheden vastlegt. Je leert recht evenredige verbanden (), omgekeerd evenredige verbanden (), machts- en wortelverbanden herkennen, de formule opstellen uit een gegeven punt of tabel, en rekenen met formules die twee of meer variabelen bevatten zoals de BMI. Bij elk verband hoort een typische grafiek- of tabelvorm waaraan je het herkent.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het CE (domein C, Verbanden): herken recht- en omgekeerd-evenredige, machts- en wortelverbanden, stel de formule op uit een punt of tabel en bereken een gevraagde waarde.
verhoogd niveau
Verdieping: beredeneer het effect van het veranderen van één variabele in een formule met meerdere variabelen en herschrijf zo'n formule om een andere grootheid vrij te maken.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Recht evenredig verband
recht evenredig verband
De evenredigheidsconstante a is de vaste verhouding y/x; de grafiek is een rechte lijn door de oorsprong.
evenredigheidsconstante uit een punt
Bij een recht evenredig verband levert y gedeeld door x bij elk punt hetzelfde getal a op.
Een kraan vult een vat met een constante stroom water. De tabel geeft de hoeveelheid water y (in liter) na x minuten: bij 2 min hoort 3 L, bij 4 min 6 L en bij 6 min 9 L. Toon aan dat y recht evenredig is met x, bepaal de evenredigheidsconstante en de formule, en bereken de hoeveelheid water na 10 minuten.
Deel bij elk paar de hoeveelheid water door de tijd. Komt er telkens hetzelfde getal uit, dan is het verband recht evenredig.
Het quotiënt is overal 1,5, dus de evenredigheidsconstante is a = 1,5 (liter per minuut). Daarmee is de formule volledig bepaald.
Vul x = 10 in de formule in.
Resultaat: Het quotiënt y/x is bij elk paar gelijk aan 1,5, dus het verband is recht evenredig met formule . Na 10 minuten staat er liter in het vat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een tabel staan de kosten voor appels: 2 kg kost € 3,30, 5 kg kost € 8,25 en 8 kg kost € 13,20. Toon met de quotiëntentoets aan dat de kosten recht evenredig zijn met het gewicht, stel de formule op en bereken de kosten voor 12 kg.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Omgekeerd evenredig verband
omgekeerd evenredig verband
De grafiek is een dalende hyperbool die de assen nadert; bij x = 0 bestaat y niet.
constant product
Het product van de twee grootheden is overal gelijk aan a; dit is de toets voor omgekeerd evenredig.
Een rechthoek heeft een vaste oppervlakte van 12 cm². De lengte x (in cm) en de breedte y (in cm) zijn omgekeerd evenredig. Van één rechthoek is bekend dat x = 2 cm en y = 6 cm. Bepaal de evenredigheidsconstante a, stel de formule voor y op en bereken de breedte als de lengte x = 8 cm is.
Vermenigvuldig de lengte en de breedte van het bekende punt. Dit product is de constante a (en gelijk aan de oppervlakte 12 cm²).
Met a = 12 volgt de formule rechtstreeks uit y = a/x.
Vul x = 8 in. Controleer het antwoord met de producttoets: 8 · 1,5 = 12.
Resultaat: Het product is constant gelijk aan 12, dus . Bij een lengte van 8 cm hoort een breedte van cm, en inderdaad is .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een taxi rijdt steeds dezelfde route van 120 km. De gemiddelde snelheid v (in km/h) en de reistijd t (in uur) zijn omgekeerd evenredig. Bij v = 60 km/h hoort t = 2 uur. Toon aan dat v · t constant is, stel de formule voor t op en bereken de reistijd bij een gemiddelde snelheid van 80 km/h.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Machtsverband (kwadratisch)
machtsverband
De exponent n ligt vast; bij n = 2 is het verband kwadratisch en groeit y met het kwadraat van x.
wortelverband
Met de wortel als macht x^(1/2); y stijgt wel, maar steeds langzamer (de grafiek vlakt af).
Wortelverband
Van een machtsverband van de vorm y = a·x² is bekend dat de grafiek door het punt (4, 8) gaat. Bepaal de evenredigheidsconstante a, stel de formule op en bereken y bij x = 6.
Vul x = 4 en y = 8 in de vorm y = a·x² in. Reken het kwadraat 4² = 16 uit vóórdat je deelt.
Deel beide kanten door 16 om a te vinden; daarmee is de formule volledig bepaald.
Vul x = 6 in. Kwadrateer eerst (6² = 36) en vermenigvuldig dan met 0,5.
Resultaat: Uit volgt , dus de formule is . Bij hoort .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Van een machtsverband is bekend dat de grafiek door het punt (5, 75) gaat. Bepaal de evenredigheidsconstante a, stel de formule op en bereken y bij x = 8. Leg ook uit hoeveel keer zo groot y wordt als je x verdubbelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Effect van de massa op de BMI
Body Mass Index
m is de massa in kilogram, l de lengte in meter; reken eerst l² uit en deel daarna pas.
gemiddelde snelheid
Een formule met twee variabelen: afstand s en tijd t samen bepalen de gemiddelde snelheid v.
BMI herschreven naar de massa
Door de formule te herleiden maak je een andere variabele vrij; hier de massa m.
De Body Mass Index wordt berekend met BMI = m / l², waarin m de massa in kilogram en l de lengte in meter is. Bereken de BMI van iemand met een massa van 72 kg en een lengte van 1,80 m, afgerond op één decimaal, en geef aan in welke gewichtsklasse deze persoon valt. Bereken daarna de BMI als dezelfde persoon 80 kg weegt.
Reken volgens de rekenvolgorde eerst het kwadraat van de lengte uit.
Deel nu de massa door het zojuist berekende kwadraat en rond af op één decimaal.
Een BMI van 22,2 ligt tussen 18,5 en 25, dus valt deze persoon in de klasse „gezond gewicht". Vul daarna m = 80 in bij dezelfde lengte.
Resultaat: Met wordt de BMI , wat in de klasse „gezond gewicht" (tussen 18,5 en 25) valt. Bij 80 kg en dezelfde lengte stijgt de BMI naar .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De BMI van een persoon wordt gegeven door BMI = m / l², met m de massa in kg en l de lengte in m. Bereken de BMI van iemand met m = 81 kg en l = 1,90 m, rond af op één decimaal en interpreteer de uitkomst. Leg daarna uit wat er met de BMI gebeurt als deze persoon dezelfde lengte houdt maar 9 kg aankomt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad