Loading
Loading
Telproblemen draaien om één vraag: op hoeveel verschillende manieren kan iets? Je leert ze systematisch aanpakken met een boomdiagram en de vermenigvuldigingsregel, en daarna rekenen met faculteit, permutaties en combinaties (de binomiaalcoëfficiënt). Combinatoriek hoort bij domein B, maar is op de HAVO wiskunde A met name schoolexamenstof: de nadruk ligt op het herkennen van de juiste telwijze en het netjes uitrekenen ervan.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 2 · Standaard 2
basisniveau
Beheers het systematisch tellen met een boomdiagram en de vermenigvuldigingsregel — de basisgereedschappen waarmee je elk telprobleem aanpakt.
verhoogd niveau
Met name schoolexamenstof: reken met faculteit, permutaties en combinaties (binomiaalcoëfficiënt) en kies bewust tussen „volgorde telt wél" en „volgorde telt niet".
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Boomdiagram van de menukeuzes
aantal eindwegen
Twee voorgerechten, elk met drie hoofdgerechten: samen zes menu's — precies het aantal eindwegen van het boomdiagram.
Een restaurant biedt een keuzemenu aan: als voorgerecht soep of salade, en als hoofdgerecht vis, vlees of pasta. Teken het boomdiagram en tel hoeveel verschillende menu's (voorgerecht met hoofdgerecht) je kunt samenstellen.
Een menu kies je in twee stappen: eerst het voorgerecht (2 mogelijkheden: soep of salade), daarna het hoofdgerecht (3 mogelijkheden: vis, vlees of pasta). Die volgorde houd je in de hele boom aan.
Vanuit de start teken je 2 takken voor de voorgerechten. Aan het eind van elke voorgerechttak teken je opnieuw 3 takken voor de hoofdgerechten. Onder „soep" komen zo 3 eindpunten en onder „salade" ook 3.
Tel de bladeren helemaal rechts: 3 onder soep en 3 onder salade, samen 6. Elk blad is één compleet menu, bijvoorbeeld „soep, vis" of „salade, pasta".
Resultaat: Er zijn 6 verschillende menu's. De boom laat ze ook allemaal zien: soep–vis, soep–vlees, soep–pasta, salade–vis, salade–vlees en salade–pasta.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een lunchroom kies je een belegd broodje (wit, bruin of volkoren) en daarbij een drankje (thee, koffie of jus). Teken een boomdiagram van deze keuze en tel het aantal verschillende combinaties van broodje met drankje.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Keuzes per stap
vermenigvuldigingsregel
Het totale aantal mogelijkheden van een keuze in k opeenvolgende stappen is het product van het aantal mogelijkheden per stap.
r gelijke stappen, met herhaling
Zijn er r stappen die elk dezelfde n mogelijkheden hebben, dan is het totaal n tot de macht r, bijvoorbeeld tien tot de macht vier oftewel 10000 pincodes.
Een kluisje heeft een code van drie cijfers, elk van 0 tot en met 9. Bereken het aantal mogelijke codes (a) als cijfers herhaald mogen worden en (b) als alle drie de cijfers verschillend moeten zijn.
De code ontstaat in drie stappen: kies het 1e cijfer, dan het 2e, dan het 3e. Per stap tel je hoeveel cijfers je mag kiezen, en die aantallen vermenigvuldig je.
Mag elk cijfer herhaald worden, dan heb je bij elke stap alle 10 cijfers beschikbaar. Het aantal codes is dan het product van drie keer 10.
Moeten de cijfers verschillen, dan valt na elke keuze één cijfer af: 10 keuzes voor het 1e cijfer, 9 voor het 2e en 8 voor het 3e.
Resultaat: Met herhaling zijn er 1000 codes, zonder herhaling 720. Het verschil ontstaat doordat de eis „verschillend" bij elke volgende stap één mogelijkheid wegneemt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een wachtwoord bestaat uit 2 verschillende letters (uit de 26 letters) gevolgd door 2 cijfers (uit 0 t/m 9) die wél gelijk mogen zijn. Bereken het aantal mogelijke wachtwoorden en geef per stap aan met hoeveel keuzes je rekent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Faculteit n!
faculteit
Het aantal manieren om n verschillende voorwerpen in een rij te rangschikken; spreek uit als „n-faculteit". Afspraak: 0! = 1.
permutaties van r uit n
Het aantal geordende rangschikkingen van r voorwerpen gekozen uit n, waarbij de volgorde meetelt; op de rekenmachine de functie nPr.
(a) Op hoeveel volgordes kun je 5 verschillende boeken op een plank zetten? (b) Uit 8 hardlopers wordt de erelijst van de eerste drie plaatsen opgemaakt; hoeveel verschillende erelijsten zijn er?
Alle 5 boeken in een rij: 5 keuzes voor de 1e plaats, 4 voor de 2e, 3 voor de 3e, enzovoort tot 1 voor de laatste. Dat is 5-faculteit.
Nu vul je maar 3 van de 8 plaatsen, en de volgorde (1e, 2e, 3e plaats) telt. Dat is een permutatie van 3 uit 8.
Reken (b) los na met de vermenigvuldigingsregel: 8 keuzes voor goud, 7 voor zilver, 6 voor brons, samen 8 · 7 · 6 = 336. Dezelfde uitkomst — de permutatieformule is alleen een snellere schrijfwijze.
Resultaat: (a) 120 volgordes voor de vijf boeken; (b) 336 verschillende erelijsten van de eerste drie plaatsen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een klas kiest uit 6 kandidaten een voorzitter, een secretaris en een penningmeester (drie verschillende functies). Bereken op hoeveel manieren dat kan en leg uit waarom dit een permutatie is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Permutatie of combinatie?
binomiaalcoëfficiënt (combinaties)
Het aantal manieren om r elementen te kiezen uit n waarbij de volgorde niet meetelt; spreek uit „n boven r", op de rekenmachine de functie nCr.
symmetrie
Kiezen welke r je meeneemt is hetzelfde als kiezen welke n − r je weglaat; vaak rekent de kleinste van de twee het snelst.
Uit een klas van 10 leerlingen wordt een groepje van 3 gekozen voor een project; de volgorde maakt niet uit. Bereken op hoeveel manieren dat kan, en controleer je antwoord via de bijbehorende permutatie.
De volgorde binnen het groepje doet er niet toe (een groepje is een groepje), dus dit is een combinatie van 3 uit 10.
Gebruik de binomiaalcoëfficiënt met n = 10 en r = 3, en reken de breuk uit.
Zou de volgorde wél tellen, dan waren er 10 · 9 · 8 = 720 geordende drietallen. Elk groepje van 3 is op 3! = 6 volgordes te ordenen, dus deel je 720 door 6: dat geeft opnieuw 120. De getallen kloppen.
Resultaat: Er zijn 120 verschillende groepjes van 3 leerlingen. De controle 720 ÷ 6 = 120 bevestigt het: de combinatie is precies 3! keer kleiner dan de bijbehorende permutatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een vereniging van 12 leden wordt een commissie van 4 personen gekozen (zonder rangorde, alle functies gelijk). Bereken het aantal mogelijke commissies en leg uit waarom dit een combinatie is en geen permutatie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde A (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad