- Centraal examen (CE) — schriftelijk, ca. 2,5 uur
- Het centraal examen economie HAVO is een schriftelijk examen van ongeveer tweeënhalf uur. Het bestaat uit een aantal contextopgaven: elke opgave plaatst een of meer kernconcepten in een realistische situatie (een markt, een bedrijf, een verzekering, het overheidsbeleid) en stelt daar deelvragen over. Per vraag staat het aantal punten vermeld; het correctievoorschrift van het CvTE bepaalt de puntentoekenning. Je moet vooral begrippen toepassen en redeneringen opschrijven, niet alleen feiten reproduceren.
- Concept-contextprogramma (commissie-Teulings)
- Het examenprogramma is opgebouwd rond kernconcepten in plaats van losse onderwerpen. De domeinen omvatten onder meer schaarste en ruil, markten en het marktmechanisme, marktfalen en overheidsingrijpen, ruilen over de tijd (sparen, lenen, rente), samenwerken en onderhandelen (speltheorie), risico en informatie (verzekeren, asymmetrische informatie), en welvaart, groei en conjunctuur. Het CE toetst deze concepten in steeds wisselende contexten; je wordt geacht het juiste model zelf te kiezen en toe te passen.
- Toegestane hulpmiddelen
- Tijdens het CE mag je een (grafische of gewone) rekenmachine gebruiken, samen met de toegestane hulpmiddelen volgens de regeling. Rekenvaardigheid is onmisbaar: procenten, indexcijfers, het onderscheid tussen reële en nominale grootheden, het berekenen van een evenwicht, een elasticiteit, een break-evenafzet en een contante waarde komen geregeld terug. Economie HAVO kent geen uitgebreid formuleblad — de kernformules moet je zelf paraat hebben en met inzicht kunnen toepassen.
- Schoolexamen (SE), weging en normering
- Naast het centraal examen neemt de school een schoolexamen af dat de vaardigheden (domein A) en de door het programma aangewezen onderdelen toetst. Het eindcijfer ontstaat uit het gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer volgens het Programma van Toetsing en Afsluiting van de school. De omzetting van de behaalde score op het CE naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE elk jaar per vak afzonderlijk vaststelt.