Loading
Loading
Elasticiteit meet hoe sterk de gevraagde hoeveelheid van een goed reageert op een verandering van de prijs, het inkomen of de prijs van een ander goed. Dit onderwerp bouwt dat begrip stap voor stap op: eerst de prijselasticiteit van de vraag en haar determinanten, dan het verband tussen elasticiteit en omzet, en ten slotte de inkomens- en kruislingse elasticiteit met de nutstheorie die achter de dalende vraaglijn schuilgaat. Je leert elke elasticiteit berekenen, het teken interpreteren en de uitkomst koppelen aan het gedrag van de consument.
3Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zorg dat je een prijselasticiteit kunt berekenen met , de uitkomst kunt indelen als elastisch of inelastisch op de absolute waarde, de determinanten kent en weet hoe de elasticiteit met de omzet samenhangt.
verhoogd niveau
Redeneer in onbekende contexten over waaróm een goed elastisch of inelastisch is, voorspel het effect op de omzet of de belastingopbrengst, en gebruik het teken van de inkomens- en kruislingse elasticiteit om een goed of een goederenrelatie te typeren — onderbouwd met het afnemende grensnut achter de vraaglijn.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Steile en vlakke vraaglijn
prijselasticiteit van de vraag
De prijselasticiteit van de vraag is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele prijsverandering. De uitkomst is meestal negatief; de absolute waarde bepaalt of de vraag elastisch, inelastisch of unitair is.
De prijs van een goed stijgt van €4 naar €5. Daardoor daalt de gevraagde hoeveelheid van 100 naar 90 stuks. Bereken de prijselasticiteit van de vraag en bepaal of de vraag elastisch of inelastisch is.
De prijs gaat van €4 naar €5, dus stijgt met €1. Ten opzichte van de oude prijs van €4 is dat een stijging van een kwart, oftewel +25%.
De gevraagde hoeveelheid gaat van 100 naar 90, dus daalt met 10 stuks. Ten opzichte van de oorspronkelijke 100 is dat een daling van 10%, oftewel −10%.
Vul de twee uitkomsten in de formule in: de procentuele verandering van de hoeveelheid gedeeld door de procentuele prijsverandering.
De absolute waarde is , en dat is kleiner dan 1. De vraag is dus inelastisch: de gevraagde hoeveelheid reageert maar zwak op de prijsverandering.
Resultaat: Resultaat: . Omdat is de vraag inelastisch — de prijs steeg met 25%, maar de afzet daalde met slechts 10%, dus de hoeveelheid trekt zich relatief weinig van de prijs aan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De prijs van een treinkaartje stijgt van €20 naar €22 en daardoor daalt het aantal verkochte kaartjes van 1000 naar 950. Bereken de prijselasticiteit van de vraag, bepaal of de vraag elastisch of inelastisch is, en noem één determinant die deze uitkomst kan verklaren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
totale opbrengst (omzet)
De totale opbrengst of omzet is de prijs maal de verkochte hoeveelheid . Bij een prijsverandering werken en tegen elkaar in; de prijselasticiteit bepaalt welk effect de overhand heeft.
Gebruik de cijfers uit het vorige onderwerp: de prijs stijgt van €4 naar €5 en de gevraagde hoeveelheid daalt van 100 naar 90 stuks. De vraag is inelastisch (). Bereken de omzet vóór en ná de prijsverhoging en leg uit wat er met de omzet gebeurt.
De omzet is de prijs maal de hoeveelheid. Vóór de verhoging is de prijs €4 en de afzet 100 stuks.
Ná de verhoging is de prijs €5 en is de afzet gedaald naar 90 stuks.
De omzet stijgt van €400 naar €450, een toename van €50. Hoewel de aanbieder 10 stuks minder verkoopt, brengt elke verkochte eenheid genoeg extra op om dat verlies ruimschoots te dekken.
Omdat de vraag inelastisch is (), daalt de hoeveelheid (−10%) procentueel minder hard dan de prijs stijgt (+25%). Het prijseffect wint van het hoeveelheidseffect, dus beweegt de omzet mee met de prijs en stijgt hij.
Resultaat: Resultaat: de omzet stijgt van €400 naar €450. Bij een inelastische vraag verhoogt een prijsstijging de omzet, omdat de afzet relatief weinig terugloopt — precies wat de driedeling voorspelt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een aanbieder weet dat de vraag naar zijn product elastisch is. Hij overweegt de prijs te verhogen om meer te verdienen. Leg met behulp van uit waarom deze prijsverhoging zijn omzet waarschijnlijk juist verlaagt, en geef aan welk prijsbeleid voor hem wél tot een hogere omzet zou kunnen leiden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Soorten elasticiteit
inkomenselasticiteit van de vraag
De inkomenselasticiteit is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid gedeeld door de procentuele inkomensverandering (). Een positief teken hoort bij een normaal goed (groter dan 1 bij een luxegoed), een negatief teken bij een inferieur goed.
kruislingse prijselasticiteit
De kruislingse prijselasticiteit is de procentuele verandering van de gevraagde hoeveelheid van goed A gedeeld door de procentuele prijsverandering van goed B. Een positief teken hoort bij substituten, een negatief teken bij complementen.
De prijs van thee (goed B) stijgt met 20%. Daardoor stijgt de gevraagde hoeveelheid koffie (goed A) met 8%. Bereken de kruislingse prijselasticiteit en bepaal of koffie en thee substituten of complementen zijn.
De kruislingse prijselasticiteit is de procentuele verandering van de hoeveelheid van goed A (koffie, +8%) gedeeld door de procentuele prijsverandering van goed B (thee, +20%).
Deel 8 door 20. De percentages vallen tegen elkaar weg, zodat er een kaal getal overblijft.
De uitkomst is positief. Een hogere prijs van thee leidt dus tot méér vraag naar koffie: de kopers stappen over van het duurder geworden goed naar het alternatief.
Een positieve kruislingse prijselasticiteit hoort bij substituten. Koffie en thee zijn dus substituten — vervangers die de consument tegen elkaar kan inruilen.
Resultaat: Resultaat: . Omdat het teken positief is, zijn koffie en thee substituten: wordt thee duurder, dan wijken kopers uit naar koffie, zodat de vraag naar koffie toeneemt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Het inkomen van een huishouden stijgt en daardoor koopt het minder pakken goedkope huismerkpasta. Bepaal het teken van de inkomenselasticiteit en geef aan wat voor soort goed deze pasta is. Leg daarna met de wet van het afnemende grensnut uit waarom de vraaglijn naar pasta een dalend verloop heeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad