Loading
Loading
De arbeidsmarkt is de markt waar het loon de prijs van arbeid is: bedrijven vragen arbeid en huishoudens bieden die aan, en hun evenwicht legt samen het loon en de werkgelegenheid vast. Dit onderwerp bouwt dat model stap voor stap op, onderscheidt vervolgens de vier soorten werkloosheid met hun oorzaken en bijpassend beleid, en laat ten slotte zien hoe een minimumloon boven het evenwicht bewust in de markt ingrijpt en daarbij werkloosheid kan veroorzaken.
3Onderdelenca. 19min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zorg dat je de vraag naar en het aanbod van arbeid kunt uitleggen, het evenwichtsloon kunt berekenen, het werkloosheidspercentage kunt uitrekenen en de vier soorten werkloosheid met hun beleid kunt benoemen.
verhoogd niveau
Redeneer in onbekende contexten over verschuivingen op de arbeidsmarkt en over ingrepen zoals een minimumloon of een cao, waarbij je de afruil tussen inkomensbescherming en werkgelegenheid expliciet maakt en je conclusie met de vraag-aanboddiagram onderbouwt.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De arbeidsmarkt: vraag, aanbod en evenwichtsloon
evenwicht op de arbeidsmarkt
In het evenwicht is de gevraagde hoeveelheid arbeid gelijk aan de aangeboden hoeveelheid arbeid . Door de vraag- en aanbodvergelijking aan elkaar gelijk te stellen, bereken je het evenwichtsloon.
opbouw van de beroepsbevolking
De beroepsbevolking is de som van de werkzame beroepsbevolking (mét betaald werk) en de werkloze beroepsbevolking (zónder werk, maar beschikbaar en zoekend). De noemer van het werkloosheidspercentage is precies deze hele beroepsbevolking.
Op een arbeidsmarkt wordt de vraag naar arbeid beschreven door en het aanbod van arbeid door , waarbij het loon per uur in euro is en de hoeveelheid arbeid. Leg uit waarom de vraaglijn daalt en de aanbodlijn stijgt, en bereken het evenwichtsloon en de evenwichtshoeveelheid.
De vraag naar arbeid komt van de bedrijven en daalt bij een hoger loon, omdat arbeid dan een duurdere kostenpost wordt en ze minder mensen inhuren. Het aanbod komt van de huishoudens en stijgt bij een hoger loon, omdat werken aantrekkelijker wordt. Een dalende vraaglijn en een stijgende aanbodlijn snijden elkaar daarom in precies één punt: het evenwicht.
In het evenwicht geldt , dus daar is het loon op beide lijnen gelijk. Stel de twee loon-uitdrukkingen aan elkaar gelijk.
Breng de termen met naar één kant en de getallen naar de andere kant, en deel om te vinden.
Vul in de aanbodvergelijking in om het loon te krijgen, en controleer met de vraagvergelijking — beide horen hetzelfde loon te geven.
Resultaat: Het evenwicht ligt bij een hoeveelheid arbeid van 60 en een evenwichtsloon van 11 euro per uur — precies het snijpunt in de figuur. Omdat beide vergelijkingen bij hetzelfde loon van 11 euro geven, klopt de berekening.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een vraag- en aanbodlijn voor de arbeidsmarkt met het loon op de verticale as en de hoeveelheid arbeid op de horizontale as. Leg uit waarom de vraaglijn daalt en de aanbodlijn stijgt, en beschrijf wat er met het loon gebeurt als het op een bepaald moment boven het evenwichtsloon ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De vier soorten werkloosheid in één overzicht
werkloosheidspercentage
Het werkloosheidspercentage is de werkloze beroepsbevolking gedeeld door de hele beroepsbevolking, maal honderd procent. De noemer is dus de beroepsbevolking (werkenden én werklozen), niet de totale bevolking.
In een land telt de beroepsbevolking 8 miljoen mensen, van wie er 0,5 miljoen werkloos zijn. Bereken het werkloosheidspercentage. Door welke vorm van werkloosheid neemt dit percentage waarschijnlijk toe tijdens een economische crisis?
Het werkloosheidspercentage is de werkloze beroepsbevolking als percentage van de hele beroepsbevolking.
Vul de werkloze beroepsbevolking (0,5 miljoen) in de teller in en de beroepsbevolking (8 miljoen) in de noemer; de eenheid 'miljoen' valt tegen elkaar weg.
Tijdens een economische crisis vallen de bestedingen terug, waardoor bedrijven minder produceren en mensen ontslaan. De werkloosheid die dan oploopt, is conjuncturele werkloosheid en vraagt om vraagbeleid.
Resultaat: Het werkloosheidspercentage is 6,25%. De extra werkloosheid die tijdens een crisis ontstaat, is conjunctureel: ze komt door te weinig bestedingen en is te bestrijden met vraagbeleid dat de bestedingen weer op gang brengt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een autofabriek ontslaat tijdens een recessie duizend werknemers, terwijl er tegelijk vacatures voor software-ontwikkelaars onvervuld blijven omdat er te weinig geschikte kandidaten zijn. Benoem welke soort werkloosheid bij elk van beide situaties hoort, en geef per situatie aan welk beleid het meest voor de hand ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
werkloosheid als aanbodoverschot bij een minimumloon
Bij een minimumloon boven het evenwicht is de werkloosheid gelijk aan de aangeboden hoeveelheid arbeid min de gevraagde hoeveelheid arbeid , allebei afgelezen of berekend bij dat minimumloon.
Gebruik de arbeidsmarkt uit het eerste onderdeel: de vraag naar arbeid is en het aanbod , met het loon per uur in euro en de hoeveelheid arbeid. De overheid stelt een minimumloon van 14 euro in, boven het evenwichtsloon van 11 euro. Bereken hoeveel arbeid er bij dat minimumloon wordt gevraagd en aangeboden, en bepaal de werkloosheid.
Vul het minimumloon in de vraagvergelijking in en los op. Dit is de hoeveelheid arbeid die bedrijven tegen het minimumloon willen inhuren.
Vul hetzelfde minimumloon in de aanbodvergelijking in en los op. Dit is de hoeveelheid arbeid die huishoudens tegen het minimumloon willen leveren.
De werkloosheid is het verschil tussen de aangeboden en de gevraagde hoeveelheid arbeid bij het minimumloon — het aantal mensen dat wil werken maar geen baan vindt.
Resultaat: Bij een minimumloon van 14 euro vragen bedrijven 40 eenheden arbeid en bieden huishoudens 90 eenheden aan. Het aanbodoverschot van 50 eenheden is de werkloosheid die het minimumloon veroorzaakt; in het vrije evenwicht (bij 60 eenheden en 11 euro) was die werkloosheid er niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De overheid verhoogt het minimumloon van een niveau onder het evenwichtsloon naar een niveau erboven. Leg met een vraag-aanboddiagram van de arbeidsmarkt uit wat er met de werkgelegenheid en de werkloosheid gebeurt, en benoem zowel het voordeel als het nadeel van deze maatregel voor werknemers aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma economie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad