- Centraal examen (CE) — schriftelijk, ca. 2,5 uur
- Het centraal examen bedrijfseconomie HAVO is een schriftelijk examen van ongeveer tweeënhalf uur. Het bestaat uit een aantal contextopgaven waarin een organisatie (een eenmanszaak, een bv, een vereniging) centraal staat; bij elke opgave horen deelvragen over bijvoorbeeld een startbegroting, een investeringsselectie, een marketingmix of een balans. Per vraag staat het aantal punten vermeld en het correctievoorschrift van het CvTE bepaalt de puntentoekenning. Je moet vooral berekeningen maken en redeneringen opschrijven, niet alleen begrippen reproduceren.
- Domeinen A tot en met H
- Het programma kent domein A (vaardigheden en benaderingswijzen), de B-domeinen rond de onderneming (B1 persoonlijke financiële zelfredzaamheid, B2 oprichting eenmanszaak, B3 van eenmanszaak naar rechtspersoon, B4 perspectief op de organisatie), domein C (interne organisatie en personeelsbeleid), domein D (investeren en financieren), domein E (marketing), domein F (financiële administratie: vastleggen van informatie en kosten- en winstvraagstukken), domein G (verslaggeving en jaarrekening) en domein H (keuzeonderwerpen). Het CE toetst met name de domeinen die het examenprogramma als centraal-examenstof aanwijst; de school toetst de overige delen in het schoolexamen.
- Toegestane hulpmiddelen en rekenvaardigheid
- Tijdens het CE mag je een (grafische of gewone) rekenmachine gebruiken. Rekenvaardigheid is onmisbaar: procenten, btw, samengestelde interest, de contante waarde en netto contante waarde, de break-evenafzet, de dekkingsbijdrage en de liquiditeits-, solvabiliteits- en rentabiliteitskengetallen komen geregeld terug. Bedrijfseconomie HAVO kent geen uitgebreid formuleblad — de kernformules moet je zelf paraat hebben en met inzicht kunnen toepassen op een gegeven context.
- Schoolexamen (SE), weging en normering
- Naast het centraal examen neemt de school een schoolexamen af dat de vaardigheden (domein A), de keuzeonderwerpen (domein H) en de door het programma aangewezen onderdelen toetst. Het eindcijfer ontstaat uit het gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer volgens het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school. De omzetting van de behaalde score op het CE naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE elk jaar per vak afzonderlijk vaststelt.