Loading
Loading
Domein B3 behandelt de stap van een niet-rechtspersoon (eenmanszaak, vof) naar een rechtspersoon: de besloten vennootschap (bv) en de naamloze vennootschap (nv). Je leert wat een rechtspersoon is, hoe de beperkte aansprakelijkheid werkt, wat aandelen en aandeelhouders zijn, en hoe winst wordt verdeeld tussen dividend en reserves. Ook maak je de afweging wanneer welke rechtsvorm passend is.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zorg dat je weet wat een rechtspersoon is, waarom aandeelhouders van een bv beperkt aansprakelijk zijn, en hoe je dividend en reservetoevoeging uit de winst berekent.
verhoogd niveau
Redeneer over de rechtsvormkeuze: waarom kiest een groeiend bedrijf met veel risico of veel kapitaalbehoefte voor een bv of nv, en welke prijs (oprichtingsvereisten, vennootschapsbelasting, minder zeggenschap) betaalt het daarvoor?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Beslisboom rechtsvorm
Een aandeelhouder heeft € 20\,000 in de aandelen van een bv geïnvesteerd. De bv gaat failliet met een tekort dat na verkoop van de bezittingen € 150\,000 bedraagt. Bepaal het maximale verlies van deze aandeelhouder en leg uit waarom dat zo is.
Bij een bv (rechtspersoon) zijn aandeelhouders niet privé aansprakelijk; hun risico is beperkt tot hun inleg.
Het tekort van € 150\,000 blijft bij de bv; schuldeisers kunnen het niet verhalen op het privévermogen van de aandeelhouder.
Resultaat: Resultaat: het maximale verlies van de aandeelhouder is € 20\,000 (zijn inleg). Het faillissementstekort van € 150\,000 raakt zijn privévermogen niet — dat is het wezenlijke verschil met de eenmanszaak, waar de eigenaar wél volledig privé aansprakelijk is.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een groeiend bedrijf overweegt de eenmanszaak om te zetten in een bv. Leg uit welk voordeel de bv biedt op het gebied van aansprakelijkheid, en beredeneer welke prijs (oprichting, verantwoording, belasting) daar tegenover staat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
geplaatst aandelenkapitaal
Het aandelenkapitaal op de balans is gebaseerd op de nominale waarde, niet op de beurskoers.
zeggenschap naar rato
Elk aandeel geeft één stem; de zeggenschap loopt naar het aandelenbezit.
Een bv heeft 10\,000 gewone aandelen met een nominale waarde van € 50. Een investeerder koopt 3\,500 aandelen. Bereken het geïnvesteerde nominale bedrag, het aandeel in de zeggenschap, en — als de bv € 200\,000 dividend uitkeert — het dividend voor deze investeerder.
Vermenigvuldig het aantal gekochte aandelen met de nominale waarde.
Deel het aantal eigen aandelen door het totaal aantal aandelen.
Het dividend loopt naar rato van het aandelenbezit, dus 35% van de totale dividenduitkering.
Resultaat: Resultaat: de investeerder brengt nominaal € 175\,000 in, heeft 35% van de zeggenschap (35% van de stemmen) en ontvangt € 70\,000 dividend. Met 35% heeft hij geen meerderheid, dus geen doorslaggevende zeggenschap in de ava.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bv heeft 10\,000 gewone aandelen met een nominale waarde van € 50. Een investeerder koopt 3\,500 aandelen. Bereken het geïnvesteerde nominale bedrag en het percentage van de zeggenschap. De bv keert € 200\,000 dividend uit; bereken het dividend dat deze investeerder ontvangt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De weg van winst naar aandeelhouder
nettowinst
De vpb is een percentage van de fiscale winst; wat overblijft wordt verdeeld.
winstverdeling
Het uitgekeerde deel (dividend) en het ingehouden deel (reserves) vormen samen de nettowinst.
Een bv boekt € 500\,000 winst vóór belasting; de vennootschapsbelasting is 25%. Van de nettowinst wordt 40% als dividend uitgekeerd, de rest gaat naar de reserves. Er zijn 20\,000 aandelen met een nominale waarde van € 50. Bereken de nettowinst, het dividend, de reservetoevoeging, het dividend per aandeel en het dividendpercentage.
Neem 25% van de winst vóór belasting en trek dat ervan af.
40% is dividend, de rest (60%) gaat naar de reserves.
Deel het totale dividend door het aantal aandelen.
Deel het dividend per aandeel door de nominale waarde.
Resultaat: Resultaat: de nettowinst is € 375\,000, het dividend € 150\,000, de reservetoevoeging € 225\,000, het dividend per aandeel € 7,50 en het dividendpercentage 15% over de nominale waarde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bv maakt € 500\,000 winst vóór belasting. De vennootschapsbelasting is 25%. Van de nettowinst wordt 40% als dividend uitgekeerd en de rest aan de reserves toegevoegd. Er zijn 20\,000 aandelen met een nominale waarde van € 50. Bereken de nettowinst, het totale dividend, de reservetoevoeging, het dividend per aandeel en het dividendpercentage.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad