Loading
Loading
Domein B4 kijkt van buitenaf naar de organisatie: welke belanghebbenden (stakeholders) zijn erbij betrokken, welke soorten organisaties zijn er (bedrijven met winstoogmerk, non-profit, overheid, verenigingen en stichtingen), en hoe verhouden een organisatie en haar omgeving zich tot elkaar. Je leert de belangen van de verschillende partijen te herkennen en te beredeneren en de organisatievormen te onderscheiden naar doel en eigendom.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zorg dat je de belangrijkste stakeholders kunt benoemen (eigenaren, werknemers, klanten, leveranciers, financiers, overheid) en per stakeholder het belang kunt beschrijven, en dat je profit- van non-profitorganisaties onderscheidt.
verhoogd niveau
Redeneer over botsende belangen: hoe weegt een onderneming winst voor de aandeelhouders af tegen goede arbeidsvoorwaarden, lage prijzen en duurzaamheid, en wat betekent maatschappelijk verantwoord ondernemen daarbij?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De organisatie en haar belanghebbenden
Een bedrijf maakt € 800\,000 winst. De werknemers eisen een loonsverhoging die de loonkosten met € 200\,000 doet stijgen. Bereken de winst na de loonsverhoging (overige omstandigheden gelijk) en beredeneer hoe de werknemers en de aandeelhouders deze eis verschillend beoordelen.
Hogere loonkosten verlagen de winst met hetzelfde bedrag, bij gelijke opbrengsten.
De werknemers (stakeholder: loon en zekerheid) zien hun koopkracht stijgen; de aandeelhouders (stakeholder: winst en dividend) zien de winst met € 200\,000 dalen, waardoor er minder te verdelen valt.
Resultaat: Resultaat: de winst daalt van € 800\,000 naar € 600\,000. De werknemers beoordelen de loonsverhoging positief (meer inkomen), de aandeelhouders negatief (minder winst en dividend) — een klassiek voorbeeld van botsende stakeholderbelangen dat de leiding moet afwegen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een supermarktketen kondigt aan de prijzen te verlagen en tegelijk over te stappen op uitsluitend duurzaam geproduceerde producten. Beredeneer voor drie verschillende stakeholders (aandeelhouders, klanten, leveranciers) hoe zij deze aankondiging waarschijnlijk beoordelen en waarom hun belangen kunnen botsen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Organisatievormen naar doel en eigendom
Een lokale sportvereniging heeft 400 leden die elk € 120 contributie per jaar betalen. De vereniging maakt in een jaar € 6\,000 overschot. Typeer de organisatie naar doel en eigendom, bereken de jaarlijkse contributie-inkomsten, en leg uit wat er met het overschot gebeurt.
Een sportvereniging streeft een ideëel doel na (sport aanbieden) en is in handen van haar leden; het is dus een non-profitorganisatie in de rechtsvorm vereniging.
Vermenigvuldig het aantal leden met de contributie per lid.
Omdat het een non-profitorganisatie is, wordt het overschot niet uitgekeerd maar aangewend voor de doelstelling — bijvoorbeeld nieuwe materialen of een reserve.
Resultaat: Resultaat: het is een non-profitvereniging (ideëel doel, eigendom bij de leden) met € 48\,000 contributie-inkomsten. Het overschot van € 6\,000 vloeit terug naar de doelstelling, niet naar eigenaren — het kenmerkende verschil met een winstgericht bedrijf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Typeer de volgende organisaties naar doel (profit/non-profit) en eigendom, en benoem de passende rechtsvorm en de belangrijkste financieringsbron: (a) een landelijke supermarktketen, (b) een lokale voetbalclub, (c) een goededoelenorganisatie die onderzoek financiert, (d) een inkoopsamenwerking van biologische boeren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
De organisatie in haar omgeving (DESTEP)
Een fabrikant van benzineauto's krijgt te maken met (1) strengere klimaatwetgeving en (2) een snelle opkomst van elektrisch rijden. Deel beide in de juiste DESTEP-factor in, beredeneer het effect op de organisatie en stel een strategische reactie voor.
Strengere klimaatwetgeving is een politiek-juridische factor; de opkomst van elektrisch rijden is een technologische (en deels ecologische) factor.
Beide factoren bedreigen de vraag naar benzineauto's: de wetgeving maakt ze duurder of verbiedt ze op termijn, en klanten stappen over op elektrisch. De afzet en winst staan onder druk.
De fabrikant kan de bedreiging in een kans omzetten door te investeren in elektrische modellen, en zo op de nieuwe markt mee te gaan in plaats van achter te blijven.
Resultaat: Resultaat: de wetgeving (P) en het elektrisch rijden (T) bedreigen de vraag naar benzineauto's. Een passende strategische reactie is investeren in elektrische modellen, waarmee de fabrikant de externe bedreiging benut als kans — precies de afweging die de SWOT-analyse ondersteunt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een fabrikant van benzineauto's ziet strengere klimaatwetgeving en een snelle opkomst van elektrisch rijden. Plaats deze twee ontwikkelingen in de DESTEP-factoren, beredeneer het effect op de organisatie, en stel een strategische reactie voor.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad