Loading
Loading
Domein C1 kijkt binnen de organisatie: hoe worden taken verdeeld en gecoördineerd? Je leert de begrippen arbeidsverdeling, functie en afdeling, de manieren om afdelingen te vormen (naar functie, product of regio), het organogram met zijn gezagslijnen, span of control en delegeren, en de rol van de organisatiecultuur. Je kunt een organogram lezen en de gekozen structuur beoordelen op voor- en nadelen.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zorg dat je een organogram kunt lezen (wie stuurt wie aan), de begrippen afdeling, span of control en delegeren kent, en de voor- en nadelen van arbeidsverdeling kunt benoemen.
verhoogd niveau
Redeneer over de keuze van de structuur: wanneer past een functionele, product- of regionale indeling, en welke gevolgen heeft een grote of kleine span of control voor de aansturing en de kosten?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Van arbeidsverdeling naar coördinatie
In een werkplaats maakt elke medewerker eerst zelfstandig complete producten: 8 stuks per dag. Na invoering van arbeidsverdeling (elk doet één bewerking) maken 5 medewerkers samen 60 stuks per dag. Bereken de productiviteit per medewerker vóór en na, en leg uit welke coördinatie hierbij nodig wordt.
Elke medewerker maakt 8 stuks per dag; dat is de productiviteit per persoon.
Deel de gezamenlijke productie door het aantal medewerkers.
Doordat elk nu maar één bewerking doet, moeten de bewerkingen op elkaar afgestemd worden (volgorde, tempo, doorgeven van halffabricaten); dat is de coördinatie die de specialisatie vraagt.
Resultaat: Resultaat: de productiviteit stijgt van 8 naar 12 stuks per medewerker per dag (+50%) door specialisatie. De prijs daarvoor is extra coördinatie: de deelbewerkingen moeten qua volgorde en tempo op elkaar worden afgestemd.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een groeiend bedrijf verkoopt drie heel verschillende productgroepen in vier landen. Beredeneer of een indeling naar functie, naar product of naar regio het meest passend is, en benoem van de door jou gekozen indeling één belangrijk voordeel en één nadeel.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Organogram van een functioneel ingedeeld bedrijf
span of control
Een grotere span geeft minder leidinggevenden (plattere, goedkopere organisatie) maar minder toezicht per medewerker.
Een organisatie heeft 84 uitvoerende medewerkers. Bij een span of control van 6 stuurt elke teamleider 6 medewerkers aan. Bereken het aantal teamleiders. Bereken vervolgens het aantal teamleiders bij een span of control van 12, en leg uit wat dit betekent voor de organisatie.
Deel het aantal medewerkers door de span of control.
Verdubbel de span en deel opnieuw.
Met span 12 zijn er half zoveel teamleiders (7 in plaats van 14): een plattere, goedkopere organisatie, maar wel minder toezicht per medewerker. Dat is verantwoord bij routinematig, gestandaardiseerd werk.
Resultaat: Resultaat: bij span 6 zijn 14 teamleiders nodig, bij span 12 nog maar 7. De grotere span geeft een plattere, goedkopere organisatie met minder managementkosten, maar minder toezicht per medewerker — passend bij routinematig werk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een organisatie heeft 84 uitvoerende medewerkers. Bij een span of control van 6 stuurt elke teamleider 6 medewerkers aan. Bereken het aantal teamleiders. Beredeneer wat er met dit aantal en met de aansturing gebeurt als de span of control naar 12 gaat, en welk soort werk zo'n grotere span rechtvaardigt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een snel, innovatief technologiebedrijf (taakcultuur, weinig regels, veel eigen initiatief) neemt een oude fabriek over (rollencultuur, veel regels, weinig eigen initiatief). Beredeneer het cultuurprobleem en geef aan waarom een enkel besluit het niet oplost.
Het technologiebedrijf heeft een taakcultuur (resultaat, initiatief), de fabriek een rollencultuur (regels, procedures); die staan haaks op elkaar.
De fabrieksmedewerkers zijn gewend aan duidelijke voorschriften en zullen het verwachte eigen initiatief niet vanzelf tonen; de innovatieve werkwijze botst met hun ingesleten gewoonten, wat weerstand en misverstanden geeft.
Cultuur zit in waarden en gewoonten die niet op bevel veranderen. Een maatregel die op termijn helpt, is consistent voorbeeldgedrag van de leiding, het belonen van eigen initiatief en het geleidelijk loslaten van overbodige regels.
Resultaat: Resultaat: de taakcultuur van het technologiebedrijf botst met de rollencultuur van de fabriek, wat weerstand oproept. Omdat cultuur in gewoonten en waarden verankerd zit, lost een enkel besluit niets op; alleen consistente sturing, belonen van gewenst gedrag en tijd kunnen de cultuur bijsturen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een innovatief technologiebedrijf neemt een oude, sterk regelgerichte fabriek over. Beredeneer welk cultuurprobleem hierbij kan ontstaan en waarom de leiding dit niet met een enkel besluit kan oplossen, en stel één maatregel voor die de cultuur op termijn kan bijsturen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad