Loading
Loading
Domein A vormt het gereedschap van de bedrijfseconoom: rekenvaardigheden (procenten, btw, indexcijfers, samengestelde interest), het lezen en opstellen van tabellen en grafieken, en de twee benaderingswijzen waarmee je naar een organisatie kijkt. Je leert de vraag telkens vanuit het perspectief van de betrokkenen te bekijken en je berekeningen en redeneringen helder en volledig op te schrijven, zoals het correctievoorschrift dat verlangt.
3Onderdelenca. 16min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 2 · Standaard 1
basisniveau
Zorg dat je de standaardberekeningen foutloos beheerst: een percentage van een bedrag, een bedrag met of zonder btw, een indexcijfer, en een eindbedrag na meerdere jaren rente. Schrijf bij elke berekening de formule, de invulling en het antwoord met eenheid op.
verhoogd niveau
Redeneer over de betekenis achter de getallen: wat zegt een indexcijfer over de ontwikkeling, waarom werkt samengestelde interest sterker dan enkelvoudige, en vanuit welk belang bekijkt een bepaalde stakeholder een cijfer?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
btw bijtellen (hoog tarief 21%)
Terugrekenen van inclusief naar exclusief btw gebeurt door te delen door , niet door 21% af te trekken.
indexcijfer
Het basisjaar staat op 100; een index van 115 betekent 15% hoger dan het basisjaar.
Een winkelier verkoopt een artikel voor € 242 inclusief 21% btw. De inkoopprijs exclusief btw was € 150. Bereken de verkoopprijs exclusief btw, de af te dragen btw en de brutowinst per artikel.
De prijs inclusief btw is 121% van de prijs exclusief btw, dus je deelt door .
De btw is het verschil tussen de prijs inclusief en exclusief btw (of 21% van € 200).
De brutowinst is de verkoopprijs exclusief btw min de inkoopprijs exclusief btw; de btw hoort niet tot de winst, want die draag je af.
Resultaat: Resultaat: de verkoopprijs exclusief btw is € 200, de af te dragen btw is € 42 en de brutowinst per artikel is € 50.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een winkelier verkoopt een fiets voor € 605 inclusief 21% btw. Bereken de prijs exclusief btw en de af te dragen btw. De inkoopprijs (exclusief btw) was € 380. Bereken de brutowinstmarge als percentage van de verkoopprijs exclusief btw.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Enkelvoudige versus samengestelde interest
eindwaarde bij samengestelde interest
is de beginwaarde, het rentepercentage per periode (decimaal), het aantal perioden.
contante waarde (verdisconteren)
Deel het toekomstige bedrag door de groeifactor tot de macht om de waarde van vandaag te vinden.
Iemand zet € 1\,000 uit tegen 5% samengestelde interest per jaar. Bereken het saldo na drie jaar. Bereken daarna hoeveel deze persoon vandaag moet inleggen om over drie jaar precies € 1\,500 te hebben bij hetzelfde rentepercentage.
Bij 5% rente is de groeifactor ; daarmee vermenigvuldig je elk jaar.
Gebruik de eindwaardeformule met .
Om over drie jaar € 1\,500 te hebben, deel je dat bedrag door de groeifactor tot de macht 3.
Resultaat: Resultaat: € 1\,000 groeit in drie jaar tot € 1\,157,63. Om over drie jaar € 1\,500 te hebben, moet je vandaag € 1\,295,76 inleggen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Iemand zet € 2\,500 vier jaar vast tegen 3% samengestelde interest per jaar. Bereken het eindbedrag. Bereken vervolgens hoeveel je vandaag zou moeten inleggen om over dezelfde vier jaar € 3\,000 te hebben bij hetzelfde rentepercentage.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een eenmanszaak heeft aan het begin van het jaar een eigen vermogen van € 60\,000. De eigenaar doet in de loop van het jaar een privéopname van € 2\,000 en een privéstorting van € 5\,000; de onderneming maakt daarnaast € 8\,000 winst. Bepaal het eigen vermogen aan het eind van het jaar.
Het beginsaldo van het eigen vermogen is het uitgangspunt van de mutatieberekening.
Winst vergroot het eigen vermogen, en een privéstorting voegt privégeld toe aan de zaak; beide verhogen het EV.
Een privéopname haalt geld uit de onderneming voor privégebruik en verlaagt daarmee het eigen vermogen.
Resultaat: Resultaat: het eigen vermogen aan het eind van het jaar is € 71\,000. De winst (+€ 8\,000) en de privéstorting (+€ 5\,000) verhogen het EV, de privéopname (−€ 2\,000) verlaagt het — precies het onderscheid tussen de onderneming en de privépersoon.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De eigenaar van een eenmanszaak neemt € 1\,500 uit de kas voor een privévakantie en stort later € 4\,000 privégeld in de zaak om een machine te betalen. Leg vanuit de benaderingswijze 'onderneming versus ondernemer' uit wat elk van deze twee handelingen doet met het eigen vermogen van de onderneming, en bepaal het gezamenlijke effect.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad