Loading
Loading
Domein F2 gaat over kosten, kostprijs en winst. Je leert de kostensoorten (constante en variabele kosten), de totale-kosten- en totale-opbrengstenlijn, de break-evenanalyse (de afzet waarbij TO = TK), de dekkingsbijdrage per product en de kostprijsberekening. Je berekent een break-evenafzet en -omzet, een dekkingsbijdrage, een winst bij een gegeven afzet en een verkoopprijs, en je leest de CVP-grafiek af.
3Onderdelenca. 17min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je constante en variabele kosten kunt onderscheiden, de break-evenafzet met de formule kunt berekenen en de dekkingsbijdrage per product kunt bepalen.
verhoogd niveau
Redeneer over de break-evenanalyse: waarom stijgt de break-evenafzet als de constante kosten stijgen of de dekkingsbijdrage daalt, en hoe gebruik je de dekkingsbijdrage om te beslissen of een order lonend is?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Kostenverloop: constante, variabele en totale kosten
totale kosten
De vaste kosten plus de variabele kosten per stuk maal de productie .
kostprijs per product
De constante kosten per stuk (dalen met ) plus de variabele kosten per stuk.
Een bedrijf heeft € 12\,000 constante kosten en € 5 variabele kosten per stuk. Bereken de totale kosten en de kostprijs bij 2\,000 en bij 4\,000 stuks, en verklaar het verschil in kostprijs.
Gebruik .
Deel de totale kosten door de productie.
De variabele kosten per stuk blijven € 5, maar de constante kosten per stuk dalen van € 6 (12\,000/2\,000) naar € 3 (12\,000/4\,000). Daardoor daalt de kostprijs van € 11 naar € 8.
Resultaat: Resultaat: bij 2\,000 stuks is de kostprijs € 11, bij 4\,000 stuks € 8. Het verschil komt volledig door de constante kosten per stuk, die van € 6 naar € 3 dalen doordat het vaste bedrag over meer eenheden wordt verdeeld.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bedrijf heeft constante kosten van € 12\,000 en variabele kosten van € 5 per stuk. Bereken de totale kosten en de kostprijs bij een productie van 2\,000 stuks en bij 4\,000 stuks, en verklaar waarom de kostprijs bij 4\,000 stuks lager is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
CVP-grafiek: het break-evenpunt
break-evenafzet
De constante kosten gedeeld door de dekkingsbijdrage per stuk ().
break-evenomzet
De break-evenafzet maal de verkoopprijs; de omzet waarbij de winst nul is.
Een bedrijf heeft € 30\,000 constante kosten, een verkoopprijs van € 25 per stuk en variabele kosten van € 10 per stuk. Bereken de dekkingsbijdrage per stuk, de break-evenafzet, de break-evenomzet, en de winst bij 3\,000 stuks.
De dekkingsbijdrage is de verkoopprijs min de variabele kosten per stuk.
Deel de constante kosten door de dekkingsbijdrage per stuk.
Vermenigvuldig de break-evenafzet met de verkoopprijs.
Boven de break-even levert elke extra eenheid de dekkingsbijdrage als winst op; er zijn 1\,000 stuks boven de break-even.
Resultaat: Resultaat: de dekkingsbijdrage is € 15 per stuk, de break-evenafzet 2\,000 stuks en de break-evenomzet € 50\,000. Bij 3\,000 stuks is de winst € 15\,000, want de 1\,000 stuks boven de break-even dragen elk € 15 winst bij. De veiligheidsmarge is 1\,000 stuks (33% boven break-even).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bedrijf heeft constante kosten van € 30\,000, een verkoopprijs van € 25 per stuk en variabele kosten van € 10 per stuk. Bereken de dekkingsbijdrage per stuk, de break-evenafzet en de break-evenomzet. Bepaal de winst bij een afzet van 3\,000 stuks en de veiligheidsmarge ten opzichte van de break-even.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
dekkingsbijdrage per stuk
Wat elke eenheid overhoudt na de variabele kosten, beschikbaar voor de vaste kosten en de winst.
winst via de dekkingsbijdrage
De totale dekkingsbijdrage min de constante kosten; gelijkwaardig aan .
Een bedrijf verkoopt normaal voor € 40; de variabele kosten zijn € 22 per stuk en de constante kosten € 90\,000. Een klant vraagt een eenmalige order van 1\,000 stuks tegen € 30 per stuk; er is vrije capaciteit. Bereken de dekkingsbijdrage van de order en beoordeel of het bedrijf haar moet aannemen.
De aangeboden prijs min de variabele kosten per stuk.
De dekkingsbijdrage per stuk maal het aantal stuks in de order.
De prijs (€ 30) ligt boven de variabele kosten (€ 22), dus de dekkingsbijdrage is positief (€ 8 per stuk). Omdat er vrije capaciteit is en de order de gewone markt niet verdringt, dragen de € 8\,000 bij aan het dekken van de vaste kosten (of aan de winst). De order is dus lonend en kan worden aangenomen.
Resultaat: Resultaat: de order levert € 8 dekkingsbijdrage per stuk op, samen € 8\,000. Hoewel € 30 onder de volledige kostprijs kan liggen, is de prijs hoger dan de variabele kosten (€ 22) en is er vrije capaciteit, dus de order is lonend: de € 8\,000 draagt bij aan de vaste kosten. Het bedrijf kan de order aannemen — mits de reguliere markt niet wordt bedorven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een bedrijf verkoopt normaal voor € 40 per stuk; de variabele kosten zijn € 22 per stuk en de constante kosten € 90\,000. Er komt een eenmalige order van 1\,000 stuks tegen € 30 per stuk, terwijl er vrije capaciteit is. Bereken de dekkingsbijdrage van deze order en beoordeel gemotiveerd of het bedrijf de order moet aannemen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad