Loading
Loading
Domein D1 gaat over de investeringsbeslissing: is een investering — een machine, een pand, een uitbreiding — de moeite waard? Je leert de begrippen investering, restwaarde, afschrijving en cashflow, en de drie selectiemethoden: de terugverdientijd, de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit en de netto contante waarde (NCW). Je berekent elk van deze drie en beoordeelt daarmee of een investering aantrekkelijk is.
3Onderdelenca. 15min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Zorg dat je de afschrijving en de jaarlijkse cashflow kunt berekenen en de terugverdientijd kunt bepalen door de cashflows op te tellen tot het investeringsbedrag is terugverdiend.
verhoogd niveau
Redeneer over de NCW: waarom is een euro over vijf jaar minder waard dan nu, waarom is de NCW-methode zuiverder dan de terugverdientijd, en wanneer keur je een investering met de NCW goed of af?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
lineaire afschrijving
De af te schrijven waarde (aanschaf min restwaarde) gelijk verdeeld over de gebruiksjaren.
cashflow
Afschrijving is een kost zonder geldstroom en wordt weer bij de winst opgeteld om de werkelijke kasstroom te krijgen.
Een machine kost € 60\,000, heeft na 6 jaar een restwaarde van € 6\,000 en levert jaarlijks een nettowinst van € 7\,000 op. Bereken de jaarlijkse afschrijving en de jaarlijkse cashflow.
Trek de restwaarde van de aanschafwaarde af.
Verdeel de af te schrijven waarde gelijk over de 6 gebruiksjaren.
Tel de afschrijving (kost zonder geldstroom) bij de nettowinst op.
Resultaat: Resultaat: de jaarlijkse afschrijving is € 9\,000 en de jaarlijkse cashflow € 16\,000. De cashflow ligt € 9\,000 boven de winst, precies omdat de afschrijving een kost is die het bedrijf geen geld kost.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een machine kost € 60\,000, heeft een restwaarde van € 6\,000 en een gebruiksduur van 6 jaar. De machine levert jaarlijks een nettowinst van € 7\,000 op. Bereken de jaarlijkse lineaire afschrijving en de jaarlijkse cashflow.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Cumulatieve cashflow en de terugverdientijd
terugverdientijd (gelijke cashflows)
Bij ongelijke cashflows tel je ze cumulatief op tot je aan het investeringsbedrag komt.
gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
Het gemiddelde jaarresultaat als percentage van het gemiddeld geïnvesteerde vermogen.
Een investering van € 48\,000 levert 4 jaar lang een cashflow van € 16\,000 per jaar op (restwaarde nihil); de gemiddelde nettowinst is € 4\,000 per jaar. Bereken de terugverdientijd en de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit, en beoordeel de investering bij een gewenste rentabiliteit van 12%.
Bij gelijke cashflows deel je het investeringsbedrag door de cashflow per jaar.
Met een restwaarde van nul is dat het gemiddelde van € 48\,000 en € 0.
Deel de gemiddelde nettowinst door het gemiddeld geïnvesteerd vermogen; vergelijk met de eis van 12%.
Resultaat: Resultaat: de terugverdientijd is 3 jaar en de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit ongeveer 16,7%. Omdat 16,7% boven de gewenste 12% ligt, is de investering volgens deze methode aantrekkelijk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een investering van € 48\,000 levert 4 jaar lang een cashflow van € 16\,000 per jaar op; de restwaarde is nihil. De gemiddelde nettowinst is € 4\,000 per jaar. Bereken de terugverdientijd en de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit, en beoordeel de investering als de gewenste rentabiliteit 12% is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Cashflows contant maken
contante waarde van een cashflow
Een cashflow uit jaar teruggerekend naar de waarde van nu met de vermogenskostenvoet .
netto contante waarde
De som van de contante cashflows min de investering; positief ⇒ aantrekkelijk, negatief ⇒ afwijzen.
Een investering van € 40\,000 levert drie jaar lang € 16\,000 cashflow per jaar op (restwaarde nihil). De vermogenskostenvoet is 8%. Bereken de NCW en beoordeel de investering.
Deel elke cashflow door voor het betreffende jaar.
De som is de contante waarde van alle toekomstige cashflows.
Het investeringsbedrag betaal je nu en telt onverdisconteerd mee.
Resultaat: Resultaat: de NCW is ongeveer +€ 1\,233. Omdat de NCW positief is, levert de investering méér op dan de geëiste 8% en is zij aantrekkelijk: elke euro is teruggerekend naar de waarde van nu, en er blijft een positief saldo over.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een investering van € 40\,000 levert drie jaar lang een cashflow van € 16\,000 per jaar op; de restwaarde is nihil. De vermogenskostenvoet is 8%. Bereken de netto contante waarde en beoordeel of de investering aantrekkelijk is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma bedrijfseconomie (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad