- Centraal examen (CE) — uitsluitend leesvaardigheid
- Het CE Frans VWO toetst alléén domein A (Leesvaardigheid). De kandidaat leest een reeks authentieke Franse teksten (artikelen, reportages, interviews, columns, betogen en literaire fragmenten) en beantwoordt daarover vragen in gemengde vormen: meerkeuzevragen, open vragen (doorgaans in het Nederlands te beantwoorden), citeervragen (aanhalen uit de Franse tekst) en invoeg-/gatvragen. Het streefniveau voor lezen is ERK B2, met teksten die tot C1 reiken. De exacte duur en het aantal vragen liggen per examenjaar vast in het rooster en de syllabus; het enige toegestane hulpmiddel is een woordenboek (Frans-Nederlands/Nederlands-Frans, eventueel een verklarend woordenboek Frans).
- Schoolexamen (SE) — luisteren, spreken, schrijven, literatuur, oriëntatie
- Het SE toetst de domeinen die niet in het CE zitten: domein B (kijk- en luistervaardigheid, vaak via een landelijke of schooleigen kijk- en luistertoets), domein C (gespreksvaardigheid: gesprekken voeren én spreken/presenteren), domein D (schrijfvaardigheid, inclusief het verslag), domein E (literatuur: literaire ontwikkeling, literaire begrippen en literatuurgeschiedenis) en domein F (oriëntatie op studie en beroep). Vorm, aantal toetsen en weging liggen vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) van de school.
- Eindcijfer, normering — en waarom Frans géén kernvak is
- Het eindcijfer is het (afgeronde) rekenkundige gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer; beide tellen dus voor de helft mee. De omzetting van de CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE jaarlijks per vak vaststelt. Anders dan Engels is Frans géén kernvak: de kernvakkenregel (onder Nederlands, Engels en wiskunde samen ten hoogste één 5) geldt niet voor Frans. Frans telt in de gewone slaag-zakregeling mee als één van de eindcijfers, waarvan er ten hoogste één 5 of één combinatie 5-en-6 mag voorkomen (en geen enkel cijfer lager dan 4).
- Literatuur, woordenschat, grammatica en de ERK-niveaus (VWO)
- Voor het VWO leest de kandidaat voor Frans ten minste drie literaire werken en houdt daarover een leesdossier bij; anders dan op de HAVO horen literaire begrippen (E2) en literatuurgeschiedenis (E3) nadrukkelijk tot de VWO-eindtermen. Het streefniveau voor lezen (CE) is ERK B2; de overige, vooral productieve vaardigheden (spreken, schrijven) liggen volgens de taalprofielen doorgaans op een iets lager ERK-niveau (rond B1). Woordenschat en grammatica zijn geen aparte toetsdomeinen, maar voorwaardelijke (ondersteunende) vaardigheden die in alle domeinen meewegen — in het CE via het lezen, in het SE via spreken en schrijven. Kennis van de frankofone cultuur ondersteunt vooral het tekstbegrip en komt in het schoolexamen en de leescontext aan bod.