Leesstrategieën vormen de motor van het centraal examen Frans, dat volledig uit leesvaardigheid (domein A) bestaat. Je stemt je manier van lezen af op je leesdoel: globaal lezen (survoler) voor het overzicht, zoekend lezen (scanner) om een gegeven te vinden, intensief lezen voor een precieze vraag en kritisch lezen voor toon en betrouwbaarheid. Ook het afleiden van de betekenis van onbekende woorden uit de context hoort bij deze CE-leesvaardigheidsstof.
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Leesstrategie is de kernvaardigheid van het CE Frans: kies bewust per vraag hoe je leest en oefen dat op authentieke teksten.
verhoogd niveau
Wie naar B2 en hoger reikt, schakelt vloeiend tussen de strategieën en leidt de betekenis van onbekende woorden vlot uit de context af.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Van leesdoel naar leesstrategie
Bij een Franse reportage staat de vraag: „Noteer in welk jaar de vereniging werd opgericht (regel 12–18).” Welke leesstrategie past hierbij, en hoe pak je de vraag aan?
De vraag vraagt om één concreet gegeven — een jaartal — binnen een aangegeven regelbereik. Het leesdoel is dus: één feit lokaliseren, niet de hele tekst begrijpen.
Bij „één gegeven” hoort volgens de beslisboom zoekend lezen (scanner): je speurt gericht naar een getal met vier cijfers en negeert de rest.
Je laat je oog over regel 12–18 glijden op zoek naar een jaartal (bijvoorbeeld „1998”) en controleert kort of de zin er inderdaad over de oprichting gaat.
Resultaat: Zoekend lezen (scanner): het leesdoel is één feit lokaliseren, dus je scant het aangegeven regelbereik naar een jaartal in plaats van de tekst intensief te lezen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: je krijgt een Franse tijdschrifttekst met vier vragen — (1) waar gaat de tekst in het algemeen over, (2) in welk jaar is de organisatie opgericht, (3) leg uit waarom de auteur maatregel X afwijst, (4) welke toon heeft de slotalinea. Bepaal per vraag welke leesstrategie (globaal, zoekend, intensief of kritisch) je zou inzetten, en verantwoord je keuze in één zin.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Je krijgt een Franse tekst met de titel „Faut-il interdire les téléphones à l'école ?”, een chapô, drie tussenkopjes en een slotalinea. Hoe bouw je met globaal lezen in één minuut een overzicht op?
De titel is een ja-nee-vraag over een verbod op telefoons op school; het chapô vat het debat samen. Dit signaleert een betogende of beschouwende tekst over één maatschappelijke kwestie.
De drie tussenkopjes verraden de indeling — bijvoorbeeld argumenten vóór, argumenten tegen, en een afweging. De eerste zin van elke alinea bevestigt die opbouw.
De vraagvorm in de titel en de tweezijdige opbouw wijzen op een afwegende, niet eenzijdige toon.
Resultaat: Na één minuut globaal lezen weet je: onderwerp = telefoonverbod op school, opbouw = voor–tegen–afweging, toon = afwegend. Dat overzicht stuurt straks elke detailvraag naar de juiste alinea.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: neem een Franse nieuwstekst van ongeveer een halve pagina. Geef jezelf één minuut om hem globaal te lezen en schrijf daarna zonder terug te kijken op: (a) het onderwerp, (b) de globale opbouw in twee of drie delen, (c) de vermoedelijke toon. Scan vervolgens in maximaal twintig seconden naar het eerste genoemde jaartal. Vergelijk je overzicht met een klasgenoot.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — De leesroute: van tekst naar antwoord
Een tekst bevat de zin: „L'auteur ne critique pas la technologie elle-même, mais l'usage qu'on en fait.” De vraag luidt: „Waar richt de kritiek van de auteur zich volgens deze zin op?” Werk het intensieve lezen uit.
„ne critique pas la technologie elle-même” betekent: de auteur bekritiseert de technologie zélf níét. De ontkenning ne … pas sluit de techniek als doelwit uit.
Het verbindingswoord „mais” (maar) plaatst daar het echte doelwit tegenover: „l'usage qu'on en fait” — het gebruik dat men ervan maakt.
De kritiek richt zich niet op de technologie, maar op de manier waarop mensen haar gebruiken.
Resultaat: De kritiek betreft het gebruik van de technologie, niet de technologie zelf. Het juiste antwoord hangt volledig aan de ontkenning „ne … pas” en het contrastwoord „mais” — details die alleen intensief lezen oplevert.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: zoek in een Franse tekst een zin met „ne … que” of met een verbindingswoord als „cependant” of „en revanche”. Lees de zin intensief en formuleer in het Nederlands nauwkeurig wat er wordt beweerd. Bepaal daarna of de omringende alinea een positieve, negatieve of neutrale houding uitdrukt, en citeer het woord dat je die toon verraadt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
In de zin „Beaucoup de jeunes se sentent débordés : ils ont trop de devoirs, trop d'activités et pas assez de temps.” ken je het woord „débordés” niet. Leid de betekenis af.
In „se sentent débordés” staat na „se sentir” (zich voelen) een bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord: „débordés” beschrijft hoe de jongeren zich voelen.
De dubbele punt leidt een uitleg in: „trop de devoirs, trop d'activités et pas assez de temps” — te veel huiswerk en activiteiten, te weinig tijd. Dat is een toestand van overbelasting.
„zich overbelast of overweldigd voelen” past precies bij de uitleg. Het werkwoord déborder betekent letterlijk „overstromen”.
Resultaat: „se sentir débordé” betekent „zich overbelast of overweldigd voelen” — afgeleid uit de woordsoort en uit de uitleg na de dubbele punt, zonder woordenboek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Oefenopgave: onderstreep in een Franse alinea drie woorden die je niet kent. Noteer per woord (a) de woordsoort, (b) één contextsignaal of woordvormaanwijzing, en (c) je geraden betekenis. Controleer daarna met het woordenboek hoeveel je er goed had — en let vooral op of er een faux ami tussen zat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad