Spreekvaardigheid is het productieve onderdeel van de gespreksvaardigheid (domein C): je houdt in je eentje een monoloog of presentatie in het Frans, gestructureerd en met een verzorgde uitspraak. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — niet in het centraal examen, dat bij Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Anders dan bij een gesprek spreek je hier alléén: het draait om een heldere opbouw (introduction, développement, conclusion), samenhang met mots de liaison en een goede uitspraak, klemtoon en intonatie.
4 Onderdelen~19 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Spreken is schoolexamenstof (domein C): je kunt een korte, samenhangende monoloog of presentatie in het Frans houden met een begrijpelijke uitspraak.
verhoogd niveau
Wie naar B2/C1 reikt, presenteert vlot en helder gestructureerd over abstractere onderwerpen, met verzorgde uitspraak, natuurlijke intonatie en een op het publiek afgestemde toon.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Voor het schoolexamen moet je „un exposé de trois minutes sur un sujet de ton choix” houden. Wat voor toets is dit, en wat betekent dat voor je voorbereiding?
„Un exposé” (een voordracht) door één spreker, zonder gesprekspartner, is een monoloog: de spreekvaardigheid, niet de interactie van gesprekken voeren.
Een monoloog mag je voorbereiden: bepaal vooraf de structuur (introduction, développement, conclusion), de mots de liaison en je kernwoordenschat.
Schrijf niet alles uit om op te lezen; werk met steekwoorden zodat je vrij en met oogcontact spreekt.
Resultaat: Het is een spreektoets (monoloog): je bereidt de structuur en woordenschat grondig voor, maar brengt de voordracht vrij aan de hand van steekwoorden — niet als een voorgelezen tekst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een onderwerp uit de examenthema's en bereid een presentatie van twee minuten voor. Schrijf géén volledige tekst, maar een schema met steekwoorden en je kernzinnen in het Frans. Oefen de presentatie hardop voor een klasgenoot en vraag of je vrij (niet oplezend) en goed te volgen sprak.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — De structuur van een presentatie
Je houdt een korte presentatie over „les avantages du vélo en ville”. Schets de opbouw volgens Afb. 1 en plaats de mots de liaison.
Benoem onderwerp en plan: „Aujourd'hui, je vais vous parler des avantages du vélo en ville. Je vais aborder trois points : la santé, l'environnement et le coût.”
Structureer met verbindingswoorden: „D'abord, le vélo est bon pour la santé. Ensuite, il ne pollue pas. De plus, il coûte peu. Cependant, il faut des pistes cyclables.”
Rond hoorbaar af en vat samen: „En conclusion, le vélo présente de nombreux avantages pour la ville. Pour moi, c'est la meilleure solution.”
Resultaat: Introduction (onderwerp + plan) → développement met d'abord/ensuite/de plus/cependant → conclusion met „en conclusion” en een samenvatting. De mots de liaison maken de driedeling hoorbaar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bereid een presentatie van twee minuten voor met een duidelijke introduction, développement en conclusion. Schrijf vooraf de mots de liaison op die je gaat gebruiken (bijvoorbeeld d'abord, ensuite, cependant, donc, en conclusion) en laat een klasgenoot tijdens het luisteren aankruisen welke hij hoort. Bespreek daarna of de structuur hoorbaar was.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Aspecten van de Franse uitspraak
Spreek de zin „Les amis de mon frère habitent en France” uit. Welke uitspraakaspecten uit Afb. 2 passen hier toe?
In „les amis” hecht de s zich aan „amis” en klinkt als z („lè-za-mi”); ook „habitent en France” wordt aaneengeregen doordat de eindmedeklinker doorklinkt naar de klinker.
„mon” en „en France” zijn nasaal (geen losse n); de stomme e in „frère” en „habitent” wordt ingeslikt.
Leg de nadruk achteraan in elke groep („les aMIS”, „en FRANCE”) en laat de mededeling aan het eind licht dalen.
Resultaat: „Les amis de mon frère habitent en France” — met liaisons, nasalen, ingeslikte stomme e's, de klemtoon achteraan en een dalende slotintonatie klinkt de zin natuurlijk Frans in plaats van Nederlands.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies vijf Franse zinnen met nasalen en liaisons (bijvoorbeeld „Les enfants vont à l'école en bus”). Beluister een moedertaalspreker (bijvoorbeeld via een woordenboek-app of TV5MONDE), markeer de liaisons en de eindklemtonen en spreek elke zin hardop na tot ritme en klanken kloppen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Midden in je presentatie raak je de draad kwijt en schiet het volgende woord je niet te binnen. Wat doe je, en wat vermijd je?
Val niet stil en schakel niet over op het Nederlands. Win rustig tijd met een vulwoord: „Alors… disons…” en adem even.
Pak de laatste gedachte opnieuw op of omschrijf het ontbrekende woord: „Ce que je veux dire, c'est que…”. Zo kom je verder zonder het precieze woord.
Gebruik een mot de liaison om je structuur terug te vinden: „Donc, pour continuer, mon deuxième point est…”.
Resultaat: Door kalm tijd te winnen, te herformuleren of te omschrijven en met een mot de liaison de draad terug te pakken, houd je de presentatie in het Frans gaande — beheerst compenseren telt zwaarder dan een perfecte maar uitgebleven zin.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Houd je voorbereide presentatie van twee à drie minuten voor een kleine groep en laat iemand op drie punten letten: oogcontact, tempo en of je vrij (niet oplezend) sprak. Laat de groep daarna één vraag in het Frans stellen en oefen bewust met om verheldering vragen en beknopt antwoorden, zonder in het Nederlands te vervallen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad