Kijk- en luistervaardigheid (domein B) is de receptieve vaardigheid waarmee je gesproken en audiovisueel Frans begrijpt: je haalt er hoofdzaken, details, standpunten en de toon van sprekers uit. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — meestal met een kijk- en luistertoets — en dus niet in het centraal examen, want het CE Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid. De precieze vorm (aantal fragmenten, vraagtypen, hulpmiddelen en weging) legt je school vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA).
4 Onderdelen~18 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Kijk- en luistervaardigheid is schoolexamenstof (domein B): je begrijpt de hoofdlijn en de belangrijkste details van duidelijk gesproken, audiovisueel Frans en beantwoordt daarover vragen.
verhoogd niveau
Wie naar B2/C1 reikt, volgt ook sneller, natuurlijk gesproken Frans met regionale kleuring, vat impliciete standpunten en ironie, en verliest de draad niet bij een enkel onbekend woord.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Soorten luistervragen
Bij een reportage over stadslandbouw luidt een vraag: „Welke houding heeft de geïnterviewde boer tegenover het project?” Bepaal welke soort luistervraag dit is (Afb. 1) en welke luisterhouding erbij past.
De vraag gaat niet over een feit of getal, maar over de houding van de spreker — enthousiast, sceptisch, neutraal? Het draait om gevoel en toon.
Dit is een toon-/gevoelsvraag (Afb. 1), geen hoofdzaak- of detailvraag: je zoekt geen los feit maar een attitude.
Let bewust op intonatie, woordkeuze en (bij beeld) gezichtsuitdrukking: verraadt de boer enthousiasme („C'est formidable !”), twijfel of kritiek?
Resultaat: Het is een toon-/gevoelsvraag: je let op intonatie, woordkeuze en mimiek om de houding van de spreker te bepalen, niet op een los feit.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk een kort Frans nieuwsfragment (bijvoorbeeld van TV5MONDE of het journaal) van hooguit twee minuten. Formuleer bij het fragment zelf vier vragen: één naar de hoofdzaak, één naar een detail, één naar de toon van een spreker en één naar diens bedoeling. Wissel de vragen uit met een klasgenoot en controleer elkaars antwoorden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein B (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Het luisterproces
Je krijgt een fragment te zien met als titel „Les jeunes et les réseaux sociaux” en een vraag naar hoeveel uur per dag de geïnterviewde jongere online is. Loop het luisterproces van Afb. 2 door.
De titel activeert het woordveld sociale media: „les réseaux”, „en ligne”, „le smartphone”, „les heures”. Je verwacht dat er een tijdsduur genoemd wordt.
Bij de eerste beluistering vang je de hoofdlijn: een jongere vertelt over zijn mediagebruik. Je onthoudt de strekking, niet elk woord.
De vraag zoekt een getal (uren per dag). Je luistert de tweede keer gericht naar een getal met „heures”, bijvoorbeeld „environ trois heures par jour”.
Resultaat: Door te voorspellen, globaal te luisteren en dan gericht naar het getal te zoeken, vind je het antwoord („trois heures”) zonder je te verliezen in de rest van het fragment.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een Frans audiofragment van twee à drie minuten. Luister de eerste keer alleen naar de hoofdlijn en noteer in één Nederlandse zin waar het over gaat. Formuleer daarna drie detailvragen en luister een tweede keer gericht om die te beantwoorden. Merk op hoe anders je de tweede keer luistert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein B (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Een spreker zegt met een zucht en dalende intonatie: „Ah oui, c'est vraiment une idée géniale…”, gevolgd door een stilte. Bepaal de werkelijke toon en bedoeling.
De woorden („une idée géniale”) zijn lovend, maar de zucht, de dalende intonatie en de stilte spreken dat tegen. Er is een botsing tussen woord en toon.
Die botsing is het signaal van ironie: de spreker bedoelt het omgekeerde van wat hij zegt — hij vindt het idee juist niet goed.
De bedoeling is kritiek of afkeuring, verpakt in schijnbare lof. Een letterlijke lezing zou de betekenis volledig missen.
Resultaat: De toon is ironisch en de bedoeling kritisch: ondanks de lovende woorden keurt de spreker het idee af — herkenbaar aan de botsing tussen woord en intonatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beluister een kort Frans interview met twee sprekers die het niet eens zijn. Noteer per spreker in één zin diens standpunt en onderstreep het Franse signaalwoord (bijvoorbeeld „pourtant” of „en revanche”) waaraan je de tegenstelling herkende. Bepaal daarna de toon van elke spreker.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein B (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
In een fragment zegt een spreker: „Je ne prends jamais la voiture pour aller au travail ; je préfère le vélo.” Bij de vraag „Comment se rend-il au travail ?” is optie A „en voiture” en optie B „à vélo”. Kies en verklaar.
Optie A („en voiture”) herhaalt het gehoorde woord „voiture”, maar de spreker zei juist „je ne prends jamais la voiture” — een ontkenning. De woordval lokt je naar het herkende woord.
De spreker zegt dat hij de fiets verkiest: „je préfère le vélo”. Dat is de daadwerkelijke inhoud, los van welk woord het bekendst klonk.
Het juiste antwoord is B („à vélo”), omdat het klopt met wat de spreker zegt; A is een afleider die op de woordherkenning speelt.
Resultaat: Antwoord B („à vélo”). De ontkenning „ne… jamais” maakt „voiture” tot een woordval; kies altijd op grond van de inhoud, niet van een herkend woord.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Frans audiovisueel fragment met meerkeuzevragen (bijvoorbeeld uit oefenmateriaal van je docent). Streep bij elke vraag eerst de duidelijk foute afleiders weg en let bewust op de woordval — een optie die een gehoord woord herhaalt maar toch fout is. Verantwoord na afloop per vraag waarom de gekozen optie beter bij het fragment past dan de afleiders.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein B (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad