Dit onderwerp behandelt de examentechniek bij het CE Frans: de vraagvormen (meerkeuze, open vraag, citeervraag, invoeg-/gatvraag), de antwoordconventies (in welke taal je antwoordt, hoe je exact citeert, de gevraagde omvang, de verwijzing naar regelnummers), de tijdsindeling en het gebruik van het woordenboek. Het is CE-leesvaardigheidsstof (domein A) — bij Frans het enige centrale-examendomein. Waar de andere onderwerpen over het lezen zelf gaan, gaat dit over het slim beantwoorden van de vragen.
4 Onderdelen~20 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Je kent de vraagvormen en de antwoordconventies van het CE Frans en past ze correct toe.
verhoogd niveau
Wie routine opbouwt, wint tijd met een vaste aanpak per vraagvorm en houdt zo ruimte over voor de lastigste vragen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De vraagvormen van het CE Frans
Een vraag luidt: „Citez le mot (l. 12) qui montre que l'auteur n'est pas d'accord.” Welke vraagvorm is dit, en wat verwacht men van je antwoord?
„Citez … le mot” (citeer het woord) maakt het een citeervraag: je moet letterlijk uit de tekst overnemen.
Er wordt om één woord gevraagd, en de regelverwijzing „(l. 12)” wijst de precieze plaats aan: regel 12.
Zoek in regel 12 het ene Franse woord dat de afkeuring van de auteur uitdrukt en neem het exact, met de juiste spelling, over — niet vertaald, niet meer dan één woord.
Resultaat: Het is een citeervraag. Je neemt exact één Frans woord uit regel 12 over — de gevraagde omvang (één woord) en de regelverwijzing bepalen het antwoord, dat letterlijk en in het Frans moet zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een set oefenvragen bij een Franse tekst en deel de vragen in naar de vier vormen van Afb. 1 (meerkeuze, open, citeer, invoeg/gat). Noteer per vraag in één woord wat de vorm van je verlangt: kiezen, formuleren, citeren of ordenen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Beslismodel bij een meerkeuzevraag
Bij een tekst die zegt dat „veel jongeren, maar lang niet allemaal” sociale media kritisch gebruiken, luidt een optie: „Tous les jeunes utilisent les réseaux sociaux de manière critique.” Waarom is dit een afleider, en van welk type?
De optie beweert „tous les jeunes” (alle jongeren), terwijl de tekst zegt „veel, maar lang niet allemaal”.
De optie is te absoluut: het woord „tous” maakt de bewering algemener en stelliger dan de tekst, die juist nuanceert.
Omdat de tekst de bewering niet in deze absolute vorm steunt, streep je de optie weg — ondanks de herkenbare woorden „réseaux sociaux” en „de manière critique”.
Resultaat: Het is een te-absolute afleider: „tous” botst met de nuance („lang niet allemaal”) in de tekst. De woordelijke overlap („réseaux sociaux”, „critique”) maakt hem verleidelijk, maar de betekenis klopt niet — dus wegstrepen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem drie meerkeuzevragen bij een Franse tekst en los ze op volgens het model van Afb. 2. Schrijf per vraag bij elke afleider op waaróm hij fout is (te ruim, te absoluut, waar-maar-niet-gevraagd of niet-in-de-tekst) en met welke regel je de juiste optie kunt bewijzen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
De vraag luidt: „Noem twee redenen die de auteur geeft waarom steden autoluw moeten worden.” De tekst noemt luchtvervuiling, verkeersveiligheid en meer ruimte voor voetgangers. Hoe beantwoord je de vraag correct?
De vraag vraagt om twee redenen; je geeft er dus precies twee, niet één en niet alle drie.
Kies twee redenen die de tekst noemt, bijvoorbeeld de luchtvervuiling en de verkeersveiligheid; ze moeten uit de tekst komen, niet uit je eigen hoofd.
Antwoord in helder Nederlands zonder omhaal: (1) minder luchtvervuiling; (2) meer verkeersveiligheid. Elk element apart en herkenbaar.
Resultaat: Een correct antwoord noemt precies twee door de tekst genoemde redenen (bijvoorbeeld minder luchtvervuiling en meer verkeersveiligheid), beknopt en in het Nederlands. Meer of minder dan twee, of een eigen reden, kost punten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beantwoord bij een Franse oefentekst twee open vragen (in het Nederlands, beknopt en volledig) en één citeervraag (exact in het Frans, binnen de gevraagde omvang). Controleer daarna: heb je in de juiste taal geantwoord, precies de gevraagde elementen gegeven, en bij het citaat niets veranderd?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
In een tekst is een zin weggehaald; op de open plek volgt de zin „En revanche, les partisans du projet insistent sur ses avantages économiques.” Welk soort zin moet eraan voorafgaan, en hoe weet je dat?
„En revanche” (daarentegen) markeert een tegenstelling: wat volgt, staat tegenover wat eraan voorafgaat.
„Les partisans du projet” (de voorstanders van het project) impliceert dat er eerder tegenstanders of bezwaren zijn genoemd.
De ontbrekende voorafgaande zin moet dus over de tégenstanders of de nadelen van het project gaan; alleen een fragment met die inhoud sluit logisch aan.
Resultaat: Er moet een zin aan voorafgaan over de tegenstanders of de nadelen van het project. De connecteur „en revanche” (tegenstelling) en de verwijzing „les partisans” (tegenover eerdere tegenstanders) leggen dat samen vast — de cohesie wijst het juiste fragment aan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Doe een oefentekst met een gat- of ordeningsvraag en let bewust op de signaalwoorden: onderstreep de connecteurs (donc, cependant, en effet) en de verwijswoorden en beredeneer daarmee de volgorde. Neem daarna de tijd op en bepaal hoeveel minuten je per tekst nodig had — en stel op grond daarvan je tijdsindeling bij.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein A Leesvaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad