Grammatica is bij Frans geen apart examendomein maar een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid: ze wordt vooral binnen de schrijfvaardigheid (schoolexamen, domein D) beoordeeld als onderdeel van de taalverzorging, en ze ondersteunt daarnaast het tekstbegrip in het CE. Een groot deel van de kerngrammatica is (herhaling van) onderbouwstof; dit onderwerp frist die kern op en richt zich op de constructies die op B2-niveau het verschil maken: de werkwoordstijden, de subjonctif en de voornaamwoorden. De nadruk ligt daarbij op de contrastieve valkuilen tussen het Nederlands en het Frans.
4 Onderdelen~18 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 1 · Verdieping 2
basisniveau
Grammatica ondersteunt de hele examentraining: correct Frans helpt je bij het lezen in het CE en is een voorwaarde voor het schrijven in het SE, waar taalverzorging als apart aspect meetelt.
verhoogd niveau
Wie naar C1 reikt, beheerst niet alleen de vormen maar ook de fijnere betekenisverschillen (passé composé versus imparfait, de nuance van de subjonctif) en past ze bewust en foutloos toe in de eigen productie.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Waarom is „Je suis seize ans” fout, en hoe hoort het? Verklaar de contrastieve oorzaak.
De zin is een letterlijke vertaling van „Ik ben zestien jaar”, waarin het Nederlands het werkwoord „zijn” gebruikt.
Voor leeftijd gebruikt het Frans niet „être” (zijn) maar „avoir” (hebben): je „hebt” zoveel jaar. Het telwoord schrijf je bovendien voluit als „seize”.
De juiste vorm is „J'ai seize ans.” — letterlijk „ik heb zestien jaar”.
Resultaat: „Je suis seize ans” (fout) tegenover „J'ai seize ans” (correct). De fout is contrastief: het Nederlandse „zijn” bij leeftijd wordt ten onrechte op het Frans geplakt, terwijl het Frans daarvoor „avoir” eist.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Verzamel drie eigen geschreven Franse teksten (bijvoorbeeld oude SE-oefeningen) en noteer welke grammaticale fouten terugkeren. Stel op basis daarvan je persoonlijke taalverzorgingschecklist van maximaal vier punten op en gebruik die bij je volgende schrijfopdracht.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — taalverzorging binnen domein D / voorwaardelijke vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — De werkwoordstijden op een tijdas
Kies de juiste tijd en licht toe: „Quand je ___ (être) jeune, nous ___ (habiter) à Paris, mais un jour mon père ___ (trouver) un travail à Lyon.”
„Quand j'étais jeune” beschrijft een toestand in het verleden zonder eindpunt: imparfait. Dus „j'étais jeune”.
Wonen in Parijs was een langdurige, voortdurende situatie: opnieuw imparfait. Dus „nous habitions à Paris”.
„un jour” wijst op één afgerond moment dat het verhaal vooruithelpt: passé composé. Dus „mon père a trouvé un travail”.
Resultaat: „Quand j'étais jeune, nous habitions à Paris, mais un jour mon père a trouvé un travail à Lyon.” Twee imparfaits (toestand en gewoonte) tegenover één passé composé (de afgeronde gebeurtenis bij „un jour”).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vul de juiste verledentijd in (passé composé of imparfait) en verantwoord je keuze: (1) „Quand je ___ (être) jeune, nous ___ (habiter) à Nice.” (2) „Soudain, un orage ___ (éclater) et les promeneurs ___ (rentrer) vite.” (3) „Elle lisait tranquillement quand quelqu'un ___ (frapper) à la porte.” Benoem per gat of het om achtergrond of gewoonte, dan wel om een afgeronde handeling gaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — taalverzorging binnen domein D / voorwaardelijke vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Wanneer de subjonctif?
Vul de subjonctif in: „Bien qu'il ___ (avoir) peu de temps, il veut que tu ___ (venir) ce soir.”
Het voegwoord „bien que” (hoewel) eist de subjonctif. „avoir” wordt in de subjonctif „ait”: „Bien qu'il ait peu de temps”.
„il veut que” drukt een wil uit en heeft twee verschillende onderwerpen (il en tu), dus subjonctif. „venir” wordt „viennes”: „il veut que tu viennes”.
Beide werkwoorden staan in een „que”-bijzin na een trigger, en beide onregelmatige vormen („ait”, „viennes”) horen bij de subjonctif présent.
Resultaat: „Bien qu'il ait peu de temps, il veut que tu viennes ce soir.” Twee triggers — het voegwoord „bien que” en de wilsuitdrukking „vouloir que” — dwingen elk een subjonctif af: „ait” (van „avoir”) en „viennes” (van „venir”).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Zet het werkwoord in de juiste wijs (subjonctif, indicatif of infinitief): (1) „Il faut que nous ___ (partir) tout de suite.” (2) „J'espère qu'il ___ (venir) demain.” (3) „Je suis heureuse que tu ___ (être) là.” (4) „Nous voulons ___ (réussir) notre examen.” Leg per zin uit welke trigger — of het gelijke onderwerp — je keuze bepaalt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — taalverzorging binnen domein D / voorwaardelijke vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Afb. 3 — De voornaamwoorden
Beantwoord met een voornaamwoord: „Tu as vu Marie et Sophie? — Oui, je …”
„Marie et Sophie” is het lijdend voorwerp (COD), vrouwelijk meervoud. Het COD-voornaamwoord daarvoor is „les”.
In de passé composé staat het voornaamwoord vóór het hulpwerkwoord: „je les ai …”, niet na het deelwoord.
Bij „avoir” richt het voltooid deelwoord zich naar een voorafgaand lijdend voorwerp. „les” (= Marie et Sophie, vrouwelijk meervoud) gaat eraan vooraf, dus „vu” wordt „vues”.
Resultaat: „Oui, je les ai vues.” Het COD „les” staat vóór het hulpwerkwoord, en omdat dit vrouwelijk-meervoudige voorwerp voorafgaat aan „avoir” + deelwoord, krijgt „vu” de accord „-es”: „vues”.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Herschrijf en vervang de onderstreepte woordgroep door een voornaamwoord, of vul het juiste betrekkelijke voornaamwoord in: (1) „Je donne le cadeau à ma sœur.” (vervang beide voorwerpen) (2) „Tu penses à l'examen?” (3) „C'est le livre ___ je t'ai parlé.” (4) „Voilà la maison ___ nous avons habité.” Benoem bij (1) de volgorde van de voornaamwoorden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — taalverzorging binnen domein D / voorwaardelijke vaardigheid (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen