Woordenschat is geen apart examendomein maar een voorwaardelijke, ondersteunende vaardigheid — toch is ze doorslaggevend, want het centraal examen Frans is een leesexamen waarin je tekstbegrip vrijwel volledig op je woordkennis steunt. Dit onderwerp leert je de betekenis van onbekende woorden af te leiden uit de context en de woordvorm, en het waarschuwt voor collocaties, idioom en faux amis. Veel van de basiswoordenschat is (herhaling van) onderbouwstof; de nadruk ligt hier op de strategieën die op B2-niveau het verschil maken.
4 Onderdelen~17 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Woordenschat ondersteunt de hele examentraining: hoe meer woorden je herkent en hoe beter je de rest uit de context afleidt, hoe vlotter en preciezer je het CE-leesexamen maakt.
verhoogd niveau
Wie naar C1 reikt, bouwt niet alleen een grotere receptieve woordenschat op, maar beheerst ook idioom, collocaties en register actief — en kiest bij het schrijven bewust het precieze, idiomatisch juiste woord.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Je leest: „Le réchauffement climatique menace la biodiversité; de nombreuses espèces risquent de disparaître.” Je kent „menace” en „espèces” niet zeker. Wat doe je?
Het thema is klimaat en biodiversiteit. „Le réchauffement climatique” (de opwarming van het klimaat) is het onderwerp; de tweede zinshelft zegt dat „de nombreuses espèces” het risico lopen te „disparaître” (verdwijnen).
Naast „biodiversité” en „disparaître” past maar één betekenis: soorten (dier- of plantensoorten). Afleiden uit de context volstaat; niet opzoeken.
Het werkwoord „menacer” verbindt het probleem met de biodiversiteit; samen met de dreigende toon betekent het bedreigt. Ook hier is opzoeken overbodig.
Resultaat: Beide woorden zijn uit de context af te leiden: „menacer” = bedreigen, „espèces” = (dier)soorten. Je hoeft niets op te zoeken en houdt tijd over voor de vraag. Kernzin: de klimaatopwarming bedreigt de biodiversiteit; veel soorten dreigen te verdwijnen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Neem een Franstalige tekst van ongeveer een halve pagina (bijvoorbeeld een kort krantenartikel) en onderstreep alle woorden die je niet meteen kent. Bepaal per woord of je de betekenis uit de context of de woordvorm kunt afleiden, of dat je het zou moeten opzoeken. Streef ernaar dat je er hooguit drie hoeft op te zoeken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)
Afb. 1 — Contextaanwijzingen
Wat betekent „éphémère” in: „Contrairement aux montagnes, éternelles, le bonheur est souvent éphémère.”?
„Contrairement à” (in tegenstelling tot) kondigt een contrast aan tussen de bergen en „le bonheur” (het geluk).
De bergen worden „éternelles” (eeuwig) genoemd. Door het contrast moet „éphémère” ongeveer het tegenovergestelde van eeuwig betekenen.
Het tegengestelde van eeuwig is kortstondig, vluchtig. „Le bonheur est souvent éphémère” = het geluk is vaak vluchtig — dat past logisch in de zin.
Resultaat: „éphémère” betekent kortstondig, vluchtig. Het contrastsignaal „contrairement à” plus het bekende „éternelles” (eeuwig) wijst rechtstreeks naar de tegengestelde betekenis.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leid de betekenis van de cursieve woorden af en benoem het contextsignaal dat je gebruikt: (1) „Il était morose, autrement dit de mauvaise humeur.” (2) „Contrairement à son frère bavard, Léa est plutôt taciturne.” (3) „Les édifices, comme les églises et les palais, dominent la vieille ville.” Schrijf per zin op welk signaal (definitie, contrast of voorbeeld) je op het spoor zette.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)
Afb. 2 — Woordvorming (la formation des mots)
Leid de betekenis van „atterrir” af zonder woordenboek, in: „L'avion va atterrir dans dix minutes.”
In „atterrir” herken je de stam „terr-”, van „la terre” (de aarde, de grond).
Het voorvoegsel „a(t)-” (van „à”, naar) geeft een richting aan, en „-ir” is een werkwoorduitgang. Samen: een werkwoord dat „naar de grond (gaan)” betekent.
Het onderwerp is „l'avion” (het vliegtuig). „Naar de grond gaan” van een vliegtuig is landen — dat past perfect.
Resultaat: „atterrir” betekent landen. De familie rond „terre” („terrain”, „souterrain”, „territoire”, „terrestre”) bevestigt de stam, en de context (een vliegtuig) maakt de betekenis zeker: het vliegtuig gaat over tien minuten landen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed de volgende woorden in préfixe + radical + suffixe en leid de betekenis af: (1) „reconstruire” (2) „impensable” (3) „le refroidissement” (4) „déboiser”. Noem daarna bij minstens één woord nog twee andere leden van dezelfde woordfamilie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)
Vertaal correct: „Actuellement, je cherche un cadeau dans la librairie du centre.”
Dit lijkt op „actueel” of „daadwerkelijk”, maar „actuellement” betekent op dit moment, momenteel. „Actueel” zou „d'actualité” zijn.
Dit lijkt op „bibliotheek”, maar „la librairie” is de boekwinkel. Een bibliotheek is „la bibliothèque”. De context (een „cadeau” kopen) bevestigt dat het om een winkel gaat.
Met beide correcties wordt de zin logisch: iemand zoekt momenteel een cadeau in de boekwinkel.
Resultaat: „Op dit moment zoek ik een cadeau in de boekwinkel in het centrum.” De twee faux amis „actuellement” (niet „actueel”) en „la librairie” (niet „bibliotheek”) zijn allebei correct vertaald.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vertaal de gemarkeerde woorden correct en let op de valse vrienden: (1) „Actuellement, elle habite à Lyon.” (2) „J'ai acheté ce roman dans une petite librairie.” (3) „Nous avons attendu le bus pendant vingt minutes.” (4) „Il est très sensible à la critique.” Leg bij elke zin uit waarom de voor de hand liggende vertaling fout zou zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — woordenschat als voorwaardelijke vaardigheid (domein A, Leesvaardigheid) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen