- Centraal examen (CE) — schriftelijk, ca. 2,5 uur
- Het centraal examen scheikunde HAVO is een schriftelijk examen van ongeveer tweeënhalf uur. Het bestaat uit een reeks opgaven die vrijwel altijd in een context staan — een industriële, alledaagse, biochemische of milieukundige situatie — met deelvragen die op elkaar voortbouwen. Per deelvraag staat het aantal te verdienen punten vermeld. Het correctievoorschrift kent bij scheikunde punten toe aan de volledige, navolgbare redenering: het opschrijven van een kloppende reactievergelijking met toestandsaanduidingen, het correct invullen van een berekening met de juiste verhoudingen en eenheden, de tussenstappen én het eindantwoord met het juiste aantal significante cijfers. Een kaal eindantwoord levert zelden de volle punten op.
- Toegestane hulpmiddelen — BINAS en (grafische) rekenmachine
- Tijdens het CE mag je het informatieboek BINAS gebruiken samen met een (grafische) rekenmachine en de gebruikelijke hulpmiddelen volgens de regeling. BINAS is onmisbaar: het bevat het periodiek systeem, de atoommassa's en molaire massa's, de oplosbaarheidstabel van zouten, de tabel met zuren en basen (met zuurconstanten), de elektrochemische reeks (standaardpotentialen) voor redox, verbrandingswarmten en vormingswarmten, dichtheden en de namen en formules van veelvoorkomende ionen en stoffen. Je hoeft die gegevens dus niet uit het hoofd te kennen, maar je moet ze wél snel kunnen opzoeken, kiezen en correct toepassen. De rekenmachine gebruik je voor het rekenwerk, het aflezen van grafieken en het benaderen van resultaten.
- Centraal-examenstof: de getoetste domeinen
- Het CE toetst de vaardigheden (rekenen met grootheden en eenheden, significante cijfers, grafieken en modelleren) samen met de inhoudelijke kern van het vak: de bouw van stoffen en het deeltjesmodel (moleculen, atomen, ionen; mengsels en zuivere stoffen), atoombouw en het periodiek systeem, de chemische bindingen en de eigenschappen die eruit volgen, structuurformules en de koolstofchemie (koolwaterstoffen, functionele groepen, isomerie), chemische reacties en het kloppend maken van reactievergelijkingen, chemisch rekenen met de mol (molaire massa, concentratie, gasvolume, rendement), zuren en basen (pH, sterk/zwak, neutralisatie) en redoxreacties (oxidatoren, reductoren, halfreacties), chemisch evenwicht en reactiesnelheid, reactiewarmte en energieberekeningen, analyse- en scheidingsmethoden, en de industriële en groene (duurzame) chemie.
- Schoolexamen (SE), practicum en normering
- Naast het centraal examen neemt de school een schoolexamen af. In het SE komen onder andere de experimentele vaardigheden (het practicum: veilig werken volgens de GHS-etikettering, meten en analyseren, titreren), delen van de analyse- en scheidingsmethoden en verdiepende of keuzeonderwerpen aan bod; sommige onderdelen worden vooral in het SE getoetst en niet in het centraal examen. Het eindcijfer is het gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer. De omzetting van de behaalde CE-score naar een cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE elk jaar per vak vaststelt nadat de examens zijn gemaakt; daardoor staat de precieze grens tussen voldoende en onvoldoende pas na afname vast.