Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt de grote biomoleculen — koolhydraten, eiwitten, vetten (lipiden) en DNA — vanuit de koolstofchemie: hun bouw, hun functionele groepen en de reacties condensatie en hydrolyse. Op het HAVO-centraal examen komen deze biomoleculen vooral als context voor (bij een context over voeding, gezondheid of biochemie); de gedetailleerde biochemie is deels context- en keuzestof of schoolexamenstof. De dragende, wél centraal getoetste principes zijn de functionele groepen en de reacties verestering/condensatie en hydrolyse.
4Onderdelenca. 22min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 4
basisniveau
Herken de vier biomoleculen aan hun bouwstenen en functionele groepen en snap het verschil tussen condensatie en hydrolyse.
verhoogd niveau
Redeneer met functionele groepen, stel condensatie- en hydrolysevergelijkingen op (bv. glucose naar maltose) en verklaar verzadigd/onverzadigd en de basenparing.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Van monosacharide naar polysacharide
condensatie van twee glucose tot maltose
Twee monosachariden koppelen onder afsplitsing van één watermolecuul tot een disacharide; de omgekeerde reactie (met water erbij) is hydrolyse.
Stel de kloppende reactievergelijking op voor het koppelen van twee glucosemoleculen tot maltose, en controleer het aantal atomen.
Twee glucosemoleculen worden gekoppeld tot maltose (een disacharide). Dat is een condensatiereactie: er wordt water afgesplitst.
Twee keer C6H12O6 is samen C12H24O12.
Trek H2O af: C12H24O12 wordt C12H22O11. De kloppende vergelijking wordt zo verkregen.
Resultaat: Resultaat: uit twee glucosemoleculen ontstaat maltose () plus één water. Controle: links , rechts + samen weer — de vergelijking klopt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Sacharose is een disacharide van glucose en fructose. Leg uit met welk type reactie sacharose uit deze twee monosachariden wordt gevormd, wat er daarbij wordt afgesplitst, en met welk type reactie sacharose in de darm weer wordt afgebroken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Algemene bouw van een aminozuur
condensatie van twee glycine tot een dipeptide
De carboxylgroep van het ene glycine en de aminogroep van het andere vormen een peptidebinding onder afsplitsing van één watermolecuul.
Twee glycinemoleculen vormen een dipeptide. Stel de vergelijking op en bepaal daarna voor een keten van vijf aminozuren het aantal peptidebindingen en afgesplitste watermoleculen.
Twee glycinemoleculen (C2H5NO2) worden via een peptidebinding gekoppeld tot een dipeptide. Dat is een condensatie: er wordt water afgesplitst.
Twee keer C2H5NO2 is C4H10N2O4; na afsplitsing van H2O blijft het dipeptide C4H8N2O3 over.
Voor een keten van n aminozuren geldt: er ontstaan (n − 1) peptidebindingen en er worden (n − 1) watermoleculen afgesplitst. Voor n = 5 zijn dat 5 − 1 = 4 peptidebindingen en 4 watermoleculen.
Resultaat: Resultaat: twee glycines geven één dipeptide plus water; een keten van vijf aminozuren bevat vier peptidebindingen en heeft vier watermoleculen afgesplitst. Elke peptidebinding kost precies één water — dat is de kern van condensatie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Van vijf aminozuren wordt door condensatie één keten (een polypeptide) gemaakt. Bepaal hoeveel peptidebindingen er ontstaan en hoeveel moleculen water er in totaal worden afgesplitst, en licht je antwoord toe.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Een stukje onverzadigd vetzuur
waterstoftekort bij onverzadiging
Ten opzichte van het verzadigde vetzuur met evenveel koolstofatomen mist een onverzadigd vetzuur twee waterstofatomen per dubbele binding ().
verestering tot een triglyceride
Drie vetzuren koppelen aan de drie -groepen van glycerol; per esterbinding wordt één water afgesplitst, dus in totaal drie.
Vergelijk stearinezuur (C17H35COOH) en oliezuur (C17H33COOH). Bepaal welk vetzuur onverzadigd is, en bereken hoeveel water er vrijkomt bij de vorming van één triglyceride.
Stearinezuur C17H35COOH is C18H36O2; oliezuur C17H33COOH is C18H34O2. Beide hebben 18 koolstofatomen.
Bij hetzelfde aantal C-atomen heeft oliezuur twee H-atomen minder (34 tegen 36). Elke dubbele binding scheelt twee H, dus oliezuur bevat één C=C-binding en is onverzadigd; stearinezuur heeft geen dubbele binding en is verzadigd.
Koppel je drie vetzuren aan één glycerol (met drie OH-groepen), dan ontstaan drie esterbindingen. Bij elke esterbinding wordt één water afgesplitst.
Resultaat: Resultaat: oliezuur is onverzadigd (één ), stearinezuur is verzadigd; en bij het maken van één triglyceride worden drie watermoleculen afgesplitst. Zo lees je verzadiging af uit het aantal -atomen en volgt de watertelling uit het aantal esterbindingen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven zijn twee vetzuren: palmitinezuur () en palmitoleïnezuur (). Bepaal welke van de twee onverzadigd is en met hoeveel dubbele bindingen, en leg uit hoe je dat aan de formules ziet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Complementaire basenparing in DNA
Eén DNA-streng heeft de volgorde A–T–G–C–A. Geef de complementaire streng en bereken het totale aantal waterstofbruggen.
Zet onder elke base de complementaire partner: A→T, T→A, G→C, C→G, A→T. De complementaire streng is dus T–A–C–G–T.
A–T en T–A hebben elk twee waterstofbruggen; G–C en C–G hebben er elk drie. De vijf paren zijn A–T (2), T–A (2), G–C (3), C–G (3) en A–T (2).
Tel de bruggen van de vijf paren bij elkaar op.
Resultaat: Resultaat: de complementaire streng is T–A–C–G–T en de twee strengen worden bijeengehouden door in totaal waterstofbruggen. De twee -paren leveren daarvan samen al bruggen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Eén streng van een stukje DNA heeft de basenvolgorde A–T–G–C–A. Geef de basenvolgorde van de complementaire streng en bereken het totale aantal waterstofbruggen tussen de twee strengen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad