Loading
Loading
Dit onderwerp behandelt wat er bij een chemische reactie op deeltjesniveau gebeurt: atomen worden herschikt, beginstoffen veranderen in reactieproducten en de totale massa blijft behouden. Je leert reactievergelijkingen kloppend maken met coëfficiënten en toestandsaanduidingen, de belangrijkste soorten reacties herkennen en met de oplosbaarheidstabel uit BINAS voorspellen welke stoffen ontstaan. Dit is centraal-examenstof (CE) scheikunde HAVO en de basis voor het chemisch rekenen.
4Onderdelenca. 21min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 4
basisniveau
Zorg dat je elke gegeven reactievergelijking foutloos kloppend kunt maken met toestandsaanduidingen en de reactietypen kunt benoemen.
verhoogd niveau
Stel zelf reactievergelijkingen op vanuit een context, voorspel producten (verbranding, neerslag, gasontwikkeling) en geef netto-ionvergelijkingen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vorming van water op deeltjesniveau
algemene reactie
De pijl lees je als „reageert tot”: de beginstoffen worden omgezet in nieuwe reactieproducten.
wet van behoud van massa (Lavoisier)
In een gesloten systeem is de totale massa vóór en na de reactie gelijk, omdat de atomen alleen worden herschikt.
In een gesloten vat reageert waterstofgas volledig met zuurstofgas tot water, volgens . Bereken de massa van het gevormde water.
De reactie verloopt in een gesloten vat, dus geldt de wet van behoud van massa: de massa vóór en na de reactie is gelijk.
Alle waterstof en zuurstof reageert tot water, dus de massa water is de som van de ingezette massa's.
Tel de twee massa's bij elkaar op.
Resultaat: Resultaat: er ontstaat water. Omdat de atomen alleen worden herschikt, is de totale massa behouden: .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij het verbranden van koolstof in voldoende zuurstof ontstaat koolstofdioxide volgens . Leg op deeltjesniveau uit waarom de massa van het gevormde groter is dan , en welke wet je hierbij gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Atoombalans van de propaanverbranding
volledige verbranding van propaan
Kloppend: C links en rechts, H links en rechts, O links en rechts.
verbranding van methaan met toestandsaanduidingen
Voorbeeld met fasen: het aardgasbestanddeel methaan verbrandt tot koolstofdioxide en water.
Maak de vergelijking kloppend en geef de toestandsaanduidingen (propaan en zuurstof zijn gassen, water is vloeibaar).
De molecuulformules staan vast; alleen de coëfficiënten mag je nog kiezen.
Links zitten 3 C en 8 H. Zet dus 3 vóór CO2 (3 C) en 4 vóór H2O (4 × 2 = 8 H).
Rechts staan nu 3 × 2 + 4 × 1 = 10 zuurstofatomen. Links heb je dus 5 O2 nodig (5 × 2 = 10).
C: 3 = 3. H: 8 = 8. O: 10 = 10. Alles klopt; noteer nu de toestandsaanduidingen.
Resultaat: Resultaat: . Voor elk element staan links en rechts evenveel atomen (C 3, H 8, O 10).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef de kloppende reactievergelijking, met toestandsaanduidingen, voor de volledige verbranding van propaan (, een gas) tot koolstofdioxide en water.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Overzicht van de reactietypen
verbranding (van methaan)
Volledige verbranding van een koolwaterstof: reactie met zuurstof tot koolstofdioxide en water, sterk exotherm.
ontledingsreactie (elektrolyse)
Eén stof valt uiteen in twee eenvoudigere stoffen; hier levert een elektrische stroom de energie.
synthese (van ammoniak)
Uit twee stoffen ontstaat één nieuwe stof; het omgekeerde van een ontledingsreactie.
Kalksteen () wordt sterk verhit en valt uiteen in ongebluste kalk () en een gas. Noem het type reactie, geef de kloppende vergelijking en benoem het gas.
Eén stof valt onder invloed van warmte uiteen in twee stoffen: dit is een ontledingsreactie, en omdat de energiebron warmte is, heet ze thermolyse.
Ca: 1 = 1. C: 1 = 1. O: links 3, rechts 1 (uit CaO) + 2 (uit CO2) = 3. De vergelijking is al kloppend.
Het gas dat ontsnapt is CO2, koolstofdioxide.
Resultaat: Resultaat: het is een ontledingsreactie (thermolyse), , en het gas is koolstofdioxide .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kalksteen () wordt sterk verhit en valt uiteen in ongebluste kalk () en een gas. Noem het type reactie, geef de kloppende reactievergelijking en benoem het gas dat ontstaat.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Vuistregels voor oplosbaarheid
neerslagreactie (totaalvergelijking)
Zilverchloride is slecht oplosbaar en slaat als vaste stof neer; natriumnitraat blijft opgelost.
netto-ionvergelijking
Alleen de deeltjes die echt reageren; de toeschouwer-ionen en laat je weg. Lading links en rechts is .
gasontwikkeling: carbonaat + zuur
Een carbonaat reageert met een zuur onder vorming van koolstofdioxidegas; het bruisen is het herkenningspunt.
Voorspel of er een neerslag ontstaat als je een oplossing van mengt met een oplossing van , en geef de totaal- en netto-ionvergelijking.
Beide zouten zijn opgelost, dus in het mengsel zweven vier soorten ionen los in het water.
De nieuwe combinaties zijn AgCl en NaNO3. Volgens de oplosbaarheidstabel is NaNO3 goed oplosbaar, maar AgCl slecht oplosbaar — dat zout slaat neer.
Noteer alle stoffen met hun fase; het neergeslagen zout krijgt (s).
Laat de toeschouwers Na+ en NO3- weg. Controleer de lading: links +1 −1 = 0, rechts 0.
Resultaat: Resultaat: er ontstaat een witte neerslag van zilverchloride. Totaal: ; netto: .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je mengt een oplossing van zilvernitraat () met een oplossing van natriumchloride (). Voorspel met de oplosbaarheidstabel of er een neerslag ontstaat, geef de kloppende totaalvergelijking met toestandsaanduidingen én de netto-ionvergelijking.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma scheikunde (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad